Welke partijen steunen de beleidsmaatregelen die een optimaal economisch klimaat kunnen scheppen waarbinnen ondernemingen nog kunnen ondernemen? Trends consulteerde de specialisten van het Verbond van Belgische Ondernemingen, het Vlaams Economisch Verbond en Unizo. Op basis van die gesprekken distilleerden we een lijst van tien topprioriteiten voor de volgende verkiezingen (zie kader).
...

Welke partijen steunen de beleidsmaatregelen die een optimaal economisch klimaat kunnen scheppen waarbinnen ondernemingen nog kunnen ondernemen? Trends consulteerde de specialisten van het Verbond van Belgische Ondernemingen, het Vlaams Economisch Verbond en Unizo. Op basis van die gesprekken distilleerden we een lijst van tien topprioriteiten voor de volgende verkiezingen (zie kader). Met die lijst in de hand plozen de Trends-redactie en -documentatiedienst de partijprogramma's en andere openbare bronnen na. Die werden aangevuld met informatie van de partijen zelf. Het resultaat leest u per onderwerp op de volgende pagina's. De redactie gaf per onderwerp ook een quotering per partij. Een overzicht. De Vlaamse liberalen scoren met één nuance goed over de hele lijn in hun benadering van het bedrijfsleven. De VLD vindt de indexering en de loonnorm een zaak van de sociale partners, maar denkt zoals de patroons dat een allesomvattende loononderhandeling (inclusief prijscompensatie) beter is voor de economie. Ook is de partij tegenstander van een versoepeling van het tijdskrediet uit vrees dat dit een opstapje wordt naar het brugpensioen. Bedroevend is het gebrek aan aandacht voor Onderzoek & Ontwikkeling. De partijstrategen beloven plechtig dat ze tegen de Vlaamse verkiezingen met een duidelijk standpunt over dit vooral gewestelijke thema naar buiten komen. De christen-democraten hangen wat een bedrijfsgericht programma betreft in het wiel van de liberalen. Zo hebben ze van alle partijen de meest coherente visie op het vlak van Onderzoek & Ontwikkeling, omdat ze pleiten voor de toewijzing van het volledige wetenschapsbeleid aan één Vlaamse minister, die overigens veel meer in O&O moet investeren dan vandaag gebeurt. De Kyoto-normen wil de CD&V bereiken door een combinatie van verhandelbare emissierechten en een Europese energiebelasting. Minder positief is dat de christen-democraten een verdere privatisering van de (overigens wel te regionaliseren) gezondheidszorg afwijzen. Over het algemeen mag men de N-VA beschouwen als een partij die oog heeft voor de zorgen van het bedrijfsleven, hoewel ze soms een steek laat vallen. De partij komt origineel uit de hoek. In het raam van de administratieve vereenvoudiging pleit N-VA voor een ruling-systeem in de verhouding tussen ondernemingen en alle administratieve overheden. Ook pleit N-VA in de VEV-traditie voor een Vlaamse verankering van kennisbedrijven waar mogelijk, en een Europese waar nodig. Deze belangrijke nuance vinden we niet terug in het archaïsche voorstel voor de uitbouw van een Vlaamse durfkapitaalmarkt die uitsluitend in eigen bedrijven investeert. Over de loonnorm vinden we bij N-VA te weinig terug, tenzij een pleidooi voor Vlaamse CAO's. De SP.A is de eerste partij in de rij met een programma dat hoofdzakelijk negatief is voor ondernemingen. De socialisten willen wel het bedrijfsleven en O&O stimuleren, en dat via het Participatiefonds en de Gimv. Het Fonds krijgt meer middelen, maar dan wel door extra heffingen op grote ondernemingen. Voor het overige vinden we bij SP.A klassieke standpunten, zoals de versoepeling van tijdskrediet, een lastenverlaging voor de laagste inkomens en de invoering van een CO2-taks. Verrassend is de zeer genuanceerde verdediging van de loon- index. Ondanks haar links-liberale roots ontplooit Spirit zich veeleer als een klassiek linkse dan als een paarse formatie. Spirit onderscheidt zich positief door voor de ontzuiling van de sociale zekerheid te pleiten. Voorts wil de formatie de flexibiliteit op de arbeidsmarkt bevorderen door een soepeler tijdskrediet. Op andere vlakken toont de partij zich van haar rood-groene kant: de invoering van de CO2-taks en hogere BTW-tarieven voor milieuonvriendelijke producten, het verzet tegen de ondersteuning van militaire O&O, een belasting op inkomens uit vermogens en het klassieke vakbondsstandpunt over de loonnorm. Alleen op het vlak van de vrijmaking van de energiemarkt en de administratieve vereenvoudiging nemen de groenen een standpunt in waarmee bedrijven zich kunnen verzoenen. Agalev wil alleen een lastenverlaging als die wordt gecompenseerd door extra milieuheffingen en een belasting op kapitalen. De partij bepleit de invoering van een energie- en vermogensbelasting. Ze verzet zich tegen een verdere privatisering in de gezondheidszorg, maar wil wel een andere financiering van zorgverstrekkers. Agalev wil overigens de stimulering van het risicokapitaal beperken voor investeringen in bedrijven in milieuvriendelijke sectoren. Een gemeenplaats (geen standpunt) is het groene, niet gefundeerde pleidooi dat investeringen in O&O prioritair dienen te gaan naar minder milieubelastende technologieën. Voor het overige verdedigt Agalev de strengere nationale milieunormen, het zuivere vakbondsstandpunt inzake de loonnorm en... de verplichte 30-urenweek. Kortom: een nachtmerrie voor ondernemend Vlaanderen. De radicaal-rechtse partij onderscheidt zich door haar gebrek aan economisch inzicht. Zo begrijpt het Blok niet dat Vlaamse CAO's over lonen waarschijnlijk de loonkosten zullen verhogen. De partij neemt op heel wat vlakken niet bepaald syndicale standpunten in, maar we missen eigen accenten (tenzij het voorspelbare "hoe Vlaamser, hoe beter"). Het Vlaams Blok beperkt zich op het vlak van O&O en Kyoto tot platitudes, grijpt terug naar compleet achterhaalde (linkse?) standpunten door te pleiten voor protectionistische maatregelen, zoals quota en invoertarieven, de hernationalisering van de Gimv en een overheidsverankering in de nutssectoren. Hans Brockmans