14 miljard euro. Met dat cijfer zal de Belg de komende maanden meer dan hem lief is rond de oren worden geslagen. Het is de budgettaire inspanning die ons land moet doen om in 2016 een structureel begrotingsevenwicht te halen en een overschot van 0,75 procent van het bbp in 2017. De cruciale vraag is of die inspanning via extra belastingen of via minder overheidsuitgaven zal gebeuren. Als België de komende maanden een centrumrechtse regering krijgt (zonder socialisten dus) is de kans groot dat vooral aan de uitgavenkant wordt gewerkt. Wordt het een centrumlinkse beleidsploeg (met de PS en de sp.a), dan zal vooral gezocht worden naar extra inkomsten.
...

14 miljard euro. Met dat cijfer zal de Belg de komende maanden meer dan hem lief is rond de oren worden geslagen. Het is de budgettaire inspanning die ons land moet doen om in 2016 een structureel begrotingsevenwicht te halen en een overschot van 0,75 procent van het bbp in 2017. De cruciale vraag is of die inspanning via extra belastingen of via minder overheidsuitgaven zal gebeuren. Als België de komende maanden een centrumrechtse regering krijgt (zonder socialisten dus) is de kans groot dat vooral aan de uitgavenkant wordt gewerkt. Wordt het een centrumlinkse beleidsploeg (met de PS en de sp.a), dan zal vooral gezocht worden naar extra inkomsten. Maar het is de vraag of de volgende federale regering die keuze wel zal kunnen maken. Een analyse in het recentste nummer van het Economisch Tijdschrift van de Nationale Bank van België (NBB) is duidelijk: "De gezondmaking van de overheidsfinanciën in België moet in de eerste plaats berusten op een afremming van de groei van de primaire uitgaven." Ook de Europese Commissie komt tot die conclusie in haar aanbevelingen voor België. Daarnaast publiceerde ze onlangs haar jaarlijkse studie over de omvang en de samenstelling van de belastingdruk in de Europese landen. België komt daar met een belastingdruk van meer dan 45 procent van het bbp niet al te fraai uit. "Nooit in de afgelopen veertig jaar was de belastingdruk zo hoog ", weet VBO-hoofdeconoom Geert Vancronenburg, die de rapporten heeft uitgeplozen. "En in tegenstelling tot wat we horen, is de druk niet alleen hoog op arbeid maar ook op consumptie en kapitaal. Telkens ligt de impliciete belastingdruk hoger dan het gemiddelde van onze buurlanden en het gemiddelde van de eurozone." (zie grafiek Belgische belastingdruk op alle vlakken hoog) Vancronenburg wijst er voorts op dat België ook in vermogensbelastingen (onroerende voorheffing, successie- en schenkingsrechten, registratierechten, taks op beursverrichtingen enzvoort) tot het Europese koppeloton behoort. Vancronenburg: "De extra inkomsten die er sinds 2010 bij zijn gekomen, zijn bovendien niet uitsluitend gebruikt om het begrotingstekort te verminderen. Zoals de Nationale Bank aantoont, is een deel ook aangewend om de overheidsuitgaven verder te laten stijgen." Ter linkerzijde wordt wel eens gezegd dat de stijgende overheidsuitgaven een onvermijdelijk gevolg waren van de impact van de financiële crisis. Extra kosten voor sociale zekerheid zijn in moeilijke economische tijden nu eenmaal normaal en België heeft hier eigenlijk niet anders gedaan dan een doorsnee-EU-land. Dat klopt niet. De Belgische primaire overheidsuitgaven (zonder rentelasten) zijn gestegen van 42,5 procent van het bbp in 2000 tot 51,3 procent in 2013 (zie grafiek Primaire overheidsuitgaven van de NV België). Die groei was groter dan de trendmatige groei van het bbp. Wel is het zo dat de uitgaven sinds 2012, met het aantreden van de regering-Di Rupo, gematigder stegen en in 2013 was de reële groei (boven op de inflatie) van de uitgaven gelijk aan nul. Maar de primaire uitgaven lagen vorig jaar wel 4,4 procentpunt