1 In welke gebieden zitten de meest acute risico's?

Dit is de meest evenwichtige van onze vijf kaarten, waarop we het minst grote gebieden met een acuut risico zien. De inflatiegolf treft bijna de hele wereld, met een paar opmerkelijke uitzonderingen, zoals Japan en China. "Door de coronacrisis, de gevolgen ervan voor de toeleveringsketens en het snelle herstel in 2021 ontstond druk op de grondstoffenprijzen. De oorlog in Oekraïne en de directe gevolgen daarvan voor de energieprijzen brachten de inflatie in een stroomversnelling", zegt Sylviane Delcuve, econoom bij BNP Paribas Fortis.
...

Dit is de meest evenwichtige van onze vijf kaarten, waarop we het minst grote gebieden met een acuut risico zien. De inflatiegolf treft bijna de hele wereld, met een paar opmerkelijke uitzonderingen, zoals Japan en China. "Door de coronacrisis, de gevolgen ervan voor de toeleveringsketens en het snelle herstel in 2021 ontstond druk op de grondstoffenprijzen. De oorlog in Oekraïne en de directe gevolgen daarvan voor de energieprijzen brachten de inflatie in een stroomversnelling", zegt Sylviane Delcuve, econoom bij BNP Paribas Fortis. In sommige landen, zoals Turkije en Argentinië, is de situatie nog verergerd door een onorthodox begrotingsbeleid, dat de groei moest stimuleren. "Een hoge inflatie betekent een algemene koopkrachtverzwakking van de bevolking, wat vaak leidt tot sociale onrust", zegt Nabil Jijakli, de plaatsvervangende CEO van Credendo. "Zo mondden de hongermarsen in 2010-2011 uit in de Arabische Lente. We zien het nu al in sommige Latijns-Amerikaanse landen, zoals Panama en Peru, maar ook in Kazachstan. De meest brute gevolgen van de geglobaliseerde inflatie ondervinden echter de mensen in Afrika." "In veel Afrikaanse landen is een inflatieprobleem een overlevingsprobleem", verklaart Sylviane Delcuve. "Dat geldt des te meer nu ook de opwarming van de aarde het continent treft. De mensen proberen elders een toekomst te vinden, wat wellicht de migratiespanningen in Europa zal doen toenemen." Slechts weinig landen ontsnappen aan de plotselinge stijging van de wereldwijde inflatie. Raphaël Cecchi, risicoanalist bij Credendo, ziet er enkele in Zuidoost-Azië. "De inflatie blijft er binnen de perken in landen die dicht bij de belangrijkste aanvoerroutes liggen en vrij gemakkelijk aan energie kunnen komen", zegt hij. "In verschillende landen in die regio's zijn de fundamenten niet al te slecht, waardoor ze voedselsubsidies kunnen verstrekken aan de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. India is in dat geval." Iets noordelijker, in China en Japan, is de inflatie niet zo hoog als in Europa. Japan dankt dat aan zijn bijzondere economische model. China zit dan weer in een fase van economische vertraging. "China probeert de machine weer in beweging te krijgen door de rente te verlagen, terwijl wij die net verhogen om de inflatie te beheersen", analyseert Sylviane Delcuve. "De periode van lage inflatie is voorbij. We mogen niet verwachten dat de inflatie de komende jaren onder 2 procent zal zakken." Nabil Jijakli bevestigt dat we opnieuw zullen moeten leren te leven met een hoge inflatie. Verschillende trends drijven de prijzen op. Allereerst is er een zekere deglobalisering, die begon tijdens de coronacrisis. Bedrijven halen productie terug naar Europa, om de kosten en de klimaatimpact van het transport te beperken. Dat zal a priori leiden tot hogere prijzen. Voorts geven geopolitieke spanningen aanleiding tot een herziening en een versnippering van bepaalde leveringsketens. Ten slotte is er de decarbonisering van de economie. "Die vertienvoudigt de vraag naar bepaalde materialen en goederen", zegt Raphaël Cecchi. "Dat drijft logischerwijs de prijzen ervan op." Bovendien vergt decarbonisatie