De Verenigde Staten lijken wel het patent te hebben op uitzichtloze oorlogen. De war on terror is veruit de bekendste, maar de war for talent is al minstens even uitzichtloos. Dat zegt Jeffrey Pfeffer, een Amerikaanse managementdenker, bekend om zijn controversiële, maar vaak volkomen terechte kritiek op populaire managementhypes. En dat is precies wat de oorlog om talent volgens hem is: een zinloze, dure hype, uitgevonden door een legertje consultants.
...

De Verenigde Staten lijken wel het patent te hebben op uitzichtloze oorlogen. De war on terror is veruit de bekendste, maar de war for talent is al minstens even uitzichtloos. Dat zegt Jeffrey Pfeffer, een Amerikaanse managementdenker, bekend om zijn controversiële, maar vaak volkomen terechte kritiek op populaire managementhypes. En dat is precies wat de oorlog om talent volgens hem is: een zinloze, dure hype, uitgevonden door een legertje consultants. Hoezo een hype, zegt u? De gevolgen van de oorlog om talent zijn toch reëel? Vacatures raken niet ingevuld, groeiambities staan op de helling door nijpende personeelstekorten, en toptalent wordt door de concurrentie weggelokt naar het groene gras aan de overkant. Je zou voor minder de messen slijpen en een duur headhuntersbureau inschakelen. Maar volgens Jeffrey Pfeffer is al dat oorlogsdenken onnodig en zelfs nefast voor de bedrijfscultuur. Want bedrijven die vastzitten in de metafoor van de oorlog om talent, hebben de neiging om individueel talent, en vooral extern individueel talent, te idealiseren, en dat gaat ten koste van investeringen in het team. Elke euro die je spendeert aan het binnenhalen en tevreden houden van een Lionel Messi, kun je niet investeren in innovatie en de ontwikkeling van je ploeg. We kennen de gevolgen daarvan bij FC Barcelona: een diepe financiële put, onderlinge afgunst en een gekelderde spelersmoraal. Waardoor de club alleen maar afhankelijker werd van Lionel Messi. Niet dat ik een probleem heb met Lionel Messi. Ik kan hem alleen maar feliciteren met zijn onderhandelingsvaardigheden. Wel kunnen we vraagtekens plaatsen bij het hr-beleid van FC Barcelona, dat halsstarrig bleef investeren in één ster, met alle gevolgen van dien. Ik ga ervan uit dat de helft van uw payroll niet verdwijnt naar die ene witte raaf. Toch blijft het witteraafdenken sterk aanwezig in veel bedrijven. Tegen beter weten in, want uiteindelijk ligt het kerkhof vol onmisbare mensen. Maar hoe pakken we het personeelstekort dan aan? Volgens Jeffrey Pfeffer is het probleem niet het nijpende tekort aan mensen, maar een teveel aan managers met ongebreidelde ambities, zonder realiteitszin voor de beschikbaarheid van middelen. Sinds de financiële crisis zijn managers zich er nochtans erg van bewust dat hun financiële middelen uitputbaar zijn. Ook het bewustzijn dat de natuurlijke middelen schaars zijn, begint steeds meer te dagen. Maar dat ook onze menselijke middelen schaars zijn, wordt wel eens vergeten. Jawel, ondanks de overbevolking op onze planeet zijn de menselijke middelen schaars en uitputbaar, en onvoldoende om al die groeiambitie van onze bedrijven waar te maken. Om schaarse middelen strijden is zinloos. En je moet schaarse middelen al zeker niet uitpersen, om je ambitie toch maar te kunnen realiseren. Met schaarse middelen moet je net heel zuinig en zorgzaam omspringen. Dat betekent: zorg dragen voor de mens achter je menselijke middelen, echt investeren in hun groei. Het betekent ook: desnoods je kortetermijnambitie bijstellen en je talent de kans geven om bij te benen met je ambitie, zodat het ook voor hen houdbaar blijft. Het betekent ook: je definitie van talent verruimen en durven te investeren in de non-usual suspects. Een mus in plaats van een witte raaf. En allicht betekent het ook dat je mensen moet kunnen verliezen, wanneer blijkt dat hun schaarse talenten elders op een veel nuttigere manier kunnen worden ingezet. Tot slot zijn je ex-medewerkers ook vaak je beste ambassadeurs. Kortom: als je als bedrijf echt de oorlog om talent wilt winnen, moet je allicht bereid zijn een paar veldslagen te verliezen. Een beetje zoals Manchester United, dat David Beckham destijds voor een prikje verkocht, met het oog op de gezondheid van de ploeg op lange termijn.