Van een migratie- en ontwikkelingseconoom verwacht men veeleer een rabiate aanklacht tegen het kapitalisme, dan een pleidooi om het te redden. Toch is dat de kern van het recentste boek van Oxford-professor en econoom Paul Collier. In The future of capitalism haalt hij snoeihard uit naar het hedendaagse vrijemarktkapitalisme, omdat het op vele vlakken is ontspoord. Hij reikt ook concrete oplossingen of scenario's aan om dat recht te zetten. "Het kapitalisme is tot nu toe het enige systeem dat erin slaagt de levensstandaard van zoveel mogelijk mensen te verhogen", verklaart Collier. "Maar af en toe ontspoort het en moeten we het bijsturen."
...

Van een migratie- en ontwikkelingseconoom verwacht men veeleer een rabiate aanklacht tegen het kapitalisme, dan een pleidooi om het te redden. Toch is dat de kern van het recentste boek van Oxford-professor en econoom Paul Collier. In The future of capitalism haalt hij snoeihard uit naar het hedendaagse vrijemarktkapitalisme, omdat het op vele vlakken is ontspoord. Hij reikt ook concrete oplossingen of scenario's aan om dat recht te zetten. "Het kapitalisme is tot nu toe het enige systeem dat erin slaagt de levensstandaard van zoveel mogelijk mensen te verhogen", verklaart Collier. "Maar af en toe ontspoort het en moeten we het bijsturen." De recentste ontsporing begon in de jaren tachtig en is nog altijd niet tot een halt gebracht. Daardoor zijn volgens Collier twee belangrijke maatschappelijke kloven ontstaan, die bovendien almaar groter worden. "De divergentie tussen bloeiende steden en slabakkende landelijke gebieden is enorm toegenomen", stelt hij. Londen is daar een extreem voorbeeld van. "In Londen ligt de productiviteit 70 procent hoger dan in de rest van het land. Dat heeft niet zozeer te maken met de individuele vaardigheden de stadsbewoners, maar met het feit dat daar een heleboel bekwame mensen dicht bijeen zitten. Als je die naar het platteland zou sturen, zouden ze plots heel wat minder productief zijn." Agglomeratiewinsten noemt Collier dat fenomeen, dat zich vooral laat voelen in de vastgoedprijzen en de lonen in stedelijke gebieden. "Londen trekt de meest bekwame werknemers aan, waardoor de vastgoedprijzen stijgen, maar de landelijke gebieden blijven daardoor verweesd achter", legt Collier uit. Om dat recht te trekken pleit hij ervoor die agglomeratiewinsten hoger te belasten, via de vastgoed- en loonbelasting. Een tweede belangrijke kloof is volgens Collier die in het onderwijs. Hoger onderwijs en pure cognitieve vaardigheden hebben de jongste vier decennia enorm aan prestige gewonnen. Daar hebben vooral kenniswerkers van geprofiteerd. Onterecht, volgens Collier. "Cognitieve vaardigheden zijn nuttig, maar ze zijn niet het allerbelangrijkste. Voor de helft van de bevolking heeft het weinig zin na hun zestien jaar nog sterk in te zetten op enkel het cognitieve", legt de econoom uit. Hij pleit voor een opwaardering van beroepsopleidingen om die prestigekloof tussen hoog- en laagopgeleiden te dichten. "Beroepsopleidingen moeten even prestigieus en financieel aantrekkelijk worden als de pure kennisopleidingen." Collier ziet Zwitserland als het beste voorbeeld. Het zet die twee opleidingsvormen op gelijke voet. "Dat land heeft enerzijds een universiteit van wereldformaat, maar tegelijk kiest 60 procent van de Zwitserse jongeren voor een beroepsopleiding. Die geniet evenveel aanzien als het universitair onderwijs." Volgens Collier is het cruciaal dat bedrijven mee aan het roer staan van die beroepsopleidingen. "Ondernemingen financieren mee die opleidingen, en hebben er dus alle belang bij betrokken te zijn bij de organisatie en het ontwerp ervan." Ook bedrijven zullen volgens Collier bepalend zijn voor de overleving van het kapitalisme, door de manier waarop ze hun werknemers behandelen. Die is ook achteruitgegaan, blijkt onder meer uit de jaarlijkse jobs&skills-enquête onder Britse werknemers. "Veertig jaar geleden zei een grote meerderheid van de werknemers voldoende autonomie te hebben in zijn werk. Nu is dat nog maar een kleine minderheid. Bedrijven en de overheid zijn de jongste decennia verschoven van een systeem dat inzet op wederzijds vertrouwen, naar een systeem van controle, sancties en beloningen", hekelt Collier. Het belang van vertrouwen in een bedrijf blijkt volgens Collier duidelijk uit de verschillende bedrijfsculturen van General Motors en Toyota. "Het model van Toyota was een van gedeelde identiteit tussen het management en de werknemers. Ze spraken van 'we', droegen dezelfde kleding en aten in dezelfde kantine. En er was een gemeenschappelijk doel: betrouwbare auto's maken. GM was het tegenovergestelde, met een heel hiërarchische structuur, enorme bonussen aan de top en een management dat vaak lijnrecht tegenover de werknemers en vakbonden stond", legt Collier uit. Het perfecte voorbeeld daarvan is Toyota's mantra: fouten zijn schatten. "Hoe meer fouten er in de assemblagelijn