De oude industrie is dood,leve de nieuwe industrie

In de gloriedagen van de nieuwe economie werd de oude economie de grond ingeboord. …

In de gloriedagen van de nieuwe economie werd de oude economie de grond ingeboord. Neergekeken werd op de maakindustrie, op bedrijfstakken waar materiële dingen worden gemaakt, gaande van tandenstokers met aardbeiensmaak tot intelligente kopieerapparaten die alles kunnen behalve koffiezetten. Het was alsof de nieuwe economie zich alleen kon optrekken door de oude economie naar beneden te duwen. Ik had verwacht dat, nu de koers van informatie en communicatie is ingezakt, het aanzien van de maakindustrie weer zou stijgen. Dat is helaas niet zo. De maakindustrie wordt door velen beschouwd als vergane glorie, als een bedrijfstak die niet meer in onze economie past. De maakindustrie is niet sexy genoeg. Die negatieve kijk is onterecht. Over de maakindustrie bestaan veel vooroordelen en allerlei mythes doen de ronde. Ik bekijk er vier. Het zijn alle vier fabeltjes.

Mythe 1: de maakindustrie is op sterven na dood

De maakindustrie is springlevend, dank u wel. Het valt niet te ontkennen dat we een diensteneconomie zijn: ruwweg driekwart van de mensen werkt in de dienstensector. Hooguit een op de vijf mensen werkt nog in de maakindustrie. In de loop van de tijd wordt de industriële werkgelegenheid steeds minder. Op basis daarvan zou men kunnen concluderen dat de industrie een aflopende zaak is.

Maar de maakindustrie draagt naar verhouding bovenmatig bij tot de totale toegevoegde waarde van de economie. Met relatief weinig mensen wordt er heel veel geproduceerd. De maakindustrie doet het qua productiviteit beter dan de rest van de economie. Als straks de vergrijzing toeslaat en er een structureel tekort op de arbeidsmarkt ontstaat, dan moeten we het van hoge productiviteit hebben om onze boterham te beleggen en de pensioenen te betalen. Dan is de maakindustrie onmisbaar.

Mythe 2: we hebben de maakindustrie niet nodig

Er wordt wel eens betoogd dat de maakindustrie maar naar de ontwikkelingslanden moet verhuizen. Maar dat kan niet eens, en het is schadelijk voor de rest van de economie. De hoogwaardige maakindustrie is een zeer kapitaalintensieve bedrijfstak _ denk bijvoorbeeld aan de chemische of de farmaceutische industrie. De ontwikkelingslanden hebben geen kapitaal. Wat ze hooguit aankunnen, is de arbeidsintensieve, minder geavanceerde industrie. De moderne industrie hoort bij ons. We hebben onszelf in de loop der jaren gespecialiseerd in industriële vaardigheden van wereldniveau, en het is een verspilling van diepe kennis en rijpe ervaring als we de maakindustrie zouden verkwanselen. Bovendien zijn de verschillende sectoren binnen de economie hecht aan elkaar verbonden. De dienstensector kan niet zonder de industrie (en vice versa). Zonder industrie hebben de accountants, de banken en de verzekeraars veel minder te doen. Daardoor heeft het verwaarlozen van de maakindustrie desastreuze gevolgen voor de hele economie.

Mythe 3: we kunnen alleen van diensten leven

Omdat in de economie alles met alles is verbonden, hebben we ook alles nodig. Trouwens, de traditionele indeling tussen landbouw, industrie en diensten is voorbijgestreefd. Neem zoiets alledaags als tulpen. Tulpen komen niet uit Amsterdam maar uit Aalsmeer. Aalsmeer is het wereldcentrum voor tulpenbollen. Alle draadjes van de wereldhandel in tulpenbollen lopen erdoor. Het is het centrale distributiecentrum op aarde. Tulpen moeten over de hele wereld worden gevlogen en toch vers aankomen, en daarvoor zijn ingenieuze verpakkingen nodig. De modernste technologische ontwikkelingen voor tulpen komen door en via Aalsmeer tot stand. Het is veel te simplistisch om te zeggen dat tulpenbollen tot de landbouwsector behoren. Het is zelfs meer dan agro-industrie. De productie en distributie van tulpen is een onontwarbaar kluwen van landbouw, industrie, distributie en handel. Het is een geïntegreerde bedrijfstak die de traditionele sectorgrenzen ver overschrijdt.

Het grensoverschrijdende karakter komt in bijna alle bedrijvigheden voor. Een vrij traditionele industrietak als de textielsector is iets heel anders dan alleen maar garen spinnen. Het is een sector met hoogwaardige technologische ontwikkeling, met vaak meer chemie dan katoen, die in onze landen op de creativiteit van de modeontwerpers steunt en die het moet hebben van een vernuftig wereldwijd distributienet. De simpele katoentjes worden in India gemaakt, het op kieskeurige klanten gerichte luxetextiel wordt met een dikke laag marketing bij ons gemaakt.

Mythe 4: de maakindustrie is stoffig en oubollig

Wie een moderne fabriekshal binnenstapt, raakt meteen al zijn vooroordelen kwijt. Het is niet vies, vuil en stinkend. Er wordt meestal met de modernste technieken gewerkt en met de beste organisatievormen geproduceerd. De maakindustrie innoveert misschien zelfs nog meer dan de ICT-sector. De oude industrie is inderdaad hartstikke dood. In de plaats daarvan is ongemerkt een totaal andere industrie opgegroeid. De nieuwe maakindustrie is alive and kicking. Meer nog dan het internet is dit de glorie van Vlaanderen en onze hoop in bange dagen.

Jules Theeuwes

De auteur is directeur van de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO), Universiteit van Amsterdam.

De nieuwe maakindustrie is ‘alive and kicking’ en vormt onze hoop in bange dagen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content