Het hof van beroep bevestigt nu in zijn geheel het Mechelse vonnis... behalve op één punt: het verklaart de verwijzing van gewezen Superclub-topman Maurits De Prins onregelmatig, en de hem ten laste gelegde feiten verjaard. Die visie werd ook gepleit door het parket-generaal bij monde van substituut-procureur-generaal Marc Verhelst.
...

Het hof van beroep bevestigt nu in zijn geheel het Mechelse vonnis... behalve op één punt: het verklaart de verwijzing van gewezen Superclub-topman Maurits De Prins onregelmatig, en de hem ten laste gelegde feiten verjaard. Die visie werd ook gepleit door het parket-generaal bij monde van substituut-procureur-generaal Marc Verhelst. De zaak-Lavithas was een tweede poging van de heren achter de geflopte videoketen Superclub om een nieuwe aandelencarrousel op te zetten. Centrale figuur hier was Jan Maes, ex-financieel directeur en bestuurder bij Superclub. Toen eind 1990 duidelijk werd dat Superclub zou worden gered via een overname door Philips, werd Lavithas door de groep gekapitaliseerd. Maar toen in juni 1991 het gesjoemel bij Superclub duidelijk werd, veranderde Lavithas van koers. De eerdere strategie van Maes was immers mislukt. Vanaf augustus 1991 tot mei 1992 werd ongeveer 37 miljoen euro bij Luc Thibaut & co. Financiers nv, de Antwerpse bank van de heren, door de groep 'ontleend'. Volgens het parket gebeurde dat via massale nepfacturatie. In september 1992 ging de groep Lavithas failliet. Het geld van Thibaut bleek echter verdwenen, soms richting Cariben. Voor een leeggehaalde Thibaut bleef alleen de vereffening over. Ook Maurits De Prins had hier voor een geschatte 5 miljoen euro mee aan de kassa gezeten. Hij werd wegens oplichting vervolgd omdat hij op 10 oktober 1991 onder het mom van een lening door de groep Lavithas 2,69 miljoen euro uit de kas van Thibaut had verkregen. De verjaring hiervan werd gestuit door De Prins op 7 oktober 1996 te ondervragen. Sindsdien was er echter geen stuiting meer gebeurd, zodat de zaak tegen De Prins als verjaard wordt beschouwd. Ook bleek de verwijzing van De Prins door de raadkamer geheel onregelmatig gebeurd. Hij werd immers alleen vervolgd voor oplichting, maar werd door de raadkamer ook voor andere feiten verwezen.De burgerlijke partijen reageren onthutst. Beroep bij Cassatie is voor hen onmogelijk, aangezien daardoor de hele zaak dreigt te verjaren. Zoals Jan Maes gerechtelijk wonderwel uit de zaak-Superclub wist te ontsnappen, zo ontsnapt ook De Prins door een gerechtelijke blunder uit de zaak-Lavithas. Vermoedelijk zullen Jan Maes en zijn acht overgebleven kompanen de schuld voor het faillissement van Lavithas in de schoenen schuiven van de afwezige De Prins.Verwezen zijn naast Jan Maes ook zijn partner Marc De Schutter, de filmrechtenhandelaar Guido Van Belle, Maes' zwager Pol Potvin, de boekhouders Mark Leermaekers, Robert Bruylant en Jos Bosmans, bankier Arduino Lunazzi en Ignace Bailleul. Maes, De Schutter en Van Belle wordt bendevorming aangewreven. Ze riskeren een maximumstraf van tien jaar cel. De eerste vijf zijn oudgedienden van Superclub. W.V.D.