De bijeenkomst van de Europese ministers van Onderwijs, op 19 mei in Praag, werd door André Oosterlinck (55), rector van de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven), met meer dan gewone belangstelling gevolgd. In de Tsjechische hoofdstad bogen de ministers zich over de uitwerking van de Bologna-verklaring voor de harmonisering van het hoger onderwijs. Een materie waar Oosterlinck bijna dagelijks mee bezig is sinds hij in de negenkoppige raad zetelt van de EUA, de nieuwe Europese vereniging van universiteiten. Die raad vergaderde een maand geleden nog in Salamanca en heeft een sterke invloed op de uitwerking van de Bologna-afspraken.
...

De bijeenkomst van de Europese ministers van Onderwijs, op 19 mei in Praag, werd door André Oosterlinck (55), rector van de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven), met meer dan gewone belangstelling gevolgd. In de Tsjechische hoofdstad bogen de ministers zich over de uitwerking van de Bologna-verklaring voor de harmonisering van het hoger onderwijs. Een materie waar Oosterlinck bijna dagelijks mee bezig is sinds hij in de negenkoppige raad zetelt van de EUA, de nieuwe Europese vereniging van universiteiten. Die raad vergaderde een maand geleden nog in Salamanca en heeft een sterke invloed op de uitwerking van de Bologna-afspraken. Het uiteindelijke doel is het Europees hoger onderwijs naar Angelsaksisch model om te vormen: dat leidt tot meer efficiëntie, een betere voorbereiding op het beroepsleven, maar betekent ook meer competitie tussen de onderwijsinstellingen."Universiteiten en hogescholen die zich niet laten besturen als een onderneming dreigen uit de boot te vallen," voorspelt Oosterlinck, "Ik moet dus meer en meer manager spelen" (zie ook Trends, 10 mei 2001, blz. 14). Wat dat betreft, zit de rector van de KU Leuven goed geplaatst. Deze ingenieur heeft altijd met meer dan één voet in het bedrijfsleven gestaan. Zijn ouders runden een KMO en Oosterlinck zelf startte zijn carrière eind jaren '60 bij Siemens. Het volgende decennium was hij actief als vorser aan de Leuvense ingenieursfaculteit, waar hij zowel deelnam aan wetenschappelijk onderzoek als aan projecten voor Bell Telephone. Maar het is vooral in de jaren '80 dat Oosterlinck meer en meer met het bedrijfsleven vervlochten raakte. Dat gebeurde uiteraard vanuit de universiteit: van 1982 tot 1992 stond hij aan het hoofd van het vermaarde hoogtechnologische departement Esat (Elektronica, Systemen, Automatisatie en Technologie). Oosterlinck was betrokken bij de oprichting van een reeks bedrijven, eigenlijk spin-offs van de ingenieursfaculteit. Daarbij ook Icos, een producent van computers voor de automatische inspectie van productieprocessen. Deze spin-off startte Oosterlinck op op basis van zijn doctoraat. Momenteel is hij trouwens nog altijd lid van de raad van bestuur van Icos. Oosterlinck, afkomstig uit het Oost-Vlaamse Kalken, heeft daarnaast ook nog zitjes bij onder meer Agfa-Gevaert en Easics. Easics werd in 1991 opgericht als een van de spin-offs van Imec, het Interuniversitair Micro-Elektronika Centrum van de Leuvense Universiteit. Samen met zes andere technologiebedrijven lag het in 1999 aan de basis van het kennisnetwerk Leuven Inc.Ook hier was Oosterlinck nooit ver weg. De rector pakt er graag mee uit dat in de schaduw van de Alma Mater meer dan veertig spin-offs in totaal zo'n 2500 mensen tewerkstellen. Vorig jaar waren ze goed voor een nettowinst van 25 miljoen euro, een bedrag dat over vijf jaar de kaap van 125 miljoen euro moet overschrijden. Oosterlinck kijkt ook met meer dan gewone interesse naar de vernieuwde samenwerking met de Franstalige zusteruniversiteit. In en rond Louvain-la-Neuve schieten spin-offs als paddestoelen uit de grond. Maar het zijn vooral de contacten met Cambrigde waar de rector graag mee uitpakt: "De KU Leuven heeft samen met Cambridge een netwerk van spin-offs opgezet. Zij hebben ons model volledig overgenomen." Dat model houdt onder meer in dat universiteiten er niet mogen voor terugdeinzen durfkapitaalverschaffer te spelen. De KU Leuven doet dat al sinds 1972 met Leuven Research & Development (LRD) en sinds een paar jaar met het Gemma Frisius-fonds. Nogmaals een bewijs van de groeiende verstrengeling tussen universiteit en industrie. En dat ligt bij sommigen in Leuven nog altijd moeilijk. Oosterlinck wordt soms verweten te weinig aandacht te hebben voor het Universitas-ideaal: de universiteit die bijdraagt tot een algemene vorming. In de wandelgangen - en zeker bij de humane wetenschappen - worden wel eens grapjes verteld over " onze elektricien", maar dat vindt de rector niet erg. Hij cultiveert zelfs een beetje het feit dat hij zich vanuit de vakschool opwerkte tot burgerlijk ingenieur. De meeste professoren loven hem om zijn goede kwaliteiten op het vlak van administratief beleid. Toen hij in 1995 voor de eerste keer tot rector werd verkozen, kreeg hij trouwens de grote meerderheid van het professorenkorps en de geestelijkheid achter zich. Concurrent Emiel Lamberts moest zich tevredenstellen met de steun van de studenten. Oosterlinck is inderdaad niet direct te vergelijken met zijn voorgangers Pieter De Somer en Roger Dillemans. Eerstgenoemde was een bijna rebelse katholiek en kind van het Tweede Vaticaans Concilie. De jurist Dillemans was iemand die op een voorzichtige manier een katholieke universiteit haar plaats wou doen innemen in een geseculariseerde samenleving. Oosterlinck is volledig ingebed in de seculiere omgeving. Hij aanvaardt het label katholiek nog om historische en culturele redenen: "Als ik het zou moeten doen met de studenten en proffen die katholiek zijn, dan blijft hier niet veel meer over." Dillemans profileerde zich ook duidelijk als CVP'er, terwijl Oosterlinck met het woord onafhankelijkheid schermt. Bij hem is politiek ver weg, tenzij de belangen van de universiteit op het spel staan natuurlijk. Zo verbood hij ooit het Koerdistan Comité gebruik te maken van de universitaire lokalen. "Om Turkse tegenmaatregelen te vermijden, want de KU Leuven was bezig met een archeologisch project in Salagassos," luidde de uitleg. Nochtans krijgt Oosterlinck nog altijd het verwijt zich door levensbeschouwelijke motieven te laten leiden. Onder meer wanneer het gaat over de associaties of samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en hogescholen die momenteel in de steigers staan. Opnieuw met het oog op Bologna wil Oosterlinck een netwerk uitbouwen met andere hogescholen. Opvallend genoeg gaat het om instellingen die tot het katholieke net behoren. Evolueert men dan naar associaties volgens ideologische krijtlijnen? "Neen," zegt Oosterlinck, "de samenwerking gebeurt op basis van kwaliteit." Een uitleg die de collega's-rectoren niet echt kan overtuigen. Zegt Benjamin Van Camp, rector van de Vrije Universiteit Brussel (VUB): "Voor Oosterlinck staat kwaliteit nog altijd gelijk met katholicisme." Alain Mouton