2. Joëlle Milquet (46), madame non Voorzitster van CdH

Vlaanderen heeft haar onderschat. Dat is het minste wat je kan zeggen van Joëlle Milquet. En waarschijnlijk trekken ook veel Walen de wenkbrauwen op bij de strijdvaardigheid die de CdH-voorzitster aan de dag legt tijdens de regeringsonderhandelingen. Bekend was ze immers niet. Her en der werd ze zelfs bekeken als 'quantité négligeable'.
...

Vlaanderen heeft haar onderschat. Dat is het minste wat je kan zeggen van Joëlle Milquet. En waarschijnlijk trekken ook veel Walen de wenkbrauwen op bij de strijdvaardigheid die de CdH-voorzitster aan de dag legt tijdens de regeringsonderhandelingen. Bekend was ze immers niet. Her en der werd ze zelfs bekeken als 'quantité négligeable'. Joëlle Milquet behaalde een licentiaatsdiploma in de rechten en een postgraduaatsdiploma in Europese wetgeving. Ze startte aan de Brusselse balie en als assistente aan de Université catholique de Louvain (UCL). Nadat ze ervaring opdeed aan het Europees Hof van Justitie werd Milquet kabinetschef van de minister van Onderwijs en later partijsecretaris. In 1995 werd ze senator en voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Aangelegenheden. Twee jaar later werd ze vice-voorzitter van de CdH en eerste schepen in Brussel. In oktober 1999 volgde ze dan partijvoorzitter Philippe Maystadt op die naar de Europese Investeringsbank vertrok. Tijdens de regeringsonderhandelingen kreeg de moeder van vier het predicaat 'madame non' opgeplakt omwille van haar continue weigerachtige houding op Vlaamse voorstellen. Haar manier van onderhandelen wordt als oeverloos gedetailleerd en zenuwslopend beschreven. Of de Vlamingen na een regeringsvorming nog veel van Milquet zullen horen, is onduidelijk. Zelf zegt ze dat de Vlamingen op beide oren kunnen slapen omdat ze geen ministerambities heeft. In haar woorden klinkt dat zo: "Ik heb een partij te leiden. Daarenboven heb ik nog vier kinderen. Ik ben niet van plan het leven dat ik nu leid jaren aan een stuk vol te houden." In stilte bereidt Inge Vervotte zich voor op een eventueel federaal ministerschap. Hoewel ze als Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin niet altijd de grote publieke opinie raakte, wordt ze binnen en buiten haar partij gerespecteerd. Bij de jongste federale verkiezingen bleek ze alvast een stemmenkanon te zijn. De bijna dertigjarige CD&V-politica is maatschappelijk assistente van opleiding en volgde een kandidatuur psychologie. Het maakte haar aan het begin van haar carrière tot medewerker van het ACV-dienstencentrum van Borgerhout, alvorens ze vormingsverantwoordelijke en later vakbondssecretaris (luchtvaartsector) werd bij de CCOD. Van haar baan als vakbondssecretaris van de LBC-NVK (de vakbondscentrale voor kleine en middelgrote banken Brussel) stapte ze over naar de politiek. Ze werd federaal volksvertegenwoordiger in 2003. In 2004 schopte ze het tot Vlaams minister van Welzijn. Een hondsondankbare taak, dat heeft Caroline Gennez. Haar recente aanstelling als voorzitster van de SP.A werd op gejuich maar ook met veel achterdocht en cynisme onthaald. Gennez zou het meisje van de partijtop zijn. Als eerste vrouwelijke voorzitter van de SP.A moet ze nu de lijn van haar partij uitstippelen. Maar ze moet ook nog op zoek naar haar eigen stijl van leidinggeven en oppositie voeren. De voorzitster is licentiate in de politieke en sociale wetenschappen. Ze kwam in de politiek terecht als kabinetsattachee en -adviseur bij minister Johan Vande Lanotte. Een baan die ze combineerde met haar taak als gemeenteraadslid in Sint-Truiden. In 2003 werd ze schepen in die Limburgse gemeente, gecoöpteerd senator én ondervoorzitster van de SP.A. Zodra ze partijvoorzit- ster werd, nam ze ontslag als Vlaams volksvertegenwoordiger, wat ze sinds 2004 was. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 moest ze in Mechelen een nederlaag voorkomen. Ze werd er eerste schepen. Soms wordt wel eens vergeten dat er nog andere MR-onderhandelaars zijn dan Didier Reynders. Sabine Laruelle (MR) is een harde werkster, maar geen tafelspringster. Ze opereert in de schaduw van de partijbozen en wordt daarom al (te) snel als een lichtgewicht beschouwd. De minister van Middenstand en Landbouw is landbouwingenieur van opleiding. Ze was wetenschappelijk onderzoekster en adviseur bij de Koning Boudewijnstichting. Na een heel korte omweg langs de Federatie van de Voedingsindustrie schopte Laruelle het tot directeur-generaal van de Alliance Agricole Belge en later van de Fédération Walonne de l'Agriculture. Haar politieke carrière startte Laruelle als attachee, adviseur en adjunct-kabinetschef op het kabinet van de regionale minister van Landbouw. Ze werd later federaal volksvertegenwoordiger. Wie Laruelle niet kan smaken om haar politieke interventies, kan misschien eens een van haar kookrecepten uitproberen. Je vindt ze op haar website. Er staat voor het eerst een vrouw aan het hoofd van de Raad van State, het hoogste rechtscollege voor geschillen van adminis- tratieve aard. De