Opzij, opzij, opzij. Johan De Muynck heeft een ongelooflijke haast. Hij leidt een wereldonderneming, reist, ruikt, ziet en voelt. Helaas, weet hij, houdt de ekonomische ontwikkeling in de wereld geen rekening met het ritme van de politieke besluitvorming in België. Laten we dus met meer dan brave belangstelling de nieuwste VEV-tekst Op Weg naar Groei begroeten. Hij spuit een sense of urgency over de revitalizering van de Belgische ekonomie in het publieke debat. Geen enkele maatschappelijke geleding in dit land, ook niet bij de konkurrerende werkgeversverenigingen , heeft met dezelfde ijver over de jongste 12 maanden gezocht naar oplossingen voor de verzieking van de Belgische ekonomie. Lid zijn van het VEV is rendabel.
...

Opzij, opzij, opzij. Johan De Muynck heeft een ongelooflijke haast. Hij leidt een wereldonderneming, reist, ruikt, ziet en voelt. Helaas, weet hij, houdt de ekonomische ontwikkeling in de wereld geen rekening met het ritme van de politieke besluitvorming in België. Laten we dus met meer dan brave belangstelling de nieuwste VEV-tekst Op Weg naar Groei begroeten. Hij spuit een sense of urgency over de revitalizering van de Belgische ekonomie in het publieke debat. Geen enkele maatschappelijke geleding in dit land, ook niet bij de konkurrerende werkgeversverenigingen , heeft met dezelfde ijver over de jongste 12 maanden gezocht naar oplossingen voor de verzieking van de Belgische ekonomie. Lid zijn van het VEV is rendabel.Premier Dehaene gaf een belangrijk signaal dat de "binnenste kring" van de politiek de boodschap begrijpt. Voor zijn toespraak bij de bekendmaking van de Manager van het Jaar '94 (zie Trends van 14 januari '95, Perspektief) haalde de premier geen kant-en-klare tekst uit de lade en schaafde hem voor het feest wat bij. Neen, hij gaf richtingen aan voor een flexibilizering van de ekonomie, de hervorming van de sociale zekerheid, de verlaging van de patronale bijdragen, enzovoort. Jean-Luc Dehaene weet uit studiewerk van de Nationale Bank en van zijn advizeurs dat het met het konkurrentievermogen van de Belgische ekonomie kompleet de foute kant blijft uitgaan. Op zijn manier reageert hij op de VEV-campagne, gestart in de lente '94. Een belangrijke opsteker voor de VEV'ers. Evenmin als voor niet-ekonomische tema's leeft in dit land een debatkultuur. Met man en macht, met teksten en breinen, kan men razen. Slechts oorverdovende stilte waait de auteurs en de aktivisten tegen. Is het ditmaal anders ?De samenleving is geen onderneming. Je kan niet in een kantoor, in een vergadering, in een zaal een probleem vaststellen, doorbomen over de oplossingen en denken, als deze rationele oplossingen er staan, dat iedereen automatisch aan het applaudisseren gaat. Vinden dus de VEV-ideeën een politieke vertaling, buiten het gebaar van premier Dehaene ? Kunnen aanbevelingen geschreven door een gezaghebbende groep mensen, door welke regering ook, zomaar in de scheurmand worden gegooid ? Dat is zeer wel mogelijk.De maatschappelijke vernieuwing raakt de politiek en de ondersteunende krachten van dit kabinet, de bonden , amper. De maatschappelijke vernieuwing zal van buiten de politiek blijven komen. Een te lang verblijf in de Wetstraat leidt tot de beroepsziekte dat het daar allemaal doorheen moet. Wat de toekomst van Vlaanderen betreft, is het belangrijker de blik te richten op wat in de maatschappij woelt dan wat in de Brusselse halfronden gebeurt. De oplossingen moeten weliswaar door de nauwe trechter van de politiek, daar wordt de koek gebakken.Het gebrek aan jobs in België is geen natuurgegeven. Het is niet als een onweer waar we niets aan kunnen doen. Er bestaat geen historisch determinisme. Het recept is al verschillende keren gegeven, door de Oeso, door het IMF, door onafhankelijke ekonomen. In de eerste plaats moeten de kosten van de arbeid omlaag. In de tweede plaats moeten de prikkels tussen werken en niet-werken groter worden en moet de arbeidsmarkt gedereguleerd worden. Vrijwel iedereen onderschrijft deze punten, ook de bonden (achter de hand, binnen de muren van een stil kantoor), toch gebeurt er bijna niets. Omdat de politieke klasse, buiten een zeldzaam signaal, er niet van overtuigd is en niet wil dàt het gebeurt.Met alle waardering voor een politieke diskussie over de onderkant van de arbeidsmarkt, maar als je het goed doet, moet je de problemen van de onderkant van de arbeidsmarkt zodanig oplossen dat ook de last die op de bovenkant drukt, weggenomen wordt. Het is fout om arbeidsmarkten los van hun eigen dynamiek te beschouwen en alleen maar een beleid te ontwikkelen dat gericht is op de onderkant. De onderkant leeft van de dynamiek van het geheel.Nivellering en zekerheid werden de overheersende ordeningsbeginselen van België, de fiskaliteit bevordert risicomijdende beleggingen, dergelijke regelingen, en ze zijn talrijk, hebben een demobilizerend karakter. We moeten gaan van inkomenssolidariteit naar banensolidariteit, van demobilizatie naar mobilizatie. De bonden blijven in hun bunkers. Het akelige gevoel blijft dat het debat eindeloos door zal blijven gaan tot aan de maatschappelijke ontploffing.F. Cr.