In de loop van de geschiedenis is er altijd een fascinatie geweest voor de superrijken. Ze roepen een dubbel gevoel op. Enerzijds is er een zekere bewondering voor het parcours dat ze hebben afgelegd, zeker als de superrijke een selfmade zakenman is. Anderzijds is er al snel sprake van een zekere afgunst wanneer blijkt dat de superrijken hun vermogen naar belastingparadijzen versassen om er zo weinig mogelijk belastingen op te betalen.
...

In de loop van de geschiedenis is er altijd een fascinatie geweest voor de superrijken. Ze roepen een dubbel gevoel op. Enerzijds is er een zekere bewondering voor het parcours dat ze hebben afgelegd, zeker als de superrijke een selfmade zakenman is. Anderzijds is er al snel sprake van een zekere afgunst wanneer blijkt dat de superrijken hun vermogen naar belastingparadijzen versassen om er zo weinig mogelijk belastingen op te betalen. John Kampfner heeft met The Rich het verhaal van die superrijken geschreven. Hij besteedt niet enkel aandacht aan de vermogenden van nu, zoals Marc Zuckerberg (Facebook), Bill Gates (Microsoft) en de groter wordende groep Chinese miljardairs. Nee, het boek is een historisch overzicht van de superrijken van de Romeinse tijd tot vandaag. Eerst passeert een handvol bekende en minder bekende historische superrijken de revue. Daarna gaat Kampfner dieper in op recente groepen kapitaalkrachtigen: de oliesjeiks, de Russische oligarchen of internetmiljonairs. Het zal niemand verwonderen dat Kampfner begint met het verhaal van de schatrijke Romeinse consul Crassus, die zijn kapitaal opbouwde door de productiviteit van zijn slaven van nabij op te volgen. Dankzij zijn rijkdom wist Crassus in Rome uit te groeien tot een van de machtigste politici. Als veldheer verging het hem minder goed. Hij verloor een oorlog tegen de Parthen, die hem gevangennamen. Volgens de historicus Dio deed het verhaal de ronde dat de Parthen wisten dat Crassus zeer rijk was en dat ze hem uit spotzucht doodden door gesmolten goud in zijn keel te gieten. Een minder bekende superrijke in het boek is de Malinese vorst Mansa Musa, die in de middeleeuwen op bedevaart naar Mekka trok en onderweg zoveel goud uitdeelde dat de prijs ervan ineenstortte en jarenlang zeer laag bleef. Ook de familie De Medici, de Spaanse conquistador Pizzaro, Jan Pieterszoon Coen van de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie en de puissant rijke Lodewijk XIV komen aan bod. Interessant voor de Belgen is een heel hoofdstuk over de Zaïrese president Mobutu Sese Seko, die zijn nationale bank als een verlengstuk van zijn persoonlijke vermogen zag. Interessant aan het boek is dat Kampfner uitlegt waarom de superrijken vroeger anders bekeken werden dan nu. In het ancien régime waren het vaak machtige figuren die ook politiek een belangrijke rol speelden en konden beslissen over leven en dood. Kritiek op hen, laat staan op hun rijkdom, was uit den boze. Voor een staalmagnaat als Alfred Krupp (1812-1887) was er dan weer vooral bewondering. De man bouwde in Essen al vanaf zijn veertiende -- zijn vader Friedrich overleed op zijn 39ste -- een staalbedrijf uit, dat de Duitse economie domineerde. De Duitsers hadden respect voor Krupp omdat ze wisten dat het bedrijf van cruciaal belang was voor de uitbouw van een sterk leger met moderne artillerie. Anders dan de huidige superrijken, bouwde Krupp zijn fortuin ook langzaam op. Facebook-oprichter Mark Zuckerberg was al op zijn 30ste multimiljardair. Voor de gewone man in de straat is het nog altijd moeilijk te vatten hoe iemand zo snel schatrijk kan worden. Dat doet het wantrouwen ten opzichte van de superrijken enkel toenemen, schrijft Kampfner.John Kampfner, The Rich: from Slaves to Super-Yachts. A 2.000 Year History, Little, 2014, 485 blz., 30 euro ALAIN MOUTON