Als een belastingplichtige het niet eens is met een fiscale aanslag, heeft hij altijd het recht daartegen bezwaar in te dienen. Hij kan dat niet alleen doen als hij vindt dat de fiscale administratie hem een te grote fiscale last oplegt, maar ook als hij bij de ontvangst van zijn belastingberekening vaststelt dat hij zelf in zijn aangifte fouten in zijn nadeel heeft gemaakt, of als hij merkt dat hij bepaalde fiscale voordelen heeft laten liggen.
...

Als een belastingplichtige het niet eens is met een fiscale aanslag, heeft hij altijd het recht daartegen bezwaar in te dienen. Hij kan dat niet alleen doen als hij vindt dat de fiscale administratie hem een te grote fiscale last oplegt, maar ook als hij bij de ontvangst van zijn belastingberekening vaststelt dat hij zelf in zijn aangifte fouten in zijn nadeel heeft gemaakt, of als hij merkt dat hij bepaalde fiscale voordelen heeft laten liggen. Om wettelijk geldig te zijn moet de belastingplichtige het bezwaarschrift schriftelijk indienen bij de directeur der belastingen die op het aanslagbiljet is aangeduid. Het moet gemotiveerd zijn en worden ingediend binnen een termijn van zes maanden. Onlangs rees de vraag of de ondertekening van het bezwaarschrift door de belastingplichtige een noodzakelijke voorwaarde is voor de geldigheid ervan. In een arrest van 5 juni 2014 heeft het Hof van Cassatie op die vraag ontkennend geantwoord: de ondertekening behoort niet tot de wettelijk vastgelegde geldigheidsvoorwaarden. Het hoogste gerechtshof koppelde daar wel een voorwaarde aan vast: uit de gegevens van het dossier moet blijken dat de administratie weet van welke belastingplichtige het bezwaar afkomstig is. Sommige waarnemers besluiten daaruit dat een niet-ondertekend bezwaar voortaan in alle gevallen geldig is. Dat lijkt ons een te verregaande veralgemening. Veronderstel dat een bestuurder van een vennootschap bezwaar wil indienen tegen een persoonlijke belastingaanslag. Het bezwaar, dat duidelijk betrekking heeft op het privédossier van de bestuurder, wordt ingediend op briefpapier van zijn vennootschap en ondertekend door de accountant van de vennootschap. Als de fiscale administratie bij ontvangst van het bezwaar een ontvangstmelding rechtstreeks verzendt aan de bestuurder, bestaat er geen twijfel over dat de ambtenaar de bestuurder identificeert als de indiener van het bezwaar. Daardoor kan hij zich achteraf niet meer beroepen op het ontbreken van de juiste handtekening om de geldigheid van het bezwaar te betwisten. Kan een bezwaarschrift worden ingediend per mail of per fax? Volgens de recente cassatierechtspraak is dat mogelijk, maar altijd onder het voorbehoud dat bij de fiscale administratie geen twijfel mag bestaan over de identiteit van de indiener. Gezien de wetgeving die een schriftelijk bezwaarschrift vereist met voldoende identificatiemogelijkheden, zijn wij geen pleitbezorgers van die indieningsvoorwaarden. En hoe wordt de bezwaartermijn van zes maanden berekend? We beperken ons tot de basisregel: de berekening van de termijn start vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van het aanslagbiljet. Als op een aanslagbiljet als verzendingsdatum 4 september 2014 staat, begint de termijn te lopen op 9 september 2014. Het bezwaar moet dan bij de fiscale administratie uiterlijk aankomen op 8 maart 2015. Dat betekent dat de belastingplichtige bij de verzending van het bezwaar via de post rekening moet houden met de tijd die nodig is om de brief te bezorgen. De belastingplichtige draagt in principe het risico van vertragingen. Wachten tot de laatste dag van de bezwaartermijn is dus onverstandig. Toch gebeurt het meermaals dat belastingplichtigen na ontvangst van hun aanslagbiljet de knoop niet kunnen doorhakken. Ze twijfelen om bezwaar in te dienen, of ze wachten tot het einde van de bezwaartermijn. Voor al die gevallen reikt de wet van 25 april 2014 een goede oplossing aan. Als het einde van de bezwaartermijn in zicht is, verzendt de belastingplichtige het bezwaar het beste per aangetekende brief. In dat geval geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening, ongeacht op welke datum de postdiensten het bezwaar bij de fiscale administratie afleveren. Die duidelijke maatregel komt de rechtszekerheid en de belangen van de belastingplichtigen zeker ten goede.Luc Maes is voorzitter van de Fiscale Hogeschool en hoofdredacteur van Fiscoloog.LUC MAESDe ondertekening van een bezwaarschrift behoort niet tot de wettelijke geldigheidsvoorwaarden.