In de voorbije jaren werden de energieanalisten meermaals verteerd door de angst dat het volume olie dat elk jaar naar boven werd gepompt een absolute piek zou bereiken en spoedig een duizelingwekkende terugval zou beleven. De schrik voor 'piekolie' heeft ertoe bijgedragen dat de petroleumprijzen recordhoogten bereikten, nominaal gezien tenminste.
...

In de voorbije jaren werden de energieanalisten meermaals verteerd door de angst dat het volume olie dat elk jaar naar boven werd gepompt een absolute piek zou bereiken en spoedig een duizelingwekkende terugval zou beleven. De schrik voor 'piekolie' heeft ertoe bijgedragen dat de petroleumprijzen recordhoogten bereikten, nominaal gezien tenminste. In theorie zouden de westerse bedrijven op de onstuimige vraag en de duizelingwekkende prijzen moeten reageren door meer olievelden op te sporen en te ontwikkelen. Maar omdat ze geprofiteerd hebben tijdens de decennia dat Opec aan zelfverloochening leed en in de landen waartoe ze toegang hadden het grootste deel van de vlot bereikbare olie naar boven hebben gehaald, hebben ze nu de makkelijke expansiemogelijkheden uitgeput. Ze zijn nu aangewezen op enorm dure projecten om bijvoorbeeld ruwe petro- leum boven te halen van onder de ijzige wateren rond de Noordpool of olie te puren uit kleverige teerafzettingen. De enige lichtpunten zijn nog gebieden als de voormalige Sovjet-Unie en Afrika, waar Opec niet de plak zwaait en waar prospectie met gebruik van moderne technologie nog maar net op gang is gekomen. Maar de landen die het meest veelbelovende terrein voor exploratie vormen, hebben nationalistische trekjes gekregen: Rusland en Kazachstan hebben buitenlandse bedrijven al het leven moeilijk gemaakt en Angola is toegetreden tot de Opec. Geen wonder dus dat de oliemajors moeite hebben om hun productie op te krikken. Ze zullen in de loop van het komende jaar blijven ploeteren, gehinderd door de beperkte mogelijkheden die nog eens bemoeilijkt worden door het gebrek aan ingenieurs en uitrusting. Omdat Opec in het verleden altijd de eerste was om de productie te beperken, beschikt ze nog altijd over grote, makkelijk toegankelijke oliereserves. Op zich is ze in staat om haar productie snel te verhogen - hoewel ze er waarschijnlijk de voorkeur aan zal geven de olieprijzen nog wat in stand te houden door nieuwe velden maar in een matig tempo te ontwikkelen. In 2008 zal het kartel proberen elk vat te verkopen voor een prijs tussen 60 en 80 dollar, dat is ruwweg drie keer het doorsnee niveau van het begin van het decennium. De leden van het kartel zijn vooral beducht voor toenemende quota, net nu de wereldeconomie aan het vertragen is. De combinatie van lagere vraag en toegenomen aanbod zou de prijzen immers de dieperik in kunnen jagen. Het is dan ook veel waarschijnlijker dat Opec de wereldwijde vertraging nog zal verergeren door de prijzen hoog te houden, dan dat ze soelaas zal brengen door toe te laten dat de prijzen dalen. Die onwrikbare houding zal heel wat wrijving veroorzaken bij de grote olie-invoerders. De vergaderingen van de Opec zullen evenveel aandacht trekken en aanstoot geven als in de jaren zeventig. De Amerikaanse presidentskandidaten zullen heel wat luidruchtige banvloeken sturen in de richting van Saudi-Arabië, laat staan van de meer militante leden van Opec zoals Venezuela en Iran. De voorstanders van biobrandstoffen zullen van hun kant verwijzen naar de hoge olieprijzen - en de hand die Opec daarin heeft - om meer subsidies voor ethanol en biodiesel te verantwoorden. De verkoop van zuinige auto's en hybride wagens zal verder uitdijen, terwijl de grote brandstofslokkers zoals de SUV's steeds verder achterop zullen raken. Opgeschrikte westerse regeringen zullen programma's voor efficiënt brandstofgebruik lanceren en de wetenschaplui die mogelijke mirakelbrandstoffen en -voertuigen aan het ontwikkelen zijn, geld toesmijten. Kortom, de jongste periode van opgang van de Opec bevat - net als tijdens haar hoogdagen in de jaren zeventig - de kiemen van zijn eigen teloorgang, maar dat zal in 2008 slechts een magere troost zijn voor de zwaar op de proef gestelde chauffeurs. DE AUTEUR IS CORRESPONDENT ENERGIE EN MILIEU VAN THE ECONOMIST. Door Edward McBride