Waarom moet u deze onderzoeker kennen?

Professor Jaco Vangronsveld (56), die het multidisciplinaire Centrum voor Milieukunde aan de UHasselt leidt, is van origine bioloog. Hij boekte rond de millenniumwissel een belangrijke wetenschappelijke doorbraak door planten en hun micro-organismen in te zetten voor bodemsanering. Hij kwam op het idee bacteriën die plantengroei bevorderen te kruisen met bacteriën die verontreinigende stoffen kunnen afbreken. "Door beide samen te voegen, en na een beetje bacteriële seks, konden we de bacteriën selecteren die beide eigenschappen hadden", blikt hij terug. Samen met een aantal collega's schreef hij daarvoor een Europees onderzoeksproject uit, en zo ging de bal aan het rollen. Bijna gelijktijdig kwam hij in contact met mensen van Ford Genk, die op hun bedrijfsterrein te kampen hadden met een grootschalige tolueen- en benzeenvervuiling, die met klassieke middelen niet goed aan te pakken was.
...

Professor Jaco Vangronsveld (56), die het multidisciplinaire Centrum voor Milieukunde aan de UHasselt leidt, is van origine bioloog. Hij boekte rond de millenniumwissel een belangrijke wetenschappelijke doorbraak door planten en hun micro-organismen in te zetten voor bodemsanering. Hij kwam op het idee bacteriën die plantengroei bevorderen te kruisen met bacteriën die verontreinigende stoffen kunnen afbreken. "Door beide samen te voegen, en na een beetje bacteriële seks, konden we de bacteriën selecteren die beide eigenschappen hadden", blikt hij terug. Samen met een aantal collega's schreef hij daarvoor een Europees onderzoeksproject uit, en zo ging de bal aan het rollen. Bijna gelijktijdig kwam hij in contact met mensen van Ford Genk, die op hun bedrijfsterrein te kampen hadden met een grootschalige tolueen- en benzeenvervuiling, die met klassieke middelen niet goed aan te pakken was. Nadat Vangronsveld de nieuwe bacteriestam in populieren had ingebracht, zette hij een rij bomen op het bedrijventerrein. Na nauwelijks twee jaar was de vervuiling op de Ford-terreinen afgeblokt. "Populieren en wilgen zijn goedkope technologie. Ze verbruiken geen elektriciteit, maar pompen met hun wortels elke dag enkele honderden liters van dat vervuilde grondwater op. Reken zelf maar uit wat het effect op het grondwater is als je 300 populieren uitzet." Midden jaren negentig was Vangronsveld nog een eenzaat in dit onderzoeksdomein. "Maar ik had onmiddellijk het gevoel dat het ging om iets belangrijks", zegt hij. Dat het fundamentele onderzoek in het labo bijna onmiddellijk op de Ford-terreinen kon worden uitgetest, was bijzonder. "Die bomen staan er nog altijd, zelfs nu het terrein is verkocht. En ze schermen nog altijd de verontreiniging af." In 2004 publiceerde Vangronsveld de resultaten in Nature Biotechnology. Meteen kreeg het project internationale weerklank. Een jaar later kon de onderzoeksgroep nog een vervolg publiceren, dat aantoonde hoe de nieuwe bacteriestam die nieuwe genen kon verspreiden en zo de plant tot een nieuwe soort bioreactor kon omvormen. "Er zijn sinds die tijd wel heel wat mensen op die materie gesprongen. Maar wij hebben als pionier nog altijd een voorsprong." Het Centrum voor Milieukunde is uitgegroeid tot een groep van 120 mensen. Daarin zitten acht hoogleraren biologie, postdoctorale onderzoekers en tientallen doctoraatsstudenten, maar ook chemici, milieu-economen en specialisten in milieurecht. "Milieuproblemen moet je multidiscipliniar benaderen", zegt Vangronsveld. "We werken rond drie grote onderzoeksthema's: de effecten van omgevingsstress op organismen, schone technologie zoals bodemsanering, en klimaatverandering." Het experiment op het Ford-terrein spreekt tot de verbeelding, en meerdere toepassingen volgden. Dat leidde tot Bio2clean, een spin-off die de sanering van organische verontreinigingen commercialiseert. Een ander bedrijf dat een licentie genomen heeft, is PSMT, dat saneringen van lekkende stookolietanks uitvoert. Er zijn ook contacten met een Iers-Chinese onderneming. Daarnaast bestaan er samenwerkingen met binnen- en buitenlandse bedrijven die actief zijn in plantenbescherming. "De licentie-inkomsten bedragen enkele procenten van de omzet", weet Vangronsveld. "De opbrengsten gaan in de eerste plaats naar de universiteit. Een deel vloeit naar onze onderzoeksgroep." Was een octrooi dan toch beter geweest om een verdienmodel op te zetten? "Wellicht niet, als pioniers hebben we een behoorlijke voorsprong", zegt Vangronsveld. "Net zoals de meeste wetenschappers doe ik dit trouwens niet voor het geld. Ik ben het liefst van al bezig met mijn fundamentele onderzoek."