De eerste signalen van de ontpoldering van het consensusmodel op bedrijfsniveau druppelen de berichtgeving binnen. Een staking hier, toenemende criminaliteit op de werkvloer daar en een ongewoon hoog ziekteverzuim nog ergens anders. Een veeg teken. Een ommekeer dringt zich op, maar dat kan alleen als de ondernemingen massaal hun verkrampte kortetermijndenken inruilen voor een stabiele langetermijnstrategie. De managers moeten zich dringend loswurmen uit het dwangbuis dat de aandeelhouders hen aansnoeren.
...

De eerste signalen van de ontpoldering van het consensusmodel op bedrijfsniveau druppelen de berichtgeving binnen. Een staking hier, toenemende criminaliteit op de werkvloer daar en een ongewoon hoog ziekteverzuim nog ergens anders. Een veeg teken. Een ommekeer dringt zich op, maar dat kan alleen als de ondernemingen massaal hun verkrampte kortetermijndenken inruilen voor een stabiele langetermijnstrategie. De managers moeten zich dringend loswurmen uit het dwangbuis dat de aandeelhouders hen aansnoeren. Op hun beurt moeten de aandeelhouders inzien dat het speculeren op de korte termijn slecht afloopt. Wie zich concentreert op het snoeien, moet immers blijven saneren om de winst en de koers steeds weer op te drijven. Zo'n volgehouden anorexiastrategie leidt slechts tot uitputting. Zowel het bedrijf (te veel ervaren en creatieve medewerkers worden aan de deur gezet, terwijl de blijvers ten prooi vallen aan demotivering) als de maatschappij (hoge werkloosheid en een slappe economische groei als gevolg van krimpende, falende en weinig innovatieve bedrijven) worden er alleen maar slechter van. Latijnse model.Zo luidt de klacht van Arjen van Witteloostuijn, hoogleraar bedrijfseconomie en bedrijfskunde aan de Universiteit Maastricht, in De anorexiastrategie - Over de gevolgen van saneren. Nieuw is dat klaaglied zeker niet. Alleen heeft de auteur de analyse deze keer stevig onderbouwd met een bibliotheek vol referenties naar onderzoeken en managementboeken ter zake. Ten tweede plaatst hij de opmars van het zogeheten aandeelhouderskapitalisme in een breed (politiek) kader. Ten derde schuift hij zelf verregaande voorstellen naar voren om te evolueren in de richting van een utopisch model, waarin democratie en markteconomie een absolute voorwaarde blijven, maar waarin de werknemers via bedrijfsaandelen en medezeggenschap een grote mate van controle krijgen. Uiteraard is ook dit derdewegmodel niets nieuws, maar alweer slaagt Van Witteloostuijn erin om die vaak puur academisch aandoende voorstellen te kaderen in de concrete actualiteit. Ondertussen legt hij ook kwistig verbanden tussen bedrijfsgerichte auteurs als Jeffrey Pfeffer en macro-economen als Paul Krugman. Hij ontzenuwt ook enkele hardnekkige mythen, zoals de invloed van de internationalisering (zie kader). Daardoor wordt de context boeiender dan de boodschap. Of hoe een misser alsnog best interessante lectuur kan opleveren. Eerst toont de hoogleraar uitvoerig aan dat het Amerikaanse en Nederlandse bedrijfsleven geïnfecteerd is met het saneervirus. Een onderzoek van de economische statistieken van België, Duitsland en Zweden leert dat ook de grote ondernemingen in deze landen zwaar aangetast zijn door dezelfde saneerdrift. De auteur kiest deze drie landen uit, omdat ze drie verschillende versies van het West-Europese consensusmodel vertegenwoordigen. Naast het Nederlandse poldermodel plaatst hij de Latijnse cultuur van België, het Rijnlandkapitalisme van Duitsland en de restanten van het derdewegmodel in Zweden. Commentarieert hij: "Het buurland België vertoont waarschijnlijk meer verschillen dan overeenkomsten met Nederland. (...) Het Belgische zakenleven staat met beide benen in de Frans-Latijnse traditie. Grote delen van het Belgische bedrijfsleven zijn in Franse handen." Tony Blair.Zowel inzake werkloosheid, productiviteit als economische groei scoren deze landen erg belabberd in het jongste decennium. In die zin vertonen ze vele gelijkenissen met de Amerikaanse economie. Beklemtoont van Witteloostuijn: "Daar kunnen de opgeklopte hosannaverhalen over het economisch wonder van de jaren '90 van Bill Clinton cum suis weinig aan veranderen: een gemiddelde BBP-groei van 1,9%, een gemiddelde stijging van de werkgelegenheid met 1,1%, een (weliswaar lichte) toeneming van de werkloosheid met 0,1% en een magere productiviteitsgroei van gemiddeld 0,6% per jaar - geen cijfers om trots op te zijn. De andere westerse economieën, met uitzondering misschien van Nederland, doen het zelfs nog slechter." Bovendien weerspiegelen de matige prestaties van deze economieën zich in stagnerende of zelfs dalende reële lonen. Daardoor neemt de ongelijkheid in de meeste Oeso-landen fors toe. Dat blijkt zelfs in grotere mate het geval voor het egalitaire Nederland dan voor België. Ook door die groeiende kloof dreigt het gemor van de massa toe te nemen, wat de val van het consensusmodel kan versnellen. Ondertussen blijven de grote ondernemingen massa-ontslagen aankondigen, terwijl ze recordwinsten opstapelen. Die winst wordt niet eens gebruikt om te investeren in de toekomst. De overheid zou dus corrigerend moeten optreden, pleit van Witteloostuijn, maar hij treedt steeds verder terug. Met niet langer de conservatieve Margaret Thatcher, maar de progressieve Tony Blair als grote roerganger. Arjen van Witteloostuijn, De anorexiastrategie - Over de gevolgen van saneren. AP, 414 blz., 1399 fr.luc de decker