Ondanks de spanningen in de laatste rechte lijn tussen de Franstalige socialisten van de PS en de liberalen van de MR over enkele arbeidsmarkthervormingen, raakte de regering- De Croo het eens over de begroting van 2022. Ze ligt in de lijn van de verwachtingen en is op een oer-Belgische manier tot stand gekomen. Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld) gaf eind augustus een voorzet. De sterke economische groei van 5,7 procent in 2021 was volgens haar een kans voor een extra begrotingsinspanning. Bij de geplande sanering van 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) - dat is 1 miljard euro - zou nog een extra ingreep van 0,4 procent kunnen. Dat zou een totale inspanning van 0,6 procent, of ongeveer 3 miljard euro, zijn. Ze kreeg direct het deksel op de neus van de PS-excellenties, die stelden dat te veel saneren het economische herstel zou bedreigen. 0,2 procent van het bbp was al meer dan genoeg. Uiteindelijk landt men ergens halverwege op 2,4 miljard euro of 0,5 procent van het bbp. De sanering bestaat voor 0,2 procent uit een vaste en voor 0,3 procent uit een variabele inspanning.
...

Ondanks de spanningen in de laatste rechte lijn tussen de Franstalige socialisten van de PS en de liberalen van de MR over enkele arbeidsmarkthervormingen, raakte de regering- De Croo het eens over de begroting van 2022. Ze ligt in de lijn van de verwachtingen en is op een oer-Belgische manier tot stand gekomen. Staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld) gaf eind augustus een voorzet. De sterke economische groei van 5,7 procent in 2021 was volgens haar een kans voor een extra begrotingsinspanning. Bij de geplande sanering van 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) - dat is 1 miljard euro - zou nog een extra ingreep van 0,4 procent kunnen. Dat zou een totale inspanning van 0,6 procent, of ongeveer 3 miljard euro, zijn. Ze kreeg direct het deksel op de neus van de PS-excellenties, die stelden dat te veel saneren het economische herstel zou bedreigen. 0,2 procent van het bbp was al meer dan genoeg. Uiteindelijk landt men ergens halverwege op 2,4 miljard euro of 0,5 procent van het bbp. De sanering bestaat voor 0,2 procent uit een vaste en voor 0,3 procent uit een variabele inspanning. Het voorziene tekort van 21,3 miljard euro of 4,14 procent van het bbp bij ongewijzigd beleid daalt daarmee zeker tot 19,3 miljard euro of 3,7 procent van het bbp. Dat is weinig indrukwekkend. Het is geen ernstig plan om de overheidsfinanciën de komende jaren vlot te trekken. De regering heeft wel de perceptie mee, omdat het tekort van 42,1 miljard euro uit 2020 meer dan gehalveerd wordt. Bovendien surft de Vivaldi-coalitie verder op de golf van de economische groei. Na een groei van 5,7 procent in 2021 zou de economie volgend jaar met een fraaie 3 procent toenemen. Dat betekent minder uitgaven voor uitkeringen en meer belastinginkomsten door een hogere tewerkstelling, stijgende bedrijfswinsten en meer consumptie. De federale regering gaat ervan uit dat het begrotingstekort tegen het einde van volgend jaar zelfs zal dalen tot 3,1 procent van het bbp. Dan verbetert het begrotingsssaldo de komende maanden met 10 miljard euro, maar dat is slechts in beperkte mate het gevolg van het regeringsbeleid. De economische groei doet het werk. Daarmee koopt de regering-De Croo tijd en moet ze geen te moeilijke knopen doorhakken die de coalitie te veel onder druk zetten. Het Monitoringcomité voor de Begroting trok de fiscale ontvangsten dankzij de betere groeicijfers voor dit jaar al op met 928 