hoger dan het Europese gemiddelde (zie grafiek Primaire uitgaven stijgen in België sneller dan in buurlanden). De Nationale Bank maakte een opsplitsing van de primaire uitgaven per categorie om na te gaan voor welke begrotingsposten België meer uitgeeft dan het gemiddelde in het eurogebied. Dat bleek het geval voor de meeste posten: sociale uitgaven, lonen van het overheidspersoneel en subsidies. De overheidsinvesteringen lagen in België dan weer lager. Wat is de oorzaak van die sterker toegenomen uitgaven? De hoge uitgaven voor bezoldigingen van het overheidspersoneel hebben te maken met de lonen die dicht aansluiten bij die in de privésector. Maar vooral is het aantal personeelsleden in overheidsdienst per inwoner in België sterker toegenomen dan elders in Europa. Vooral de deelstaten en de lokale overheden zagen hun personeelsbestand de voorbije tien jaar toenemen, al is hier sinds 2011 een stabilisatie aan de gang. Bij de federale overheid daalde de tewerkstelling dan weer, vooral door afvloeiingen bij Landsverdediging. Een andere belangrijke uitgavenpost zijn de overheidssubsidies aan ondernemingen. Dat gaat van de investeringstoelage voor de NMBS over de uitgaven voor dienstencheques tot de vermindering van lasten voor ploegenarbeid, nachtwerk en andere tewerkstellingssubsidies. Ten slotte zijn er de sociale uitkeringen, die de helft van de overheidsuitgaven uitmaken. Die zijn de voorbije vijftien jaar met 5 procentpunt gestegen. Als de overheid niet ingrijpt, stijgen de sociale uitkeringen tussen 2013 en 2060 van 26,4 naar 31,2 procent van het bbp. Op basis van die cijfers komt de Nationale Bank tot de conclusie dat om de overheidsfinanciën opnieuw gezond te maken, het best bespaard wordt in die categorieën waar de uitgaven de voorbije jaren het sterkst gestegen zijn. "De uitdaging is enorm", waarschuwt Vancronenburg. "Om de budgettaire inspanning volledig aan de uitgavenkant te realiseren, zal bijvoorbeeld een reële bevriezing van de overheidsuitgaven -- dus wanneer de uitgaven enkel nog met de index stijgen -- op het niveau van de NV België in de komende drie jaar niet voldoende zijn." Maar de VBO-econoom ziet geen andere oplossing. "Gezonde overheidsfinanciën zijn niet alleen van cruciaal belang om de vergrijzing te financieren, ze verminderen ook de rentelasten omdat de schuldgraad afneemt. Daardoor komen opnieuw middelen vrij om in de economie te investeren, via bijvoorbeeld een verlaging van de belastingdruk en een verhoging van de publieke investeringen. Volgens de Nationale Bank gebeurt dat het beste via uitgavenbeperkingen. Die hebben op termijn een veel gunstiger impact op onze potentiële groei dan nog maar eens een verhoging van de belastingen." Welke maatregelen neemt de regering dan het beste? De NBB analyseert het effect van verschillende mogelijkheden op de economische bedrijvigheid en de inkomensgelijkheid. Van vier maatregelen tonen onderzoeken duidelijk aan dat ze de economische groei op lange termijn ondersteunen (zie tabel Wat België het beste kan doen). Een eerste maatregel is een daling van de pensioenuitgaven. Die heeft op lange termijn een duidelijk positief effect op de groei. Toen de NBB met die analyse naar buiten kwam, ontstond enige heisa. Betekent dat dat de al lage Belgische pensioenuitkeringen nog moeten dalen? Neen. De voorstellen gaan eerder in de richting van een verdere afbouw van de vervroegde uittredingssystemen. De Europese Commissie gaf België in haar jongste verslag goede punten voor de verstrenging van het brugpensioen. Maar de volgende regering moet die hervormingen dus doorzetten. Bovendien pleit de Commissie ervoor dat ze de werkelijke pensioenleeftijd verhoogt door de pensioenuitkeringen of de uittredeleeftijd te koppelen