werden ontdekt, hoe beter. Daarom hingen over heel de lijn touwen, om de productie stop te zetten wanneer iemand een fout zag. Dat kostte enorme veel, maar het werkte, want de werknemers snapten het doel en deden het enkel wanneer het nodig was. Toen GM dat ook probeerde, legden de werknemers de lijnen om de haverklap stil, als blijk van onvrede over het management, dat als reactie die touwen weer liet verwijderen. GM ging in 2009 failliet, Toyota is er nog. Zo zie je dat vertrouwen ertoe doet en werknemers voldoening geeft." Vanuit de overheid ziet Collier dezelfde wantrouwige reflex, met alle nefaste gevolgen van dien, vooral voor jonge, kwetsbare gezinnen. Hij noemt het sociaal paternalisme. "De hele overheidsstructuur rond sociale uitkeringen is erop gericht jonge, kwetsbare gezinnen te straffen wanneer ze met iets niet in orde zijn. Maatschappelijk werkers besteden meer dan 80 procent van hun tijd aan van bovenaf gestuurde controle en administratie", zegt hij ontsteld. Terwijl het tegenovergestelde nodig is. "Ik pleit voor sociaal maternalisme, waarmee we jonge gezinnen vooral in de eerste jaren dat ze kinderen hebben zoveel mogelijk ondersteunen." Hij wijst daarvoor naar het groeiende wetenschappelijke bewijs dat kinderen die veel stress ondervinden, zelfs wanneer ze nog niet geboren zijn, een onomkeerbare achterstand oplopen, zowel fysiek als mentaal. Om het kapitalisme te redden en te herstellen, zijn volgens Collier vier zaken nodig. Ten eerste moet ethiek of moraliteit opnieuw een prominente plaats krijgen in gezinnen, bedrijven en de samenleving. "Mensen hebben een natuurlijke aanleg voor moreel gedrag en sociale normen", legt Collier uit. Alleen is dat de jongste veertig jaar in de verdrukking gekomen door het concept van de homo economicus of economic man. Dat stelt dat iedere mens rationeel denkt en enkel uit is op winstmaximalisatie. "Dat is complete onzin. Zo'n type staat gelijk aan een psychopaat en de natuurlijke evolutie heeft erover beslist dat een menselijke samenleving maar een beperkt aantal psychopaten kan verdragen." Collier plaats daar de social man tegenover. Dat idee van de mens als sociaal wezen moet in ere worden hersteld. "De samenleving is de jongste veertig jaar afgebeeld als enerzijds de overheid als regelgever en anderzijds individuen die hebzuchtig, lui en egoïstisch zijn. Daar is de politieke tweespalt uit voortgekomen met ofwel een sterke staat ofwel een sterk individu in de hoofdrol. Maar dat is een verschrikkelijk slecht uitgangspunt om je samenleving op te enten. We hebben nieuwe structuren nodig, waarin de beslissingsmacht, de verantwoordelijkheden en de plichten door een veel bredere laag van de bevolking worden gedragen." Een tweede oplossing die Collier naar voren schuift, is het belang van wederkerigheid. Hij pleit voor een systeem van wederkerige plichten en verbintenissen. "We hebben te veel de nadruk gelegd op rechten. We hebben een universele verklaring van de plichten van de mens nodig. Het een kan niet zonder het ander", zegt hij. Het volstaat om naar de levensloop van een doorsneemens te kijken. "Aan het begin en het einde van ons leven zijn we volkomen afhankelijk van anderen. Baby's en bejaarden eisen niet hun rechten op, maar vertrouwen op het plichtsbesef van anderen. Dat is geen rechtenverhaal, maar een plichtenverhaal." Een derde remedie is de kracht van verhalen, aldus Collier. Verhalen zijn cruciaal om het tij te keren. "Via verhalen en een narratief construeren mensen hun identiteit en vormen ze een idee van hoe de wereld in elkaar zit. Verhalen zijn een zeer krachtig middel, veel krachtiger dan louter informatie. De grote vraag is of overheden erin zullen slagen het huidige narratief te veranderen", stelt hij. Bij wijze van voorzet wijst hij op het belang van transportinfrastructuur tussen de productieve steden en de achtergebleven landelijk gebieden. Als overheden daarin investeren, is dat een duidelijk verbintenis, waarrond ze een positief verhaal kunnen breien. "Om die kloof te dichten, is het zaak de productiviteit van mensen en middelen beter te verspreiden. Elke regio zou een eigen productieve hub moeten krijgen, met goede verbindingen ernaartoe, zodat mensen uit de omliggende steden en regio's probleemloos kunnen pendelen." Volgens Collier moet niet alles in megasteden worden geconcentreerd. "Middelgrote steden kunnen succesvol zijn, maar dat vergt wel inspanningen." Ten slotte komen we er volgens Collier alleen maar uit door een gezonde dosis pragmatisme aan het kapitalisme toe te voegen. "De ontsporing is perfect aan te pakken", zegt hij. Hij pleit niet voor een revolutie of een omverwerping van het systeem, maar voor stapsgewijze bijsturingen. "Eerst moet je de context goed begrijpen. Vervolgens probeer je verschillende soorten beleid en maatregelen uit om de situatie te keren, en tot slot voer je in wat werkt. Er bestaat geen blauwdruk voor een utopie, want die utopie bestaat niet."