Er broedt iets onder de jongeren in Europa. Van Groot-Brittannië tot Duitsland neemt de onvrede toe. Onvrede ten overstaan van de dominantie van ouderen in het politieke en economische leven. Soms bekruipt me zelfs het gevoel dat we aan de vooravond staan van een nieuw mei 68, nu in het tijdperk van internationale, sociale netwerken.
...

Er broedt iets onder de jongeren in Europa. Van Groot-Brittannië tot Duitsland neemt de onvrede toe. Onvrede ten overstaan van de dominantie van ouderen in het politieke en economische leven. Soms bekruipt me zelfs het gevoel dat we aan de vooravond staan van een nieuw mei 68, nu in het tijdperk van internationale, sociale netwerken. Europa vergrijst en zo vergrijst de politiek, de economie, zelfs de democratie. Vooral dat laatste roept vragen op bij jongeren. Want als straks ouderen de 'democratische' meerderheid vormen? Ouderen van wie verwacht mag worden dat zij zich toch vooral zorgen maken om hun zorg, veiligheid en inkomen. Politiek vertaalt zich dit toch vooral in risicomijdend gedrag, vrees voor het onbekende en behoudsgezindheid. Dit conservatisme treft zowel politiek links als politiek rechts. Ter linkerzijde wordt de sociaaldemocratie met haar sterk geloof in het actieve aspect van de welvaartsstaat steeds meer ter discussie gesteld; ter rechterzijde wordt het liberalisme als elitair en 'waarde'-loos neergezet en zoekt men zijn heil in oude, plaatsgebonden, al dan niet religieuze waarden. Economisch vertaalt vergrijzing zich vooral in een obsessie met inflatie, zekerheid van spaartegoeden en behoud van werk- en/of pensioenszekerheid: kortom, een renteniersmaatschappij. Een beleidscocktail die niet alleen past bij, maar ook de beste garantie biedt voor economische neergang. De vraag die jongeren zich stellen, is hoe ze nog een toekomst kunnen hebben in zo'n maatschappij. Studies tonen ook aan dat jongeren het moeilijker zullen hebben om het inkomen en carrièreniveau van hun ouders te halen, laat staan te overstijgen. De revolte van de Franse jongeren tegen de verlenging van de pensioenleeftijd leek voor menig weldenkend econoom onbegrijpelijk. Voor de Franse jeugd was het nochtans overduidelijk: nog minder kans op een job en doorstroomperspectieven in hun carrière. Ouderen gaan nu nog langer blijven hangen op de veelal meest interessante plekken. En ook de Britse revolte tegen de drastische verhoging van collegegelden aan universiteiten lijkt voor de econoom moeilijk te plaatsen, om niet te spreken van de Nederlandse studentenrevolte tegen het beboeten van studenten die meer dan twee jaar langer doen over hun studie. Opnieuw lijken deze acties logisch vanuit een jongerenperspectief. Waarom zouden zij nu de volle pot moeten betalen terwijl vele generaties voor hen, inclusief de huidige Britse politici, mochten studeren op de kosten van Jan en alleman? Om maar te zwijgen over de Nederlandse minister Verhaegen, de CDA-onderhandelaar van het regeerakkoord, die met elf jaar over zijn studie geschiedenis, kampioen lang studeren was... Als de politieke en economische ontwikkelingen in Europa enige indicatie geven van wat jongeren te wachten staat, dan is hun frustratie heel begrijpelijk. Schattingen tonen aan dat de 'jonge' generatie, in tegenstelling tot de babyboomers, de rest van haar leven veel meer zal moeten afdragen aan belastingen en premies, dan ze ooit zal ontvangen in de vorm van uitkeringen of publieke voorzieningen. En eerder dan dit recht te zetten, lijkt de politiek vooral bezig deze ongelijkheid nog te versterken. Opnieuw een voorbeeld van onze noorderburen: de discrepantie tussen onderwerpen die in het Nederlandse regeerakkoord prioriteit kregen in termen van bijkomende investeringen (veiligheid en zorg), en de zware bezuinigingen die toch vooral bij jongeren terechtkomen (kinderopvang, cultuur, innovatie), is frappant. Kortom, voor jongeren blijven er in Europa niet veel opties meer over: aan de ene kant er de brui aan geven en emigreren naar landen met een dynamisch groeiperspectief, aan de andere kant een eigen politieke beweging opstarten. Wat dat laatste betreft: wat vindt u van deze stelling? Net zoals jongeren onder de achttien geen stemrecht hebben, lijkt het logisch dat ouderen die niet langer actief zijn, ook geen stemrecht hebben. Professor economie aan de Universiteit MaastrichtLUC SOETE, Professor economie aan de Universiteit MaastrichtEuropa vergrijst en zo vergrijst de politiek, de economie, zelfs de democratie. Vooral dat laatste roept vragen op bij jongeren.