In de zoektocht naar de oorzaken van de financiële crisis komen een aantal critici onder andere bij de Amerikaanse presi-dent Ronald Reagan (president 1980-1989) terecht. Als apostel van deregulering en liberalisering draagt hij volgens sommigen een belangrijke verantwoordelijkheid voor de ineenstorting van het financiële systeem. Maar paradoxaal genoeg gaat deze kritiek gepaard met een toenemende aandacht en zelfs bewondering voor bepaalde aspecten van de persoon en zijn presidentschap.
...

In de zoektocht naar de oorzaken van de financiële crisis komen een aantal critici onder andere bij de Amerikaanse presi-dent Ronald Reagan (president 1980-1989) terecht. Als apostel van deregulering en liberalisering draagt hij volgens sommigen een belangrijke verantwoordelijkheid voor de ineenstorting van het financiële systeem. Maar paradoxaal genoeg gaat deze kritiek gepaard met een toenemende aandacht en zelfs bewondering voor bepaalde aspecten van de persoon en zijn presidentschap. Zelfs Barack Obama stak tijdens zijn eigen campagne voor het presidentschap zijn bewondering voor Reagan niet onder stoelen of banken. Obama is nochtans allesbehalve een conservatief. In Reno (Nevada) vertelde hij de toehoorders dat Reagan "Amerika op een manier had veranderd zoals Nixon en Clinton het niet hadden gedaan." Hij werd voor zijn uitspraak nadien wel afgebrand door rivaal Hillary Clinton, maar de uitspraak toont aan dat de populariteit van wijlen Ronald Reagan sinds een tijdje crescendo gaat. Volgens Gil Troy in The Reagan Revolution staat het buiten kijf dat Reagan de "invloedrijkste president van de VS was sinds Franklin D. Roosevelt". Troy stelt dat "de erfenis van Reagan de Amerikaanse politiek, diplomatie, cultuur en economie vandaag nog steeds sterk beïnvloedt". Dat is niet altijd het geval geweest. Gedurende het begin van de jaren negentig daalde de waardering voor Reagan. Mensen onthielden vooral zijn flaters: het Iran-Contra-schandaal, de 200 miljard dollar faillissementen bij de Savings & Loans-instellingen en het deficit van 2800 miljard dollar in 1989. Die elementen hebben het imago van Reagan jarenlang aangetast. Ondanks het feit dat de aanhangers van de vrije markt momenteel in de hoek zitten waar de klappen vallen en er steeds meer kritiek is op het gigantische Amerikaanse begrotingsdeficit (voor een deel vergelijkbaar met de jaren tachtig), stelt Troy vast dat de in 2004 overleden Ronald Reagan stilaan deel uitmaakt van het pantheon van grote presidenten. Akkoord, zegt Troy, sommigen beschouwen Reagan nog steeds als een luie domkop. Hij zag het presidentschap volgens deze critici letterlijk als een negen-tot-vijfbaan. Maar steeds meer mensen beseffen dat Reagan wel degelijk een uitstekende president was. Zeker als je hem vergelijkt met vader en uiteraard zoon Bush. De auteur stelt vast dat Amerikanen die Reagan indertijd als president verafschuwden, hem steeds meer respecteren. Die Amerikanen beseften dat hij altijd consequent was geweest. Het vrijgeven van de speeches uit de jaren zeventig en de presidentiële dagboeken toonden aan dat hij zeker geen marionet was. Zijn anti-overheidsretoriek slaat in de VS nog altijd aan. Berucht is zijn quote dat een "belastingbetaler iemand is die voor de staat werkt maar geen ambtenarenexamen moet doen". Volgens Troy is de herontdekking van Reagan als goede president nog niet voorbij - zelfs niet nu de veel progressievere Obama volop in de belangstelling staat. Er zijn overigens gelijkenissen tussen beide. De bijnaam van Reagan was The Great Communicator. Misschien dat Obama daarom zoveel bewondering voor de voormalige president heeft? GIL TROY, THE REAGAN REVOLUTION. A VERY SHORT INTRODUCTION, OXFORD UNIVERSITY PRESS, 2009, 150 BLZ, 15 EURO. Thierry Debels