miljoen euro. Voor 2022 worden de fiscale ontvangsten 1,7 miljard euro gunstiger geraamd dan in juli. De fiscale ontvangsten worden 5,3 procent hoger geschat dan voor 2021, terwijl men in juli uitging van een stijging van 4,7 procent. De stijgingen situeren zich vooral in de bedrijfsvoorheffing (+900 miljoen euro), de voorafbetalingen (+721 miljoen euro), de btw (+394 miljoen euro), de roerende voorheffing (+255 miljoen euro) en de accijnzen (+224 miljoen euro). Als die sterke groei volgend jaar doorzet, dan daalt het begrotingstekort langzaam maar zeker. Bij de maatregelen die de regering zelf neemt, valt de mix van nieuwe of hogere belastingen op. Er wordt gerekend op meer dan 400 miljoen euro uit de effectentaks, een vliegtaks moet 30 miljoen euro opbrengen, de btw voor kinesisten en tandartsen 20 miljoen euro en andere btw- en accijnsverhogingen 70 miljoen. Het sociaal stelsel voor topsporters wordt bijgestuurd. Zij zullen meer sociale bijdragen moeten betalen. Dat moet 43 miljoen euro opleveren. Dat is meer dan de 30 miljoen die premier De Croo nastreefde, maar minder dan de 100 miljoen euro die aanvankelijk op tafel lag. Ook de fiscale fraude wordt aangepakt. De afschaffing van de bijzondere socialezekerheidsbijdrage is een belastingverlaging. De bijdrage werd in de jaren negentig ingevoerd om België te helpen de overheidsfinanciën op orde te zetten zodat het kon toetreden tot de Europese Muntunie. Die bijdrage wordt stapsgewijs afgebouwd. Volgend jaar betekent dat al 300 miljoen euro minder inkomsten. Aan de uitgavenkant lijkt niet veel te gebeuren. De overheidsuitgaven blijven rond 55 procent van het bbp hangen en liggen nog 20 miljard euro hoger dan voor de coronapandemie. De regering rekent op extra jobcreatie dankzij enkele arbeidsmarkthervormingen. Een extra baan betekent een opbrengst voor de staat van zeker 40.000 euro, door minder uitkeringen en meer belastingen. Maar aangezien de banengroei zich wellicht eerder in het onderste segment van de arbeidsmarkt situeert, houden economen rekening met een opbrengst van 32.000 euro per extra job. In de Wetstraat wordt geopperd dat de geplande hervormingen tot 500 miljoen euro terugverdieneffecten zullen opleveren. Daarnaast brengt het opnieuw aan de slag krijgen van langdurig zieken geld in het laatje. België telt zo'n 500.000 langdurig zieken. 4500 van hen naar de arbeidsmarkt loodsen, levert 34,7 miljoen euro op. Komen de overheidsfinanciën op die manier vanzelf in rustiger water terecht? Dat is niet zeker. Door de stijgende gas- en elektriciteitsprijzen worden de inflatieverwachtingen fors opgetrokken. De inflatie klom in september al naar 2,9 procent. Volgens het Planbureau zou ze verder oplopen naar 4,4 procent begin 2022. Pas eind volgend jaar zou de inflatie afkoelen naar 1,2 procent. Door de automatische loonindexering, waarmee de lonen en de uitkeringen worden aangepast aan de stijgende levensduurte, verhoogt de factuur van de overheid. De inflatieopstoot maakt dat de sociale uitkeringen en de pensioenen in september met 2 procent werden verhoogd, de lonen in de openbare sector volgen eind deze maand. Een volgende opwaartse aanpassing wordt al in januari 2022 verwacht. Dat is een extra factuur van honderden miljoenen euro's. Dat heeft als gevolg dat de positieve vooruitzichten tijdens een begrotingscontrole in het voorjaar of aan het begin van de zomer al moeten worden bijgestuurd. De ontsnappingsroute van een indexsprong, een beproefd recept voor centrumrechtse regeringen, zit door de eerder links georiënteerde Vivaldi-coalitie dicht.