Sinds begin juli geldt in België op fiscaal gebied een nieuwe thin cap-regeling. 'Thin cap' is de Engelse benaming voor situaties waarin een vennootschap zich in hoofdzaak financiert met geleend geld, en niet met risicokapitaal. Haar maatschappelijk kapitaal (' cap') is dan relatief klein (' thin') in vergelijking met het geld dat ze leent.
...

Sinds begin juli geldt in België op fiscaal gebied een nieuwe thin cap-regeling. 'Thin cap' is de Engelse benaming voor situaties waarin een vennootschap zich in hoofdzaak financiert met geleend geld, en niet met risicokapitaal. Haar maatschappelijk kapitaal (' cap') is dan relatief klein (' thin') in vergelijking met het geld dat ze leent. Op het eerste gezicht lijkt dat weinig belangrijk. Maar er bestaat een kamerbreed verschil tussen de manier waarop inkomsten uit kapitaalopbrengsten (dividenden) belast worden en de belasting van inkomsten uit leningen (intresten). Dividenden zijn doorgaans niet als beroepskosten aftrekbaar. Een vennootschap die dividenden uitkeert, wordt belast op de winsten waaruit die dividenden betaald worden. Dat geldt niet alleen in België, maar zowat overal ter wereld. Intresten zijn daarentegen fiscaal veel goedkoper: ze mogen normaal gesproken, ook zowat overal ter wereld, afgetrokken worden van het fiscale resultaat. Dat verschil in fiscale behandeling heeft tot gevolg dat vennootschappen vrijwel automatisch geneigd zijn hun toevlucht te zoeken tot financiering met geleend geld, eerder dan aan financiering via risicokapitaal te doen. Vandaar ook dat tal van landen in hun interne wetgeving maatregelen opgenomen hebben om thin capitalisation tegen te gaan. Ons land vormt daarop geen uitzondering. Sedert jaar en dag staat in onze fiscale wetgeving te lezen dat vennootschappen de betaalde intresten niet als beroepskosten in aftrek mogen brengen, als intresten betaald worden naar belastingparadijzen en de leningen een bepaald bedrag overschrijden. Om dat bedrag te bepalen, maakt men een optelsom van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestorte maatschappelijke kapitaal bij het einde van hetzelfde tijdperk. Met andere woorden, men kijkt naar het eigen vermogen. De aftrek van de intresten betaald naar belastingparadijzen zal geweigerd worden als en in de mate dat de leningen hoger zijn dan zeven keer het eigen vermogen. Van de recente programmawetten is nu gebruikgemaakt om deze regeling op verschillende punten aan te passen. Een eerste belangrijke wijziging bestaat erin dat de verhouding van één op zeven verlaagd wordt naar één op vijf. Bijgevolg komt men voortaan al in de gevarenzone terecht zodra de leningen hoger zijn dan vijfmaal het eigen vermogen. Een tweede belangrijke wijziging betreft de besmette intrestbetalingen. In de bestaande regeling geldt het aftrekverbod (in geval van overschrijding van de voormelde grens) bij betaling van intresten aan verkrijgers die niet onderworpen zijn aan een inkomstenbelasting, of nog, als de genieter ten aanzien van de verkregen intresten aan een aanzienlijk gunstigere aanslagregeling onderworpen is dan de Belgische regeling. Anders gezegd, in de bestaande regeling geldt de thin cap-regeling enkel bij betalingen naar belastingparadijzen. Die regeling blijft bestaan. Maar daar is nu aan toegevoegd dat de niet-aftrekbaarheid (in geval van overschrijding van de voormelde grens) voortaan ook geldt in geval van intrestbetalingen aan iemand die deel uitmaakt van een groep waartoe de schuldenaar behoort. Interne groepsfinancieringen worden met andere woorden mee in het bad gesleurd. Allicht gaat de fiscus ervan uit dat zij in veel gevallen ook slechts gebruikt (of misbruikt) worden om de Belgische winsten van de intrestbetaler af te romen. Vooral dit laatste heeft in de praktijk een storm van protest veroorzaakt. Dit heeft ertoe geleid dat de inwerkingtreding van de nieuwe thin cap-regeling uitgesteld werd. Oorspronkelijk was erin voorzien dat de nieuwe regels in het voorjaar van kracht zouden worden. Maar uiteindelijk is de regeling uitgesteld tot begin juli. Van dat uitstel is gebruikgemaakt om in de jongste Programmawet (die van 22 juni 2012) alsnog in een aangepaste regeling te voorzien voor groepsvennootschappen die zich bezighouden met gecentraliseerd thesauriebeheer. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be jan van dyckDe nieuwe regeling is op 1 juli in werking getreden.