Maar gezien de omvang van het Sabena-debacle zal dit zeer zwaar wegen op het FSO. Het volledige budget zal worden opgesoupeerd. En er zullen nog meer faillissementen volgen. Het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) heeft al heftig gereageerd. De werkgeversfederatie vreest immers dat de bijdrage volgend jaar zal moeten verdrie- of verviervoudigen. Het VBO wil dan ook dat de overheid een duit in het zakje doet.
...

Maar gezien de omvang van het Sabena-debacle zal dit zeer zwaar wegen op het FSO. Het volledige budget zal worden opgesoupeerd. En er zullen nog meer faillissementen volgen. Het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) heeft al heftig gereageerd. De werkgeversfederatie vreest immers dat de bijdrage volgend jaar zal moeten verdrie- of verviervoudigen. Het VBO wil dan ook dat de overheid een duit in het zakje doet. Misschien moet ook de vraag worden gesteld of de overheid hier niet te ver gaat. De werknemers krijgen immers compensatie- en activeringspremies die kunnen variëren tussen 3700 en 20.000 euro (tussen 150.000 en 800.000 frank). In 1996 eiste het FSO van de 300 ex-werknemers van het Luikse bedrijf Trident de integrale vergoeding die het Fonds hen had betaald terug. Trident had immers de werknemers uit een eigen fonds ook een morele schadevergoeding betaald. Nadat de Bijzondere Belastinginspectie die vergoeding als een opzegvergoeding had gekwalificeerd, schoot het fonds in actie. Staat de Sabena-werknemers ook zoiets te wachten? Het FSO heeft alle reden om scherp toe te kijken. Want de bedragen die het zal moeten uitkeren aan de Sabena-werknemers zullen onvermijdelijk tot het eigen 'faillissement' leiden. De vraag is dan of de huidige financieringswijze wel de juiste is. Momenteel wordt het Fonds gefinancierd door een werkgeversbijdrage en beheerd door werkgevers en vakbonden. Het staat los van het beheer van de andere takken van de sociale zekerheid. Aan het eind van het jaar bepalen de sociale partners een nieuwe bijdragevoet voor het jaar daarop. Gaat het goed met de economie, dan daalt de bijdrage; gaat het slecht, dan stijgt ze. Momenteel ligt de bijdrage trouwens erg laag: 0,16%, terwijl in het verleden de vork op 0,15% en 0,30% lag.Maar hier ligt nu net de knoop. Als het economisch slecht gaat, hebben de bedrijven absoluut geen behoefte aan een bijdrageverhoging. Nochtans is dat wat zal gebeuren, want faillissementen treden uiteraard vooral op in economisch barre tijden. Met andere woorden, het Fonds kan beter op zoek gaan naar een andere financieringsbron.Misschien moet de bijdrage worden vastgelegd en kunnen er zo reserves worden opgebouwd in betere tijden. Maar misschien moet ook de overheid zijn deel bijdragen. Uiteindelijk is het Fonds op aansturen van de overheid ontstaan. Het werd in 1966 opgericht, toen de eerste fabriekssluitingen na de golden sixties opdoken. De toenmalige premier Paul Vanden Boeynants was geschokt, ging zelf naar de getroffen bedrijven en beloofde dat de overheid een duit in het zakje zou doen. De brutale markteconomie zou sociaal worden afgevlakt. De regering vond dat een collectieve verantwoordelijkheid van alle ondernemingen en dus werd het Fonds gespekt door de bedrijfswereld. Maar als de overheid zichzelf de taak oplegt om de brutale markteconomie sociaal te corrigeren, waarom neemt zij dan ook niet haar deel voor zich? Het zijn uiteindelijk werknemers _ burgers _ die moeten worden beschermd. Guido Muelenaer