De regering-Michel sluit 2016 af met een begrotingstekort van 3 procent van het bbp, een verslechtering met 0,5 procentpunt ten opzichte van 2015. De uitgaven dalen wel, maar de inkomsten blijven achter. Onder andere de onvolledig gefinancierde taxshift slaat een gat in de begroting. Door de geplande besparingen en de impact van de economische groei (1,4 % voor 2017) zal het totale begrotingstekort in 2017 dalen tot 2,3 procent van het bbp. Dat cijfer zal in de daaropvolgende jaren niet wijzigen, zo voorspelt de Nationale Bank. Een aantal lastenverlagingen van de taxshift wordt ...

De regering-Michel sluit 2016 af met een begrotingstekort van 3 procent van het bbp, een verslechtering met 0,5 procentpunt ten opzichte van 2015. De uitgaven dalen wel, maar de inkomsten blijven achter. Onder andere de onvolledig gefinancierde taxshift slaat een gat in de begroting. Door de geplande besparingen en de impact van de economische groei (1,4 % voor 2017) zal het totale begrotingstekort in 2017 dalen tot 2,3 procent van het bbp. Dat cijfer zal in de daaropvolgende jaren niet wijzigen, zo voorspelt de Nationale Bank. Een aantal lastenverlagingen van de taxshift wordt immers pas in de periode 2017-2019 doorgevoerd. Daar staan nog altijd te weinig inkomsten tegenover omdat de terugverdieneffecten van de taxshift (meer banen door de lagere lasten op arbeid) beperkt blijven. Het structurele begrotingssaldo (het tekort gecorrigeerd voor eenmalige maatregelen en conjunctuurschokken) blijft in 2017 met -2,1 procent ver onder de doelstellingen. Om in 2018 een structureel begrotingsevenwicht te halen, moet de regering 8 miljard euro vinden. Dat is onbegonnen werk gezien de slechte relaties tussen de coalitiepartners in de federale regering. Niemand gunt de ander nog iets. Premier Michel zal in het voorjaar proberen de hervorming van de vennootschapsbelasting vlot te krijgen. Maar dat lukt amper omdat CD&V in ruil een meerwaardebelasting op aandelen eist. Door de daling van de tarieven in de vennootschapsbelasting in de buurlanden (Nederland, Groot-Brittannië en net voor de zomer ook Frankrijk met een nieuwe rechtse president) is de regering-Michel verplicht 'iets' te doen. Er wordt afgesproken het nominaal tarief van 34 procent in een eerste fase met 5 procentpunten te verlagen tot 29 procent. In ruil daarvoor laten Open Vld en de N-VA toe dat de begrotingsteugels niet te strak worden aangetrokken. Het structurele begrotingsevenwicht voor 2018 wordt definitief opgegeven. Omdat een aantal overheidsleningen op vervaldag komt en geherfinancierd wordt tegen een gunstiger rentetarief, dalen de rentelasten met 0,3 procent van het bbp en neemt het begrotingstekort dus af zonder al te grote inspanningen. Daarnaast kiest de regering voor beperkte besparingen in de gezondheidszorg en het overheidsapparaat. Dat gebeurt enkel en alleen omdat de regering onder druk van de N-VA wil uitpakken met een positief primair saldo (de ontvangsten min de uitgaven zonder de rentelasten). Het primair saldo is een belangrijke buffer om de vergrijzingskosten op te vangen. In 2016 ging dat saldo onder nul (-0,3 % van het bbp), in 2017 is het weer positief met 0,1 procent. Maar een duurzame sanering van de overheidsfinanciën komt er niet. De regering-Michel is weliswaar geen regering van lopende zaken, maar soms lijkt ze daar wel op. Tegen eind 2017 is het sociaaleconomische regeringswerk volledig stilgevallen. Iedereen denkt al aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. ALAIN MOUTON, ILLUSTRATIE KARL