De Europese Commissie deelde midden februari in haar wintervooruitzichten een weinig benijdenswaardige rode lantaarn uit aan België. De Belgische economie zou dit jaar met een respectabele 2,7 procent groeien, maar alle andere EU-lidstaten zouden in 2022 een grotere sprong voorwaarts van gemiddeld 4 procent maken. De Nationale Bank tilde vorige week bij de voorstelling van het jaarverslag niet zwaar aan die prognoses. "De relatief zwakke groei in 2022 is het logische spiegelbeeld van een relatief kleinere inzinking van de Belgische economie in 2020 en een relatief groter herstel in 2021", zegt Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank. Kortom: de Belgische economie keert iets sneller dan de buurlanden terug naar business as usual.
...

De Europese Commissie deelde midden februari in haar wintervooruitzichten een weinig benijdenswaardige rode lantaarn uit aan België. De Belgische economie zou dit jaar met een respectabele 2,7 procent groeien, maar alle andere EU-lidstaten zouden in 2022 een grotere sprong voorwaarts van gemiddeld 4 procent maken. De Nationale Bank tilde vorige week bij de voorstelling van het jaarverslag niet zwaar aan die prognoses. "De relatief zwakke groei in 2022 is het logische spiegelbeeld van een relatief kleinere inzinking van de Belgische economie in 2020 en een relatief groter herstel in 2021", zegt Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank. Kortom: de Belgische economie keert iets sneller dan de buurlanden terug naar business as usual. In vergelijking met de buurlanden is België dus relatief goed door de crisis gekomen. De inzinking was in 2022 iets minder diep in de eurolanden en het herstel in 2021 iets krachtiger (zie grafiek Tragere groei in 2022). Daar hoort de kanttekening bij dat het gemiddelde voor de eurolanden sterk beïnvloed is door de zuiderse eurolanden, zoals Spanje en Italië, die de voor hen heel belangrijke toeristische sector zagen verschrompelen tijdens de pandemie. De Belgische economie kon ook rekenen op de beschermende hand van Vadertje Staat. Kosten noch moeite zijn gespaard om de inkomens te beschermen en de bedrijvigheid te behoeden voor een faillissementsgolf. De crisismaatregelen kwamen boven op de automatische stabilisatoren, die in België in verhouding omvangrijk zijn. Het gaat om een groot pakket overheidsuitgaven die in crisistijden stabiel zijn of zelfs stijgen, en op die manier een beschermend kussen leggen onder de daling van de privébestedingen. Ook tijdens de grote financiële crisis van 2008-2009 hielpen die uitgaven de impact van de crisis te verzachten. Dat patroon herhaalt zich. De Belgische economie lijdt relatief minder tijdens een crisis, maar betaalt dat cash in de vorm van een tragere groei nadat die achter de rug is. België betaalt, net als de andere eurolanden, in de vorm van kwetsbare overheidsfinanciën nog een stevige prijs voor de grootschalige tussenkomst van de overheid. Zowel in zijn begrotingstekort als in de omvang van zijn overheidsschuld hoort België bij de slechtste leerlingen van de Europese klas. Bij ongewijzigd beleid diept het begrotingstekort zich uit tot 6 procent tegen 2030. De overheidsschuld loopt op richting 120 procent van het bbp."Dat is niet houdbaar. Bij een nieuwe recessie stijgt het tekort tot 8 à 9 procent. Dan verliezen we de regie over het begrotingsbeleid", waarschuwt Pierre Wunsch. Een restrictief begrotingsbeleid kan de volgende jaren wegen op de groei, tenzij de regeringen met structurele hervormingen meer mensen aan het werk krijgen. Een werkgelegenheidsgraad van 80 procent zou wonderen doen, maar de recente arbeidsdeal doet weinig meer dan emmertjes water naar de zee dragen. De sterke Belgische groeiprestatie was niet alleen een kwestie van centen, maar ook van veerkracht. Op dat gebied verbaasde de Belgische economie vriend en vijand. De werkgevers en de werknemers leerden snel te leven met het coronavirus. Hakte de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 nog diep in de bedrijvigheid, dan verzwakte de greep van het virus op de economie golf na golf. "Het verschil in groei in 2021 tussen de Belgische economie en het eurogebied is voornamelijk toe te schrijven aan het verschil in veerkracht ten aanzien van de genomen gezondheidsmaatregelen", schrijft de Nationale Bank in haar jaarverslag. In de winter van vorig jaar bijvoorbeeld, met een stevige coronagolf, steeg het Belgische bbp met 1,2 procent, terwijl dat van het eurogebied 0,3 procent was. Dankzij die veerkracht knoopte België al in de herfst van 2021 aan met het welvaartspeil van voor de pandemie. Het eurogebied moest wachten tot het eind van het jaar. De anatomie van het Belgische herstel verschilt weinig van het Europese en is kinderlijk eenvoudig. In 2020 stortte de vraag in, om in 2021 krachtig te herstellen. Niet alleen de gezinnen trokken hun portefeuille opnieuw open, ook de bedrijven aarzelden niet om stevig te investeren, niet het minst om de digitale trein niet te missen. Als open economie profiteerde België ook van het verrassend snelle herstel van de internationale handel en de export. Het stimuleringsbeleid van de handelspartners stimuleert ook onze economie. Onze exportcijfers werden op de koop toe flink geboost door de uitvoer van vaccins. Tijdens de eerste negen maanden van 2021 voerde België voor 15,4 miljard euro aan vaccins uit, terwijl er slechts voor 0,9 miljard euro werden ingevoerd. Met dat saldo zou België de gestegen energiefactuur kunnen betalen, ware het niet dat voor de productie van de vaccins ook grondstoffen en componenten moesten worden ingevoerd. En de winst op de vaccinproductie vloeit grotendeels naar de aandeelhouders van Pfizer. Toch schat de Nationale Bank dat de productie van vaccins het bbp met 0,15 procentpunt verhoogde in 2021. Dat is een niet te versmaden bonus. Zodra de effecten van de pandemie wegebben, zal de economische groei terugvallen naar het niveau van de potentiële groei, die stoelt op de toename van de productiviteit en de werkgelegenheid. Dat plaatje oogt weinig fraai. De productiviteitsgroei is sinds de jaren zeventig drastisch gedaald. Die trend zet in de hele Europese Unie door, maar is bijzonder uitgesproken in België. Steeg de productiviteit in de jaren zeventig nog met 3 procent per jaar, dan bleef daar in het vorige decennium nog 0,5 procent van over (zie grafiek Trendmatige groei in het slop). Dat is een bijzonder smalle sokkel om verdere welvaart op te bouwen. België is er de voorbije decennia wel in geslaagd meer mensen aan het werk te krijgen, goed voor een economische groei van 0,5 procent per jaar sinds de eeuwwisseling. Die hogere arbeidsparticipatie heeft gewogen op de groei van de productiviteit, maar dat fenomeen verklaart de gedaalde productiviteit onvoldoende. In elk geval, als België de vergrijzing en de klimaattransitie wil opvangen, is een sterkere groei geen overbodige luxe. Dat impliceert een herleving van de productiviteitstoename en een verder groei van de werkgelegenheid. Een magere troost is dat België met die povere groeivooruitzichten niet uit de toon valt in Europa. Met een potentiële groei van 1 à 1,5 procent kampeert de Belgische economie rond het gemiddelde in het eurogebied. Dat betekent dat België de volgende jaren op het gebied van economische groei niet zo vaak de rode lantaarn zal dragen in Europa, maar meer dan een plek in het midden van een rustig rijdend peloton zit er voorlopig niet in.