Het flesje desinfecterende handgel staat prominent op de onthaalbalie bij de facilitairedienstenverlener Iris in Brussel. Patrick Janssens van der Maelen, de familiale CEO van de groep, ziet met de coronacrisis de vraag naar schoonmaakdiensten stijgen. "We hebben onze klanten voorgesteld contactpunten zoals deuren van sanitaire ruimtes, drukknoppen van waterfonteinen, drankautomaten en lichtschakelaars vaker te reinigen. De vraag naar dat soort diensten stijgt." Ook de vraag naar ontsmettende handgel en zeep boomt. Iris kocht sinds de uitbraak van het coronavirus al 80 procent meer zeepproducten aan. "Het gaat om meer dan 6000 liter handgel en 4000 liter ontsmettingszeep", preciseert Patrick Janssens.
...

Het flesje desinfecterende handgel staat prominent op de onthaalbalie bij de facilitairedienstenverlener Iris in Brussel. Patrick Janssens van der Maelen, de familiale CEO van de groep, ziet met de coronacrisis de vraag naar schoonmaakdiensten stijgen. "We hebben onze klanten voorgesteld contactpunten zoals deuren van sanitaire ruimtes, drukknoppen van waterfonteinen, drankautomaten en lichtschakelaars vaker te reinigen. De vraag naar dat soort diensten stijgt." Ook de vraag naar ontsmettende handgel en zeep boomt. Iris kocht sinds de uitbraak van het coronavirus al 80 procent meer zeepproducten aan. "Het gaat om meer dan 6000 liter handgel en 4000 liter ontsmettingszeep", preciseert Patrick Janssens. Iris, het nummer vier van de Belgische schoonmaaksector met 3400 medewerkers, blijft groeien, terwijl de markt al jaren stagneert. "Wij groeien de jongste jaren met 5 procent per jaar. Het boekjaar 2019 ronden we af met een omzet van 144 miljoen euro en een ebitda-marge van 4 procent", duidt Patrick Janssens. 70 procent van de omzet komt uit facilitaire diensten zoals schoonmaak, groenvoorziening, kantoormanagement en klusjesdiensten. Industriële schilderwerken, de tweede poot van de groep, zijn goed voor 30 procent van de omzet. De schilders van Iris coaten onder meer hoogspanningsmasten, industriële installaties en infrastructuurwerken. "Met onze industriële schilderwerken zijn we ook actief in Nederland en Frankrijk", zegt de CEO. "Onze traditionele schoonmaakmarkt zien we niet stijgen. Daarom moeten we ook andere dingen doen."Vorig jaar verloor Iris nog een belangrijk contract voor facilitaire diensten bij de Europese Commissie. "We werken al meer dan vijftien jaar voor de Commissie, maar we zijn dat contract verloren omdat in de aanbesteding geen rekening meer wordt gehouden met kwaliteitscriteria. Dat is heel spijtig. We willen competitief zijn, maar op de prijs alleen halen we het niet. Het verlies van dat contract zal een impact hebben op de cijfers van dit jaar", weet Patrick Janssens. Met de recente overname van de Henegouwse dienstenverlener Technical Building Services (TBS) betreedt Iris de markt van de installatie en het onderhoud van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen (HVAC). "Voor Iris is het van strategisch belang nieuwe diensten aan te bieden. Het is niet de bedoeling een grote speler in de technische dienstverlening te worden. Maar we zetten een belangrijke stap. De markt van het technische onderhoud is drie keer zo groot als de schoonmaakmarkt. We hebben een nieuwe groeimarkt ontdekt en dat geeft energie", ervaart Patrick Janssens. Technical Building Services is in 2012 opgericht door Maxime Vandeparre. Zijn broer Hugues is de operationele manager. In acht jaar is hun bedrijf gegroeid naar een omzet van 5 miljoen euro met zo'n dertig medewerkers. De helft van de omzet komt van nieuwe installaties, de onderhoudsdiensten zorgen voor de andere helft. TBS is gespecialiseerd in technisch beheer en het onderhoud van de HVAC-technieken in gebouwen. "TBS is over heel België actief en heeft veel ervaring in de hotelbranche", vertelt Janssens. Iris is geen actieve overnemer. Het familiebedrijf mikt vooral op organische groei. De vorige overname dateert al van 2008, toen het Limburgse Actief Cleaning werd ingelijfd. "Vooral de sterke groei van het bedrijf sprak ons aan. Het groeit jaarlijks met ongeveer 35 procent. Natuurlijk kunnen we het niet vergelijken met internationale spelers zoals Cofely (een onderdeel van Engie, nvdr) en Veolia. Voor ons gaat het om de nichebenadering en het groeipotentieel. Wij zullen zijn technische dienstverlening aanbieden aan onze klanten en we kunnen hun klanten benaderen met onze facilitaire diensten", legt Patrick Janssens uit. Hoeveel Iris heeft geïnvesteerd in de overname, kan hij niet zeggen. "Maar we spreken over een normale prijs voor zo'n overname." De broers Vandeparre blijven aan boord met een minderheidsbelang. Behalve op de verbreding van het dienstenaanbod zet Iris ook in op de digitalisering van het facilitymanagement. "Al onze backofficeprocessen zijn al gedigitaliseerd. Dat zorgt voor efficiëntiewinsten", zegt Patrick Janssens. Hij geeft het voorbeeld van de geolocatie van de onderhoudsmensen op de werven. "Neem een bankkantoor dat 4 uur per week moet worden schoongemaakt en waar discussie is over de gepresteerde uren. Onze mensen checken digitaal in en uit via een app. Dat is volkomen transparant voor de klant en voor ons als werkgever. Wij kunnen duidelijke antwoorden geven op zulke vragen en dat geeft vertrouwen." Ook bij de groendiensten leidt de digitalisering tot een traceerbare dienstverlening. "Voor bepaalde telecomklanten doen wij het groenonderhoud rondom de zendmasten. Het gras moet gemaaid, er moet worden gesnoeid. De klant krijgt een foto van de werken voor en na, realtime. Dat bespaart veel discussies over de kwaliteit van onze dienstverlening", geeft Janssens aan. Van een verregaande robotisering is in de schoonmaaksector nog geen sprake. "Er zijn enkele werven waar we een schoonmaakrobot gebruiken, maar dat zijn open ruimtes en lange gangen, die gemakkelijk te parametriseren zijn. De technologie bestaat al, maar de programmering van de robot vergt tijd en dat is niet zo eenvoudig. Maar dat is de toekomst", zegt Patrick Janssens.Hij heeft geen schrik voor de werkzekerheid van zijn personeelsleden. "We moeten hen voorbereiden op de toekomst en hen opleiden zodat ze andere diensten kunnen doen voor onze klanten. Schoonmaak zal altijd nodig zijn, maar andere diensten ook. Terwijl de robot de routinetaken uitvoert, kan de mens een andere taak met meer toegevoegde waarde doen. Ik denk aan kleine herstellingen of het klaarzetten van vergaderzalen. Routineklussen zonder toegevoegde waarde verdwijnen."