Hoe makkelijk is het om het eigen falen in de schoenen van een ander te schuiven? Behoorlijk simpel, zo leert de geschiedenis. Ook de bijeenkomst van 25 Europese ministers van Financiën en hun dertien Aziatische collega's in Wenen afgelopen weekend getuigde van redelijk wat hypocrisie.
...

Hoe makkelijk is het om het eigen falen in de schoenen van een ander te schuiven? Behoorlijk simpel, zo leert de geschiedenis. Ook de bijeenkomst van 25 Europese ministers van Financiën en hun dertien Aziatische collega's in Wenen afgelopen weekend getuigde van redelijk wat hypocrisie. Het veroordelen van economisch patriottisme was agendapunt nummer één. Behoorlijk ongeloofwaardig als gezamenlijk standpunt: EU-lidstaten als Frankrijk, Luxemburg, Italië, Spanje en Polen sloven zich uit om Europese en internationale overnames te blokkeren in het zogezegde belang van het vaderland. Bij het eigen falen werd liever niet al te lang stilgestaan, en zo werd China kop van Jut. Hoewel publiekelijk harde taal werd vermeden, maanden de deelnemers China aan om zijn munt, de yuan, geleidelijk aan te revalueren. Zo kopieert Europa Amerika, dat China steeds vaker bestempelt als economische vijand. Het Amerikaanse Congres dreigt zelfs met sancties als China zijn munt niet drastisch revalueert. De goedkope Chinese munt is volgens de Amerikanen dé oorzaak van hun enorme tekorten op de handelsbalans en benadeelt de Amerikaanse exporteurs. De expansie van China schokt al langer dan vandaag de economische handel en wandel in de wereld. De goedkope exportproducten enerzijds en de stijgende grondstofprijzen als gevolg van de Chinese economische groei anderzijds zijn grote doorns in de ogen en portemonnees van veel Europese en Amerikaanse ondernemingen. De flexibeler arbeidskrachten, en de daaraan gekoppelde delokalisering van veel bedrijven naar het Aziatische hinterland, wekken de woede op van politieke partijen, vakbonden en werknemers. De positieve effecten, zoals een lagere wereldwijde inflatie en hogere koopkracht voor de bevolking, worden al te vaak vergeten. En nu ook de financiële ministers China met de vinger wijzen, lijkt de Aziatische tijger helemaal de boeman van alle kwaad te worden. Vroeger was de Europese Unie de zondebok voor de bevolking van haar lidstaten, het schaamlapje voor besparingen en harde economische hervormingen. Vandaag krijgt China die rol van boeman galant toegespeeld. Alleen blijven de hervormingen achterwege. Het sneuvelen van het jongerenbanenplan in Frankrijk toont aan hoe weinig dit land zich bewust is van de economische realiteit waarin het leeft en de uitdagingen die het te wachten staat. Of de nieuwe premier Romani Prodi Italië uit het economische slop kan halen, is onzeker. Italianen willen nog liever de euro afschaffen en een gedevalueerde lire herinvoeren, dan aan hervormingen beginnen. En in eigen land was de maand van de competitiviteit er een van losse flodders en heeft het Generatiepact veel wind opgeleverd maar weinig gezaaid, laat staan geoogst. In plaats van doortastend te reageren op de realiteit van China en andere economische groeilanden, hebben de Europese en Amerikaanse leiders de (ijdele) hoop en de pretentie China te vertellen hoe zij hun economie moeten aansturen. Zoals de Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm het verwoordt: "De Chinezen zullen hun eigen beslissingen wel nemen."De roep om devaluatie van de yuan is bovendien niet zonder gevaar. Hoewel dit niet de beste optie voor China is, voorspellen economen dat het land wel eens zijn appetijt zou kunnen verliezen om het Amerikaanse staatspapier te blijven financieren wanneer de Amerikanen hun dreigementen hard zouden maken. Als China zich terugtrekt, kan de rente in de VS stijgen en de oververhitte Amerikaanse vastgoedmarkt stevige klappen toebrengen. En uiteindelijk leidt dat tot dalende consumentenbestedingen, die de Amerikaanse economie verzwakken. Geen zorgen voor Europa, denkt u? Als de Amerikaanse motor sputtert, is de kans groot dat de euro weer heel wat duurder wordt dan de dollar. Europa geniet van een pril economisch herstel. Een dalende Amerikaanse vraag en een duurdere euro ondermijnen gegarandeerd de relance. Meer dan China is de VS immers een afnemer van Europese producten. En dan zwijgen we over de gevolgen als dit alles samenvalt met een militaire interventie in Iran die George Bush aan het plannen is. Amerika en Europa kunnen dus maar beter voorzichtig zijn met wat ze wensen. an goovaerts adjunct-hoofdredacteur