aan de levensverwachting. "Daarnaast moet België ook het mechanisme voor de welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen herzien", zegt Vancronenburg, "Dat mechanisme bepaalt om de twee jaar een budget, dat kan worden gebruikt om de uitkeringen sneller dan de index te laten stijgen. Het probleem is dat in de berekeningen nog altijd rekening wordt gehouden met een theoretische groei van de productiviteit met 0,75 procent per jaar, terwijl de productiviteit in de afgelopen jaren in de praktijk grosso modo stabiel is gebleven. Het gevolg is dat de uitkeringen in de afgelopen jaren sneller zijn gestegen dan de lonen, wat duidelijk niet langer houdbaar is." Een tweede maatregel is een verdere afbouw van het overheidspersoneel, al is het economisch effect daarvan genuanceerder. Op korte termijn is het effect sterk negatief. Een daling van de zogenoemde overheidsconsumptie heeft directe gevolgen voor het bbp. Op langere termijn verdwijnen die negatieve effecten en wordt de impact positief voor de economische bedrijvigheid. De Nationale Bank geeft hier een waarschuwing mee: een verlaging van de uitgaven voor onderwijs en overheidsinvesteringen is wel een slechte zaak voor de economische groei. In derde instantie moet werk worden gemaakt van een daling van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen. Dat kan door die te beperken in de tijd, door de werkloosheidsvallen weg te werken en iets te doen aan de te hoge loonkosten. De Europese Commissie stelt vast dat er "geen vooruitgang is in de hervorming van het loonvormingsmechanisme, waarbij het loon gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van de productiviteit". Voorts blijkt dat de koppeling van loon aan anciënniteit oudere werknemers uit de arbeidsmarkt houdt of degenen die een job hebben zeer kwetsbaar maakt. Dat is een van de problemen van de winkelketen Delhaize. Die kampt met een relatief oud en dus duur personeelsbestand. Ten slotte moeten de subsidie-uitgaven verminderen. Daaronder vallen bijvoorbeeld de toelagen aan de NMBS, maar ook belangrijke maatregelen voor de competitiviteit, zoals de lastenverlaging voor onderzoekers en voor nacht- en ploegenarbeid, en de 1 procent van de bedrijfsvoorheffing die bedrijven niet moeten doorstorten naar de fiscus. Geert Vancronenburg waarschuwt: "Dat is een lineaire lastenverlaging. Het is evident dat daar niet mag op worden bespaard. Ook de subsidie voor de dienstencheques zit daarin, wat toch een belangrijke maatregel is voor de tewerkstelling." Het onderzoek toont verder duidelijk aan dat hogere belastingen via de personenbelasting en de vennootschapsbelasting een sterk negatief effect hebben op de groei. Een stijging van de loonkosten via socialezekerheidsbijdragen zou hetzelfde nefaste effect hebben. Als er dan toch één soort belasting genade vindt in de ogen van de Nationale Bank, dan wel de milieutaksen. Die sluiten aan bij het pleidooi van de Europese Commissie dat België niet mag inzetten op hogere belastingen, maar moet zorgen voor een verschuiving van de belastingen op arbeid naar taksen die minder nadelig zijn voor de economische groei. Bovendien is het fiscale systeem dringend aan een vereenvoudiging toe. Zo stelt de Commissie in haar rapport dat de vermindering van het btw-tarief voor elektriciteit van 21 naar 6 procent een totaal verkeerde keuze was: "Dat gaat in tegen de doelstellingen van een vereenvoudiging van het belastingstelsel en de verschuiving naar een minder groeiverstorende belastinggrondslag." ALAIN MOUTON"Uitgavenbeperkingen hebben op termijn een veel gunstiger impact op onze potentiële groei dan nog maar eens een verhoging van de belastingen" Geert Vancronenburg De lagere btw op elektriciteit was een totaal verkeerde keuze.