voorzitter van de Raad van State kan haar kantoor sieren met een diploma rechten, een postgraduaatsdiploma leergang economisch en financieel recht, een diploma postuniversitaire cyclus overheidsmanagement en een diploma van het graduaatprogramma dat ze afwerkte aan de universiteit van Californië. Marie-Rose Bracke geraakte ermee aan de bak als bestuurssecretaris gebouwenfonds voor de rijksscholen, voor ze juridisch adviseur werd bij de dienst voor gemeenschapsonderwijs Argo. In 1991 stapte ze over naar de Raad van State. De moeder van twee heeft een termijn van vijf jaar om de Raad van State wendbaarder te maken en de werklast beter en soms ook sneller aan te pakken. Tot nu toe leefde ze eerder achter de schijnwerpers. Als tante van Freya Van den Bossche kan ze misschien advies vragen aan haar nicht over hoe om te gaan met publieke bekendheid. Het vrouwelijke aandeel in het politieke landschap stijgt gestadig. Dat in de ondernemerswereld blijft bedroevend laag. De enkele vrouwen die een topfunctie uit- oefenen, lopen dan ook extra in de schijnwerpers. Michèle Sioen is een van hen. Ze staat aan het hoofd van de beursgenoteerde textielgroep Sioen Industries. De CEO van Sioen Industries gebruikte haar opleiding economische wetenschappen kort in een IT-bedrijf, maar al in 1990 werd ze directeur bij Sioen Industries. Vooraleer ze naar de absolute top van het familiebedrijf klom, stond ze tussen 2000 en 2005 aan het hoofd van de coatingdivision. Haar agenda heet overvol te zijn, maar Michèle Sioen blijft geëngageerd in het bredere ondernemersveld. Zo is ze bijvoorbeeld voorzitster van Fedustria, de beroepsorganisatie die de belangen van de textiel- en meubelsector overkoepelt. Haar aanstelling als bestuurslid van Belgacom bevestigt de waardering die ze krijgt van collega's. Of hoe een moeder van drie combineren kan. Haar recente aanstelling als minister in de Vlaamse regering, lokte bij velen als eerste reactie uit: "Wie?" Binnen CD&V-kringen werd Hilde Crevits echter al lang gewaardeerd als een harde werkster met dossierkennis en een goed gevoel voor humor. Maar een bekende politica was ze niet. Na haar opleiding licentiaat in de rechten ging ze aan de slag als advocaat aan de balie in Brugge. Samen met haar associé startte ze in 1993 het advocatenkantoor Arnou & Crevits. Hilde Crevits maakte een ommetje bij de Vakgroep Burgerlijk Recht van de Rechtsfaculteit van de Universiteit Gent waar ze van 1990 tot 1996 deeltijds assistent was. Ook bij burgemeester Moenaert (CD&V) van Brugge maakte ze een korte tussenstop: in 1996 was Crevits zijn deeltijdse kabinetsmedewerker verkeersveiligheid. De stap om zelf politica te worden, deed Crevits in 2000. Ze werd toen provincieraadslid in West-Vlaanderen. Ze was Vlaams parlementslid vanaf 2004. Tot ze onverwacht in 2007 Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur werd. Van 2001 tot juni 2007 was ze ook schepen in Torhout. Crevits kreeg geen gemakkelijke portefeuille op haar bord, maar toont zich strijdvaardig. Zo trok ze onlangs het principe van gratis stroom in twijfel. Macho's mogen alvast op een strenge Crevits rekenen. Als vrouwelijk parlementslid liet ze ooit een eerder geweigerde vraag van haar terug indienen door collega Carl Decaluwé (CD&V). Toen hij de vraag wel mocht stellen, kreeg Crevits in haar ogen gelijk dat veel mannelijke politici hun vrouwelijke collega's nog niet serieus nemen. Het beursgenoteerde gastransportbedrijf Fluxys staat voor grote uitdagingen en investeringen. Het bedrijf kan alvast rekenen op de uitgebreide ervaring van haar nieuwe CEO. Sophie Dutordoir studeerde Romaanse filologie en handels- en financiële wetenschappen, specialiteit fiscaliteit. In 1990 begon Dutordoir bij Electrabel. De start van een steile carrière binnen de elektriciteitsproducent. Dutordoir leidde onder meer de dienst externe betrekkingen en groeide door tot lid van het general management committee. Ze werd ook nog afgevaardigd bestuurder van Electrabel Customer Solutions en directeur-generaal marketing and sales voor ze haar huidige functie ging bekleden. De moeder van een zoon staat bekend als een no-nonsensemadam die werken bijna als een hobby beschouwt. De eigenares van het consultingbureau Kanku studeerde Romaanse talen en kwam zo in de wereld van de journalistiek en de copywriting terecht. Binnen VNU Magazines International groeide ze door tot operationeel directeur. Later was ze algemeen en operationeel directeur bij de VRT en recent nog heel even CEO ad interim van Sanoma Nederland. Von Wackerbarth zetelt nu in de raden van bestuur van Barco en Mobistar en is managementcoach aan de managementschool Insead. Christina von Wackerbarth is niet op haar mond gevallen en zegt dat ook zelf. Even charmant als ze is in de dagdagelijkse omgang, even rechtlijnig kan ze moeilijke beslissingen nemen. Na haar vertrek bij de VRT leek deze culinaire levensgenieter even van het Belgische toneel verdwenen te zijn. Maar met haar aanstelling als bestuurslid bij twee multinationals is ze meer dan terug.