Jongeren kunnen pas studentenarbeid verrichten nadat ze hun voltijdse leerplicht hebben beëindigd. De voltijdse leerplicht eindigt op 16 jaar, of op 15 jaar voor leerlingen die de eerste twee jaren van het secundair onderwijs hebben afgewerkt. Studenten die al twaalf maanden werken, die enkel avondschool of onderwijs met een beperkt leerplan volgen of die als onderdeel van hun studieprogramma een stage met onbetaalde arbeid doorlopen, kunnen niet onder het statuut van jobstudent vallen.
...

Jongeren kunnen pas studentenarbeid verrichten nadat ze hun voltijdse leerplicht hebben beëindigd. De voltijdse leerplicht eindigt op 16 jaar, of op 15 jaar voor leerlingen die de eerste twee jaren van het secundair onderwijs hebben afgewerkt. Studenten die al twaalf maanden werken, die enkel avondschool of onderwijs met een beperkt leerplan volgen of die als onderdeel van hun studieprogramma een stage met onbetaalde arbeid doorlopen, kunnen niet onder het statuut van jobstudent vallen. Net zoals andere werknemers moeten de werkgever en de jobstudent een schriftelijke arbeidsovereenkomst afsluiten. Die moet ten laatste worden ondertekend op de dag dat de studentenarbeid begint. Is de student jonger dan 18 jaar maar ouder dan 15, dan kan hij de overeenkomst zelf ondertekenen, tenzij zijn ouders of zijn voogd zich daar uitdrukkelijk tegen verzetten. Een model van arbeidsovereenkomst staat op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (klik op 'arbeidsovereenkomsten', 'bijzondere arbeidsovereenkomsten' en 'overeenkomst voor tewerkstelling van studenten'). Een exemplaar van die arbeidsovereenkomst blijft in handen van de werkgever, het tweede is bestemd voor de student. Op de eerste werkdag moet de student een afschrift van het arbeidsreglement ontvangen. Wordt de student ziek of wordt hij het slachtoffer van een ongeval, dan moet hij zijn werkgever daar onmiddellijk van op de hoogte brengen. Het arbeidsreglement of de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) legt de termijn op waarin hij een medisch attest moet bezorgen aan zijn werkgever. Hij moet zo'n attest ook kunnen voorleggen als de werkgever erom vraagt. De werkgever is wettelijk verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten voor zijn werknemers, ook voor jobstudenten. Die verzekering zal het arbeidsongeval vergoeden. Jobstudenten mogen geen gevaarlijk of ongezond werk doen -- bijvoorbeeld werken met gevaarlijke machines of chemische producten. Afwijkingen zijn mogelijk als de student 18 is, zijn studierichting met die activiteit te maken heeft en er vooraf advies is ingewonnen. Een student heeft recht op het minimumloon dat geldt voor de bedrijfssector waarin hij werkt. Dat minimum is vastgelegd in de cao van de sector. Bevat die geen loonregeling, dan heeft de student recht op het gemiddelde minimummaandinkomen in verhouding tot zijn leeftijd. Zo heeft een student van 18 jaar recht op een bruto-minimumloon van 1231,49 euro per maand, voor een student van 21 is dat 1501,82 euro. Een werkgever moet een student ook een loon betalen voor de feestdagen die in de periode van tewerkstelling vallen (zoals 21 juli en 15 augustus). De werkgever en de student kunnen de studentenovereenkomst vroeger beëindigen. De werkgever moet een opzeggingstermijn van drie dagen in acht nemen als de overeenkomst niet langer loopt dan een maand. Voor overeenkomsten langer dan een maand bedraagt die termijn zeven dagen. Als hij de student ontslaat om een dringende reden, hoeft de werkgever geen opzeggingstermijn te geven. Een student moet zich houden aan een opzeggingstermijn van één dag als zijn overeenkomst maximaal een maand duurt, of drie dagen voor een overeenkomst van langer dan een maand. Belangrijk om te weten is dat de opzeggingstermijn ten vroegste ingaat op de maandag die volgt op de week waarin de opzegging wordt betekend. Een student mag in totaal vijftig dagen per jaar werken onder het statuut van jobstudent bij een of meer werkgevers. Hij mag die vijftig dagen vrij kiezen en spreiden over het jaar -- dus niet alleen in de vakantiemaanden juli, augustus en september. Hij moet wel de lessen blijven volgen. Op de site www.studentatwork.be kan de student met zijn elektronische identiteitskaart of met een 'token' bijhouden hoeveel dagen hij dat jaar heeft gewerkt en hoeveel hij nog mag werken. Op die website kan de student ook een attest maken waarmee hij aan een werkgever kan bewijzen hoeveel dagen hij nog mag werken zonder de grens van vijftig dagen te overschrijden. Het systeem geeft een overzicht van alle studentenjobs waarvoor hij een studentenovereenkomst heeft afgesloten en die hij al heeft uitgevoerd. Het saldo is altijd actueel, omdat elke werkgever (of het sociale secretariaat waarmee hij samenwerkt) verplicht is een elektronische aangifte van de studentenarbeid in te dienen via het Dimona-systeem. Op die manier kan een andere werkgever die een student in dienst wil nemen, nagaan hoeveel dagen die kandidaat al heeft gewerkt. De federale regering werkt aan nieuwe regels om het statuut van jobstudenten te versoepelen. Zelfs als de jobstudent enkele uren werkt, telt die prestatie toch voor een hele dag. De federale regering wil de toegestane arbeid tellen in uren in plaats van in dagen -- er wordt gedacht aan 400 uur per jaar. De socialezekerheidsbijdrage die de werkgever inhoudt op het loon van een student, is lager dan die van een gewone werknemer, als de student niet meer dan vijftig dagen per jaar werkt in periodes dat hij niet op school moet zijn. De socialezekerheidsbijdrage bedraagt 8,13 procent. De werkgever neemt daarvan 5,42 procent voor zijn rekening, de student 2,71 procent. De socialezekerheidsbijdrage van de student wordt door de werkgever ingehouden bij de uitbetaling van het loon. Tot 31 augustus van het jaar waarin de student 18 wordt, zijn er geen voorwaarden om kinderbijslag voor hem te ontvangen. Voor studenten van 18 tot 25 jaar geldt een beperking in de tijd. Zo mag een student in het eerste, het tweede en het vierde kwartaal niet meer werken dan 240 uur. Wordt die grens overschreden, dan vervalt het recht op kinderbijslag voor het kwartaal waarin hij te veel heeft gewerkt. Voor schoolverlaters is er een speciale regeling. In de maanden juli, augustus en september mag een student meer dan 240 uur werken, op voorwaarde dat hij na de vakantie verder studeert. Er bestaat geen bijzonder stelsel voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering voor studenten. Dat betekent dat de gewone regels voor kinderen van toepassing zijn. Jongeren die studentenarbeid doen en jonger dan 25 jaar zijn, worden beschouwd als personen ten laste en zijn dus gedekt door de ziekteverzekering van hun ouders. JOHAN STEENACKERSEen student heeft recht op het minimum-loon dat geldt voor de bedrijfssector waarin hij werkt. In het eerste, het tweede en het vierde kwartaal mag een student niet meer werken dan 240 uur.