Goede managers zijn in biotechland schaars. Ze moeten tegelijk wetenschap begrijpen en beschikken over die afwijking waardoor de cijfers blijven kloppen. Liefst hebben ze eerder ervaring opgedaan met een start-up en beschikken ze over een netwerk in de wereld van de durfkapitaalverstrekkers. Het aantal Belgen met zo'n profiel is beperkt. Daarom maken soms buitenlandse krachtpatsers het mooie weer aan de top van biotechbedrijven die hun kinderschoenen al zijn ontgroeid. Denk maar aan Innogenetics: de Duitser Frank Morich had een topfunctie bij Bayer, zijn Franse voorganger Philippe Archinard leidde lange tijd BioMerieux.
...

Goede managers zijn in biotechland schaars. Ze moeten tegelijk wetenschap begrijpen en beschikken over die afwijking waardoor de cijfers blijven kloppen. Liefst hebben ze eerder ervaring opgedaan met een start-up en beschikken ze over een netwerk in de wereld van de durfkapitaalverstrekkers. Het aantal Belgen met zo'n profiel is beperkt. Daarom maken soms buitenlandse krachtpatsers het mooie weer aan de top van biotechbedrijven die hun kinderschoenen al zijn ontgroeid. Denk maar aan Innogenetics: de Duitser Frank Morich had een topfunctie bij Bayer, zijn Franse voorganger Philippe Archinard leidde lange tijd BioMerieux. Het biotechbdrijf Galapagos - met vestigingen in Mechelen en Leiden - mag dan wel amper zes jaar oud zijn, het heeft sinds zijn oprichting ook een buitenlandse kapitein. De chef van de tachtig werknemers is immers de Nederlandse krullenbol Onno van de Stolpe (45). Hij verdeelt zijn tijd netjes (nou ja, min of meer) tussen Leiden en Mechelen. Binnenkort moet de topman daar ook Cambridge in Goot-Brittannië bijnemen: Galapagos is immers bezig met de overname van het Britse BioFocus. Nochtans was BioFocus, met 112 werknemers en een omzet van ruim 20 miljoen euro, een maatje groter dan het binationale bedrijf dat Van de Stolpe leidt sinds de oprichting in 1999. Straf? "Ruim een jaar geleden waren er al gesprekken," geeft Van de Stolpe toe, "maar toen lagen de kaarten te moeilijk. Wij waren een privé-onderneming die nog volop in de verlieslatende investeringsfase zat, BioFocus was een beursgenoteerd en winstgevend bedrijf. Door zelf naar de beurs te trekken, hebben we eigenlijk ons eigen overnamekapitaal gecreëerd."De Nederlander is niet op zijn mond gevallen, heeft het charisma van een natuurlijke leidersfiguur en maakt van ambitie stilaan zijn handelsmerk. De korte geschiedenis van Galapagos leest immers als een tegendraads groeiverhaal, wars van hypes en barstensvol ambitie. Wat begon als een joint venture om stukjes knowhow van het Nederlandse Crucell en het Belgische Tibotec extern te valoriseren, is uitgegroeid tot een Europees biotechverhaal. Dat succesverhaal ontwikkelde zich overigens trapsgewijs en Van de Stolpe bewees zich daarbij als de koersvaste roerganger. In de begindagen combineerde Galapagos de kennis over adenovirussen met methodes van high throughput screening om op celniveau eiwitten op te sporen die het aangrijppunt kunnen zijn voor geneesmiddelen. Het bedrijf stelde zich op als een dienstenleverancier. Met succes, het klantenbestand telde snel namen van grote farmagroepen zoals Organon, Pharmacia en Wyeth. Gek genoeg deden beide moederbedrijven waarvan de technologie afkomstig was, zelf nooit een beroep op Galapagos. Na enkele jaren ging de dochter steeds meer haar eigen koers varen en weekte zich los van Tibotec en Crucell. Dat gebeurde in 2002 met de steun van internationale topinvesteerders zoals Apax, Abingworth en Burrill. Merkwaardig is dat daarvoor gebruikgemaakt werd van een private plaatsing van ruim 23 miljoen euro, en dat op een moment dat niemand nog centen wou pompen in de Europese biotechnologie. Toen al verkondigde de CEO aan wie het horen wilde dat het ultieme doel de uitbouw van een eigen productenpijplijn was, inclusief een eigen chemiedivisie. En dat Van de Stolpe niet van plan was om die organisch uit te bouwen. Te tijdrovend. De overnameprooi werd dus BioFocus, al kon Van de Stolpe dat toen nog niet weten. Het schetst hem wel als manager die niet verstoken van een dosis lef, aankondigt wat zijn ambities zijn om die dan ook klokvast uit te voeren. "Dat Onno van de Stolpe nog steeds op het stoeltje van CEO zit, bewijst zijn soortelijk gewicht als manager," zegt Jo Bury, algemeen directeur van het Vlaams interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB). Vaak betekent de intrede van internationale durfkapitalisten immers dat het oorspronkelijke management na een tijdje moet plaatsruimen. Niet bij Galapagos. De Britten hebben elke stap van het bedrijf ondersteund, zelfs al was dat niet altijd evident. "Iedereen verklaarde me gek, toen we eerder dit jaar naar de beurs trokken," zegt Van de Stolpe. "Te vroeg, te dit, te dat. Ik geef toe dat de beursgang moeilijker verliep dan gepland, maar we haalden uiteindelijk 22 miljoen euro op en zijn in ons opzet geslaagd. Vandaag noteren we trouwens een kwart hoger dan bij de introductie. Onze aandeelhouders kunnen dus tevreden zijn." De topman vindt dat de meeste van zijn Europese collega's te lang voorzichtig en bang blijven. "Biotechnologie is een snelle bedrijfstak, met organische groei alleen zul je het niet redden," zo stelt hij. "Wij zijn geen cowboys, maar we hebben de ambitie om de grootste te worden. En als je zelf die ambitie niet hebt, zal je het zeker nooit halen."Tijdens zijn studentenjaren - een master in de Virologie behaald aan de universiteit van Wageningen - trok hij voor een stage naar Biogen in Boston. Daar kreeg de topman het virus van entrepreneurial biotech te pakken. Toen hij afstudeerde, ging hij werken voor Mogen, de Nederlandse evenknie van Plant Genetic Systems. Maar heimwee naar de Verenigde Staten lokte de jonge wolf opnieuw over de plas. Hij kreeg in Californië een job bij het Nederlandse Foreign Investment Office. "Mijn taak was eigenlijk om grote Amerikaanse biotechbedrijven warm te maken om in Nederland te investeren," stelt hij. "Best een interessante job, want ik heb er de sector beter door leren kennen, maar na een tijd wou ik toch terug naar het echte werk." In 1995 kreeg hij dan het aanbod om in Nederland het Amerikaanse bedrijf Molecular Probes uit te bouwen. Dat was eigenlijk zijn eerste start-up-ervaring en de reden waarom hij terugkeerde naar de lage landen. Amper drie jaar later lijfde Crucell - toen nog Introgene - hem in, en de gevolgen daarvan zijn intussen bekend. Topman van het Belgisch-Nederlandse biotechbedrijf Galapagos. Neemt het Britse BioFocus over.Roeland Byl"Iedereen verklaarde me gek toen we naar de beurs trokken. Maar intussen noteren we al een kwart hoger dan bij de introductie."