Mensen die geloven in de vrije markt zijn ervan overtuigd dat ondernemers het 'beter doen'. Bij het zoveelste schandaal in de politiek, de kerk of het leger roepen ze in koor: dat zou bij ons niet waar zijn. Ondernemers beschikken blijkbaar over een soort zesde zintuig om beter te beslissen, sneller de juiste opportuniteiten te vatten, complexe systemen aan te sturen, mensen te motiveren, de noden van wispelturige klanten aan te voelen. Het zijn in zekere zin supermensen. En dat is een misverstand.
...

Mensen die geloven in de vrije markt zijn ervan overtuigd dat ondernemers het 'beter doen'. Bij het zoveelste schandaal in de politiek, de kerk of het leger roepen ze in koor: dat zou bij ons niet waar zijn. Ondernemers beschikken blijkbaar over een soort zesde zintuig om beter te beslissen, sneller de juiste opportuniteiten te vatten, complexe systemen aan te sturen, mensen te motiveren, de noden van wispelturige klanten aan te voelen. Het zijn in zekere zin supermensen. En dat is een misverstand. Want waarom doen al die ondernemers samen het zoveel beter dan een staatseconomie? Niet omdat ondernemers zo briljant superieur zijn, maar omdat het mensen zijn en dus verschillend. Ze zien totaal verschillende opportuniteiten, geloven in totaal verschillende motivatietechnieken, geloven in totaal andere manieren om beslissingen te nemen, schatten risico's erg verschillend in, en... maken erg verschillende fouten. Het is voor een economie als geheel niet zo belangrijk welke ondernemer gelijk heeft, maar door de vrijheid van ondernemen, door de motivatie van al die 'gelovige' ondernemers, zullen er altijd wel een aantal zijn die een schot in de roos realiseren. Zodra dat oorspronkelijke schot in de roos een feit is, zorgen eenvoudige processen van 'succes zorgt voor nieuw succes' soms voor spectaculaire groeicijfers, voor meerwaarden waar men in een planeconomie slechts kan van dromen. Vooraleer we overstelpt worden met boze mails: we stellen niet dat succes in zakendoen louter een kwestie is van geluk. We stellen wel dat naast zeer complexe zaken als kennis en kunde, naast ervaring en timing, naast berekende risico's en volharding, er ook zoiets bestaat als 'de juiste ondernemer op het juiste ogenblik op de juiste plaats'; en dat kan je niet echt aansturen. Dat is vooral proberen en volhouden. En veel, heel veel mislukkingen kunnen opvangen. Onze stelling is in wezen heel eenvoudig. Ondernemen is moeilijk en een centrale economie leiden nog honderd- of duizendmaal moeilijker, met andere woorden bijna onmogelijk. Laten we even kijken hoe moeilijk ondernemen is. Men schat dat tot 90 procent van de ondernemers hun eerste jaren niet overleven. Sommigen van hen zijn de sukkelaars die echt niet weten van welk hout pijlen te maken, maar de cijfers omvatten ook de grandioos opgezette schema's gebaseerd op 'waterdichte' businessplannen. Durfkapitalisten zijn al blij als ze 20 procent van hun investeringen zien lukken. De overgrote meerderheid (95 procent?) van de nieuwe producten zijn mislukkingen; de overgrote meerderheid van de fusies haalt zijn doelstellingen niet; grootschalige, professioneel geleide veranderingsprojecten halen een successcore van ongeveer 30 procent. Men kan de exacte cijfers betwisten, maar de meeste experimenten lopen slecht af, de meeste berekende risico's zijn gebaseerd op.... slecht berekende risico's. Het zou natuurlijk kunnen dat al de slechte ondernemers zorgen voor het onheil. Geef de economie in handen van 'goede' ondernemers. Maar hoe maak je dat onderscheid? Durfkapitalisten zouden toch in staat moeten zijn om het kaf van het koren te scheiden. Duurbetaalde topmanagers zouden toch moeten weten welke producten zullen lukken? Blijkbaar niet. Te complex, te veel zwarte zwanen, te veel onverwachte zetten van concurrenten, te moeilijk. Slecht nieuws voor wie gelooft in de ondernemer als supermens. Maar goed nieuws voor wie gelooft in de vrije markt. Want falende 'leiders' kunnen maar één bedrijf of één divisie in de dieperik managen; aan het hoofd van een centraal geleide economie halen ze misschien een gehele economie onderuit. Rest ons nog één ding aan te tonen. En dat is eenvoudig. Dat er een selectiemechanisme is. En dat kennen we allen in het kapitalisme. Wie succes heeft, al dan niet toevallig, wordt beloond. Bij wie het succes uitblijft, komt er zelden nog een tweede kans. Dat mechanisme is verre van perfect. Maar dat hoeft ook niet. Beter een gebrekkig selectiemechanisme dat telkens nieuwe kansen geeft aan steeds nieuwe ondernemers, dan een alles-of-nietsmechanisme van een centraal geleide economie, waarbij men telkens maar één kans geeft aan diezelfde o zo beperkte mens. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School. MARC BUELENSFalende 'leiders' kunnen maar één bedrijf of één divisie in de dieperik managen; aan het hoofd van een centraal geleide economie halen ze misschien een gehele economie onderuit.