De wereld heeft in de 21ste eeuw een gouden start genomen. In 2005 bedroeg het wereldinkomen, gemeten naar koopkracht, al 60.700 miljard dollar (ongeveer 200 keer het Belgische bbp). En dat inkomen dikte vorig jaar reëel met 4,8 % aan, of met bijna 3000 miljard dollar (tien keer het Belgische bbp). Anders gezegd: op het huidige groeiritme wordt er om de vijf weken een economie ter waarde van de Belgische toegevoegd aan de wereldeconomie. Wellicht is er nooit eerder op dergelijke globale schaal welvaart gecreëerd. De wereldeconomie schrijft geschiedenis.
...

De wereld heeft in de 21ste eeuw een gouden start genomen. In 2005 bedroeg het wereldinkomen, gemeten naar koopkracht, al 60.700 miljard dollar (ongeveer 200 keer het Belgische bbp). En dat inkomen dikte vorig jaar reëel met 4,8 % aan, of met bijna 3000 miljard dollar (tien keer het Belgische bbp). Anders gezegd: op het huidige groeiritme wordt er om de vijf weken een economie ter waarde van de Belgische toegevoegd aan de wereldeconomie. Wellicht is er nooit eerder op dergelijke globale schaal welvaart gecreëerd. De wereldeconomie schrijft geschiedenis. België moet tussen al dat groeigeweld dit jaar tevreden zijn met een welvaartstoename met 2,5 %, ondanks de recordeuforie bij de bedrijfsleiders. Maar hun gemoedstoestand volgt steeds meer de wereldeconomie, en steeds minder de Belgische economie, omdat hun orders en vooral hun winsten steeds meer buiten de Belgische grenzen worden verdiend. De wereld houdt dit groeiritme nu al vol sinds 2001, en ook voor de komende jaren zijn de verwachtingen hooggespannen. Het wereldinkomen stijgt ook een stuk sneller dan de wereldbevolking, wat resulteert in een jaarlijkse stijging van het inkomen per capita met 3,5 %. Toegegeven, de welvaart wordt in toenemende mate ongelijk verdeeld, maar intussen worden mensen toch maar met miljoenen tegelijk uit het armoedemoeras gezogen. Het is ook ongezien dat zowat de hele wereld deelt in de huidige expansiefase, want traditiegetrouw is er wel altijd een regio die met een inzinking kampt. Maar nu is er van Europa tot Japan en van Brazilië tot China sprake van een goede tot uitstekende conjunctuur. Het IMF verwacht dat er dit jaar maar drie landen een krimpende economie zullen kennen: Zimbabwe (-4,7 %), Equatoriaal Guinea (-1,1 %) en de Seychellen (-1,4 %). Drie Afrikaanse landen dus, maar toch mist Afrika deze keer de boot niet. De gemiddelde Afrikaanse groei (5,7 %) klopt zelfs het wereldgemiddelde. Risico's die de pret kunnen bederven, zijn er nochtans genoeg. Het tekort op de handelsbalans van de VS, het risico op een pandemie, geopolitieke spanningen, dure grondstoffen of zelfs een schaarste aan grondstoffen, een financiële crisis die een economische uitlokt, de duurzaamheid van het Chinese groeimirakel, of protectionisme dat de kop opsteekt. Maar de wereldeconomie stoomt tot veler verbazing vrolijk verder omdat de fundamentals goed zijn: meer internationale handel, meer investeringen in fabrieken, technologie of onderwijs, een spectaculaire stijging van de beroepsbevolking die meedoet met de globale economie. Dat groeiverhaal is nog lang niet afgelopen, al zal dat op langere termijn wellicht gepaard gaan met vallen en opstaan. Op korte termijn is er hooguit een adempauze op til. Volgend jaar zou de groei van de wereldeconomie terugvallen tot net 4 %. Vooral het rijke Westen zou gas moeten terugnemen, maar die groeivertraging is logisch en zou de opwaartse trend niet mogen breken. De vertraging is al het meest uitgesproken bezig in de VS. De conjunctuurindicatoren zwenken er zuidwaarts. De renteverhogingen van de Amerikaanse centrale bank om de stilaan ongezonde hausse in de vastgoedmarkt tot staan te brengen, en oplopende inflatiecijfers in de kiem te smoren, eisen hun tol. Tel daarbij de aanhoudende hoge olieprijzen, en de Amerikaanse consument is veroordeeld tot een minder snelle groei van de consumptiebestedingen. En dat is de achilleshiel van de wereldeconomie, die nog altijd teert op de consumptiedrift van Joe Sixpack. Toch zou het al heel verkeerd moeten lopen om een Amerikaanse recessie uit te lokken. De eurozone, België incluis, is de volgende die in het najaar in het spoor van de VS gas zal moeten terugnemen. Ook hier is de vertraging logisch, want de schuldigen zijn grotendeels dezelfde als in de VS. Dure energie en duurder geld (renteverhogingen door de Europese Centrale Bank), en eventueel een sterkere euro. Maar de vertraging zou mild zijn: van 2,5 % groei dit jaar naar 2 % volgend jaar, om daarna opnieuw te hernemen. De opwaartse trend die in de jaren negentig is ingezet zou daarom ongeschonden blijven. Dat betekent dat de nakende vertraging minder uitgesproken zal zijn dan die van 2005 en 2003, en nog veel minder dan de appelflauwte van 2001. De Belgische economie wordt dus, soms willens nillens, meegezogen door de wereldgroei. Daan Killemaes