E chte Porsche-rijders, zoals sommige trotse eigenaars van een 911 zichzelf noemen, zeggen het graag. Of autoliefhebbers die nooit een Porsche-stuur in handen hadden, ook voor hen is het bon ton om te oreren, bij voorkeur op een barkruk: "De Boxster, ach ja, voor watjes." Al wordt de term watjes dan meestal anders benoemd, een predicaat dat we u uit politiek correcte overwegingen besparen. Of ook nog, een auto voor mensen van een bepaalde beroepscategorie, ook die verhullen we eventjes.
...

E chte Porsche-rijders, zoals sommige trotse eigenaars van een 911 zichzelf noemen, zeggen het graag. Of autoliefhebbers die nooit een Porsche-stuur in handen hadden, ook voor hen is het bon ton om te oreren, bij voorkeur op een barkruk: "De Boxster, ach ja, voor watjes." Al wordt de term watjes dan meestal anders benoemd, een predicaat dat we u uit politiek correcte overwegingen besparen. Of ook nog, een auto voor mensen van een bepaalde beroepscategorie, ook die verhullen we eventjes. Ach, wat dan nog. Voor nog meer onzin moet het al een stuk later op de avond zijn. Immers: dat die Boxster geen echte Porsche zou zijn, is een fabel. Een mythe die Trends doormidden reed tijdens een twee dagen durende test met de nieuwste versie van deze heerlijke cabrio. Meer zelfs: de Boxster is een echte sportwagen. Want als je het venijn uit de staart duwt, moet je serieus aan het stuur kunnen draaien. Dat de Boxster die watjesreputatie achter zich aan sleept, heeft een dubbele reden. Om te beginnen is dit de goedkoopste Porsche. Of liever, even nuanceren, de minst dure. Ten tweede heeft hij een zeer eigen publiek. Niet meteen de historische Porsche-klant; die blijft doorgaans zweren bij de 911 in al zijn versies, van Targa tot Carrera of Turbo. Wel opvallend veel vrouwen, goed voor één op vijf, of kleine tot middelgrote zelfstandigen die een tweede auto hebben om des zondags ook eens op een leuke manier om chocoladebroodjes te rijden. Bij Porsche zelf liggen ze daar alvast niet wakker van. In België zijn de Boxster en Cayman (in wezen een Boxster met een vast dak erop) goed voor 27 procent van de totale verkoop. Het kan tellen. Meer zelfs: met een beetje verbeeldingskracht zou je zelfs kunnen stellen dat deze cabrio de Duitse constructeur destijds heeft gered. Halverwege de jaren negentig ging het Porsche immers niet voor de wind, en kon met de Boxster een nieuwe clientèle aantrekken. Dat zette de herleving in. Een terreinwagen genaamd Cayenne maakte de klus later af: vandaag is Porsche een gezond bedrijf. Zo gezond dat het goed bezig is om baas te worden van de grote Volkswagengroep. Soit, tijd om te genieten. Rijden met de Porsche Boxster is ondervinden: deze machine heeft geen leemten. Je rijdt er al even gezwind op zijn zondags mee, als je hem uitbundig over een bochtig parcours slingert. Met een motor die altijd gretig is (meer vermogen heeft een zinnig mens niet nodig...) en remmen die onvermoeibaar zijn. Bovendien met een gevoel van comfort dat ervoor zorgt dat de honderden kilometers nimmer vermoeien. Heel knap overigens, hoe de ophanging helemaal niet té strak aanvoelt, zoals vaak bij sportwagens, als je met het volste respect voor de verkeersregels over de weg sluipt. Temeer omdat de atmosferische zescilinder ook in de lage toeren voldoende koppel heeft om heel rustig, soepel en geolied te toeren. Maar als je wil gaan pezen zoals dat met een rechtgeaarde Porsche kan, dan lukt dat moeiteloos. Als er enig wezenlijk verschil in rijgedrag is tussen een Boxster of Cayman en een 911 van welk type ook, dan is het dat deze zogenaamde instapversies van Porsche een meer voorspelbaar rijgedrag hebben. En dat heeft bijna alles te maken met de positie van de motor, die hier veeleer centraal dan achterin zit, en daardoor voor een optimaler verdeling van het gewicht zorgt. Neem daarbij het elektronische PSM-systeem dat meteen en tegelijk discreet ingrijpt als je het te bont maakt, en het resultaat is een zeer veilige machine. (T) Door Jo Bossuyt