De aanvullende verzekering verplicht voor iedereen - een semantische ongerijmdheid, die in juridisch jargon perfect mogelijk is. Volgens een krantenbericht van vorige week ligt een wetsvoorstel in die zin op tafel. Het is maar de vraag of minister van Sociale Zaken Rudy Demotte (PS) zijn fiat geeft aan de protectionistische logica die het voorstel van de Controledienst voor de Ziekenfondsen kenmerkt.
...

De aanvullende verzekering verplicht voor iedereen - een semantische ongerijmdheid, die in juridisch jargon perfect mogelijk is. Volgens een krantenbericht van vorige week ligt een wetsvoorstel in die zin op tafel. Het is maar de vraag of minister van Sociale Zaken Rudy Demotte (PS) zijn fiat geeft aan de protectionistische logica die het voorstel van de Controledienst voor de Ziekenfondsen kenmerkt. Officieel wil het wetsvoorstel - dat al dateert van september - een bestaande toestand regulariseren. Elk lid van een ziekenfonds betaalt al sociale bijdragen aan de RSZ, maar ook een verplichte ledenbijdrage aan zijn ziekenfonds. De mutualiteiten gebruiken die bijdrage voor de invulling van diensten in hun aanvullende verzekering. Wat ziekenfondsen daarin aanbieden, verschilt nogal. De nieuwe wet wil bepalen welke diensten verplicht moeten worden georganiseerd, welke diensten facultatief zijn voor het ziekenfonds, maar verplicht voor alle leden, en welke diensten facultatief zijn voor beide. Tot zover de officiële lezing. Eigenlijk gaat het om een protectionistische denkpiste om de huidige machtsverhoudingen te bestendigen tussen de ziekenfondsen. Bovendien geeft de maatregel mogelijk aanleiding om de speelruimte van de private aanbieders van aanvullende verzekeringen in te perken. Vandaag profileren vooral de Onafhankelijke Ziekenfondsen (OZ) zich via de aanvullende verzekeringen. Met succes blijkbaar, want het ledenaantal van de OZ stijgt, terwijl de traditionele politiek georiënteerde mutualiteiten marktaandeel verliezen. Laakbare commerciële praktijken mogen uiteraard worden aangepakt, maar wetgevend paniekvoetbal om ledentrouw af te kopen, heeft in dit geval perverse effecten. Door de reclamebestedingen voor aanvullende verzekeringen en de invulling ervan aan banden te leggen, willen de traditioneel grotere mutualiteiten de competitie in de kiem smoren. Ze doen dat onder de vlag van de bescherming van de solidariteit, want competitie zou de basisverzekering uithollen. Niets is minder waar. Het aanbod in de gezondheidszorg wordt bepaald door de vraag van de patiënt. Hoe hoog de rekening mag oplopen, wordt momenteel beslist in allerlei overlegstructuren, waar zowel ver-strekkers als betalers van het systeem zetelen. Het huidige wetsvoorstel ondermijnt die democratische overlegstructuur in de ziekteverzekering. Een verplicht aanvullend pakket staat immers gelijk met het opdelen van de verplichte basisverzekering in twee pijlers. De eerste pijler volgt de weg van het overleg tussen verstrekkers en betalers van de ziekteverzekering. Voor de tweede aanvullende pijler staat dan de deur op een kier om innovatieve behandelingen of diensten buiten de overlegorganen van de huidige ziekteverzekering te houden. De basis voor solidariteit verkleint dan tot het ledenbestand van de mutualiteit. Met andere woorden: de ruimte voor competitie verkleinen, betekent de rekening voor het individu verhogen. Roeland Byl