enorme investeringen. Aangezien veel geïndustrialiseerde landen hun plannen tegelijkertijd lanceren, werkt dat de inflatie in de hand. De terugkeer van de inflatie is niet noodzakelijk een slechte zaak voor de economieën van de geïndustrialiseerde landen. "De wereld heeft baat bij een beetje inflatie. De 2 procent van de afgelopen jaren was misschien te laag", meent Sylviane Delcuve. "Maar de schok kwam dit jaar duidelijk veel te snel. Er was een op hol geslagen effect. Dat konden we bijna van de ene week op de andere zien wanneer we boodschappen deden. De centrale banken proberen dat recht te zetten door de rente te verhogen, en ik denk dat het zal lukken. De piek van de inflatie is voorbij. Een stabilisatie tussen 3 en 5 procent zou goed zijn. Dat inflatieniveau is eigenlijk heel gunstig voor landen met schulden, omdat het hen in staat stelt hun schuld geleidelijk te verteren." Nabil Jijakli is het daar in grote lijnen mee eens. Hij wijst echter op een valkuil voor de Europese economieën. "In tegenstelling tot de Verenigde Staten importeren wij onze inflatie", legt hij uit. "Het monetair beleid staat grotendeels machteloos tegenover de inflatie die voortkomt uit de hoge energie- en grondstoffenprijzen. Het kan wel effectief zijn tegen een ander risico waarmee we geconfronteerd worden: de tweederonde-inflatie. Of het nu automatisch gebeurt, zoals in België, of onderhandeld wordt, zoals in onze buurlanden, de lonen hebben de neiging de prijsstijgingscurve te volgen. Zij genereren op die manier inflatie en vergroten het risico op een loon-prijsspiraal, zoals we die in de jaren tachtig hebben gekend." Het monetair beleid kan de inflatie beperken, maar waarschijnlijk niet opheffen. Dat is een hachelijke situatie voor veel bedrijven die niet allemaal de stijging van de energieprijzen in hun verkoopprijzen kunnen doorrekenen, zoals onze exportbarometer opnieuw heeft aangetoond. "De marges van bedrijven staan onder druk", zegt Pascaline Della Faille. "Het is essentieel die bedrijven te steunen, om een industriële structuur in Europa in stand te houden. De Verenigde Staten zijn zich daarvan bewust en zetten alles op alles om hun industrieën te steunen." Ook Sylviane Delcuve vreest een economische ramp begin 2023, met een explosie van het aantal faillissementen. De voedingssector heeft de alarmbel al geluid, met name bakkerijen en slagerijen, maar nu brengen de hoge energieprijzen ook de zware industrie, zoals cementfabrieken en glasproducenten, in gevaar. "De echte uitdaging voor Europa is de energieprijzen weer op aanvaardbare niveaus te krijgen", zegt Delcuve. "Het vloeibaar gas dat we importeren uit de VS, zal ons door de winter helpen, maar het kost ons een fortuin. We zullen werken aan onze onafhankelijkheid, maar dat wordt wellicht een traag en duur proces. Het lijkt ingewikkelder dan verwacht om de uitfasering van kernenergie terug te draaien, en pogingen om de prijzen te beperken stuiten op de producentenlobby." We kunnen alleen maar betreuren dat de energietransitie nog niet krachtiger is doorgevoerd, waardoor we nu dringend oplossingen moeten bedenken. Net zoals we alleen maar kunnen betreuren dat onze economieën niet beter zijn voorbereid op een terugkeer van de inflatie. "Ruim tien jaar al pompt de Europese Centrale Bank liquiditeit in de Europese economie", stelt Sylviane Delcuve. "Als de geldpersen zo blijven draaien, komt er op een dag inflatie van. Zelfs zonder de oorlog in Oekraïne was de inflatieschok er wellicht gekomen. Maar we hebben hem niet zien aankomen en kregen een klap in ons gezicht. Nochtans waarschuwden de experts voor de Russische dreiging tegen Oekraïne, maar als het ver van ons bed gebeurt, wil niemand het geloven. Voor China en Taiwan geldt vandaag waarschijnlijk hetzelfde."