Nu de begrotingsperikelen weer hoogtij vieren en de kritiek op het expansieve beleid van de Europese Centrale Bank aanzwelt, stijgt de druk om het besparingsbeleid te verzachten. Minder besparen zou de macro-economische vraag een duwtje geven en zo de conjunctuur verbeteren. Anders geformuleerd: door nog meer schulden naar de toekomst te verschuiven, verbeteren we ons lot.
...

Nu de begrotingsperikelen weer hoogtij vieren en de kritiek op het expansieve beleid van de Europese Centrale Bank aanzwelt, stijgt de druk om het besparingsbeleid te verzachten. Minder besparen zou de macro-economische vraag een duwtje geven en zo de conjunctuur verbeteren. Anders geformuleerd: door nog meer schulden naar de toekomst te verschuiven, verbeteren we ons lot. De retoriek om het budgettair beleid te milderen, neemt vele vormen aan. Zo wordt ervoor gepleit de Europese begrotingsdoelstellingen af te zwakken of uit te stellen. Populair zijn ook de voorstellen om de overheidsinvesteringen buiten de begroting te houden. Daarbij gaat men voorbij aan het feit dat dat in België tot het midden van de jaren zeventig het geval was en dat dat resulteerde in een oncontroleerbare debudgetteringsdrift. Bovendien is het allesbehalve eenvoudig overheidsinvesteringen te omschrijven. Uitgaven voor infrastructuur zijn dat duidelijk wel, maar zijn onderhoudswerken dat ook? En wat dan met overheidsgebouwen, met wedden van leerkrachten, artsen enzovoort. De ervaring leert dat beleidsvoerders een grenzeloze creativiteit aan de dag leggen als het gaat om het omzeilen van de Europese begrotingsregels. Dat economen dat over het hoofd zien bij het formuleren van 'oplossingen' voor onze economische problemen, verklaart waarom hun aanzien almaar verkleint. Het is vreemd dat het voor zich uit schuiven van problemen uiteindelijk zou moeten resulteren in een toename van de economische groei. Wanneer en hoe de schuldenbergen tot redelijke proporties worden teruggebracht, wordt handig verzwegen. Of gelooft men dat ze vanzelf zullen verdwijnen door de gigantische terugverdieneffecten? Uiteindelijk gaat het om een bodemloze toekomstput. Als we alle problemen voor ons uit blijven schuiven, zullen ze uiteindelijk in die put verdwijnen, lijkt de redenering te zijn. Nogal verbazend dat de Japanse ervaring, waar de economie blijft slabakken ondanks een schuldquote van meer dan 200 procent van het bbp, niet tot enige twijfel leidt. Dichter bij huis leert de Griekse ervaring dat je problemen niet eindeloos kunt negeren. Waren de Grieken tien jaar vroeger gestart met een orthodoxer budgettair beleid, dan was de toestand niet ontspoord en hadden we een existentiële crisis van de euro vermeden. Die crisis heeft heel Europa veel gekost. Zonder was de financiële crisis misschien wel al verteerd. De Grieken hebben tien jaar geleefd alsof de toekomstput geen bodem heeft. De vraag is nu of de voordelen van dat potverteren opwegen tegen de pijn van de latere aanpassingen. De discussie over een optimaal begrotingstekort moet kaderen in de realisatie van een begrotingsevenwicht en zelfs een klein overschot op middellange termijn. Het maakt niet veel uit of we dat doel bereiken in 2018, 2019 of 2020, maar eventueel uitstel van die doelstelling moet stevig onderbouwd zijn en niet ingegeven door een gebrek aan politieke saneringsmoed, waarbij een beroep wordt gedaan op pseudo-economische argumenten zoals het in gevaar brengen van het conjuncturele herstel. Besparingen zullen altijd de economie treffen. Als we vandaag niet besparen, wordt het morgen, als het herstel inderdaad komt, ook moeilijk. En overmorgen, in een periode van hoge groei, wordt het zelfs onmogelijk. Want dan zal de argumentatie zijn dat we die bloeiperiode toch niet mogen fnuiken. Anders gesteld, vandaag niet besparen om louter conjuncturele redenen resulteert in het definitief voor ons uit schuiven van de nodige ingrepen en dus in het verder vullen van de toekomstput. We mogen bovendien niet vergeten dat die put al grotendeels gevuld is door de huidige schuldquote van meer dan honderd procent van het bbp en dat de kosten van de vergrijzing er nog aankomen. De toekomstput heeft een bodem. Er nog meer in storten, zou geen economische, financiële of politieke optie mogen zijn. Vertrouwen opbouwen doe je niet door te zoeken naar goedkope argumenten om de problemen systematisch naar de toekomst door te schuiven. Burgers weten perfect dat de toekomstput vlugger gevuld is dan ooit, ondanks de lage rente. De auteur is hoogleraar economie aan de VUB.JEF VUCHELENVertrouwen opbouwen doe je niet door te zoeken naar goedkope argumenten om de problemen systematisch naar de toekomst door te schuiven.