Hoe komt het dat de elektriciteitsprijzen stijgen?

MARC VAN DEN BOSCH. "Ten eerste is de prijs van de fossiele energiebronnen olie, gas en steenkool gestegen. Voor steenkool bijvoorbeeld is de Chinese vraag gegroeid, wat weegt op de Duitse en de Nederlandse kolencentrales. Enkele productie-eenheden waren onbeschikbaar. Daarnaast is de prijs van de emissierechten (het recht om een ton CO2 uit te stoten, nvdr) gestegen van 5 naar ongeveer 20 euro. Niet alleen in België, ook in Nederland, Frankrijk en Duitsland zien we zo'n klim. De discussie over het mogelijke stroomtekort in november staat daar dus voor een groot deel los van.

"Daartegenover staat dat de prijzen tussen 2006 en 2016 bijna constant zijn gedaald. Ook na de recente klim zitten we nog maar op het niveau van 2011. Alleen voelde de consument daar weinig van, omdat de andere onderdelen van de factuur - belastingen, distributie- en transmissiekosten - zijn gestegen."

Moeten we wennen aan dure elektriciteit?

VAN DEN BOSCH. "Er zijn te veel onzekerheden. Houdt de economische groei bijvoorbeeld aan? Op langere termijn is er de toenemende elektrificatie, met warmtepompen en elektrische mobiliteit, tegenover de beweging naar energie-efficiëntie. Daarnaast is er de vraag hoe het aanbod evolueert. België heeft 21 gigawatt aan geïnstalleerde productiecapaciteit. In de Centraal-West-Europese markt die wij met onze buurlanden vormen, bedraagt het totaal 396. Het Belgische nucleaire productiepark haalt met 6,3 gigawatt amper een tiende van het Franse. De onbeschikbaarheid in België weegt minder hard op de prijs dan de plannen van de Franse regering om haar kernreactorenpark gedeeltelijk af te bouwen.

"De regelgeving en de beleidsbeslissingen van de landen hebben dus een zware impact. Het is een dooddoener, maar met een stabiel investeringsklimaat kun je voldoende productie blijven garanderen. Dat vertaalt zich in redelijke prijzen voor de klant."

In welke mate zullen bedrijven en particulieren dat voelen in hun portemonnee?

VAN DEN BOSCH. "Wij horen van onze leden dat ze door de concurrentie de stijging van de marktprijzen niet volledig kunnen doorrekenen. Bedrijven, en zeker de grotere, zullen dat sneller voelen dan particulieren. Dat komt doordat het aandeel van de stroomprijs op de factuur bij hen groter is dan bij de burger, bij wie dat soms geen 30 procent meer bedraagt. Wie een variabel contract heeft, zal de stijgingen ook vlugger merken dan wie een vaste prijs heeft. Maar dat gold ook toen de prijzen daalden.

"Voor consumenten moet die evolutie een kans zijn om de marktschommelingen niet lijdzaam te ondergaan. Bedrijven en particulieren kunnen zelf een rol spelen door via hun factuur, en met hulp van hun leverancier, op zoek te gaan naar mogelijkheden om energie-efficiënter te worden, zelf producent te worden of hun flexibiliteit in afname te gelde te maken. Dat kan toegevoegde waarde creëren voor de leveranciers en hun klanten."