Een accuratere titel zou zijn Het Nieuwe Paradigma, maar dan loopt u, druk bezette manager, meteen weg. Zo'n stadhuiswoord. Laten we dus ietsje prikkelender starten met de wapperende wimpel De Nieuwe Staat.
...

Een accuratere titel zou zijn Het Nieuwe Paradigma, maar dan loopt u, druk bezette manager, meteen weg. Zo'n stadhuiswoord. Laten we dus ietsje prikkelender starten met de wapperende wimpel De Nieuwe Staat. Omringd door de fine fleur in de pralinedoos van Vlaanderen, de Antwerpse Bourla, keek het VEV vorige week ver naar de toekomst. Aanleiding was de 70ste verjaardag van het ondernemingenverbond. Voorzitter Johan De Muynck beleed zijn geloof in een nieuwe staatshervorming, een staatshervorming die de economie van Vlaanderen nog meer de allure kan geven van een region state ; een vruchtbare, autonomistische, liberale plek op aarde waar het goed ondernemen is. Zelfs medestanders zullen verbaasd hebben opgekeken : colporteert de bloednuchtere De Muynck met bedrijven in de wereld en Wallonië ook al regionalistische folklore ? Dit is een reusachtig misverstand. Johan De Muynck (en Karel Vinck, zijn opvolger) kent de nieuwe klassieken beter dan veel van zijn leden en weet dat hij richtingen schetst, vertrekkend uit een nieuw paradigma, een paradigma bedacht door verfijnde managementgoeroes. Sinds "The Structure of Scientific Revolutions" (1962) van de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn wordt de ontwikkeling van de exacte en de menswetenschappen beschreven als een opeenvolging van lange periodes van sterk traditiegebonden wetenschapsbeoefening, gescheiden door korte revoluties met nieuwe ideeën. De behoudende, stereotype periode in deze opeenvolging noemt Kuhn het paradigma. Het paradigma is een fundamentele theorie waaraan het hele in een vakgebied gebruikelijke begrippenapparaat is ontleend, zodat alle problemen en oplossingen slechts in termen van die theorie geformuleerd worden. Het huidige paradigma in Europa is dat er slechts één heil is : de vorming van een supranationale staat, met een centrale hoofdadministratie, een centraal parlement, een doortastende harmonisering, één munt, één centrale bank, één sociaal handvest, één multiculturele toekomst.Wie dat heersende paradigma (of conformisme) kritiekloos aanvaardt, ziet voorbij aan een groeiend aantal auteurs voornamelijk economen en business-filosofen die het centralistische, 1-Wereld-Model, 1-Europa-Model, betitelen als achterhaald. Deze auteurs zijn geen marginalen, maar de leiders van hun vakgebied. Wie het heersende paradigma aanvaardt, ziet evenmin in dat een sterk en autonomistisch Vlaanderen geen reactionaire bekommernis, geen bevlieging van provincialisme, noch een rechtse obsessie hoeft te zijn, maar een teken is van het nieuwe paradigma.Welk paradigma zal de 21ste eeuw boetseren ? Het zal zijn, het paradigma van een grote wereldmarkt, een grote wereldeconomie, met vrij verkeer van goederen en diensten. In die open en vrije markt zullen 200 tot 500 genetwerkte autonomistische "region states" bestaan. De grenzen van deze regionale staten hoeven niet samen te vallen en zullen niet samenvallen met de huidige grenzen van de natiestaten in Europa, in Azië, in Afrika, in Latijns-Amerika, in Noord-Amerika. Laten we ingaan op de stellingen van vier visionairen, vier wereldintellectuelen : de Japanner Kenichi Ohmae en de Amerikanen Rosabeth Moss Kanter, John Naisbitt en Michael Porter. In 1995 publiceerde Kenichi Ohmae, ex-directeur van het managementadviesbedrijf McKinsey in Tokio, "The end of the Nation State, The Rise of Regional Economies". Wat is voor Ohmae de politieke eenheid van de toekomst ? Wereldwijd zal het zijn : de region state, een welvarende economische zone die concrete verbeteringen aanbrengt in de kwaliteit van het leven van zijn burgers. De region states worden bewoond door 5 tot 20 miljoen mensen. Deze nieuwsoortige landen hebben nauwere banden met andere region states dan met hun huidige gast-naties. Tussen San Diego in het zuiden van Californië en het noordwesten van Mexico, is de band hechter, dan tussen San Diego en Los Angeles, en beslist hechter dan tussen San Diego en Washington. Rosabeth Moss Kanter ("World Class", 1995), John Naisbitt ("Global Paradox", 1994), Michael Porter ("The Competitive Advantage of Nations", 1990) cirkelen rond het centrale tema van Kenichi Ohmae. In de taal van de managementwetenschappen : de region states zijn natiestaten die door het aanpassingsproces gaan van rightsizing. Deze region states hebben een interessante afmeting om optimaal te kunnen werken en bloeien. Singapore is een rolmodel voor deze ontwikkeling : 2,5 miljoen burgers (70 % Chinezen, 20 % Maleisiërs en 10 % Indiërs), zonder natuurlijke grondstoffen, leven en bloeien in die stadsstaat door hun koppeling aan de internationale economie. Interessant is om aan te stippen waar de vier goeroes niet voor pleiten : zij verdedigen noch een eenheidsmunt, noch een Monetaire Unie, noch een geünifieerd Sociaal Handvest. Zij breken lansen voor openheid, mobiliteit, sociale kleefstof, vertrouwen en lokaal burgerschap gekoppeld aan een wereldperspectief. Schaalgrootte is in de 21ste eeuw geen waarde op zich ; doelmatigheid en wendbaarheid zijn dat wel. Johan De Muynck en Karel Vinck hebben hun huiswerk gedaan, zij weten dat er meer op de intellectuele markt bestaat dan de euro-obsessie. FRANS CROLS