Bedrijfsinvesteringen gieten het fundament onder een kraakvers economisch herstel. Toch na een gewone recessie. Maar vergeet deze keer dit klassieke patroon, want de bedrijven laten de investeringplannen nog een jaartje in de lade liggen. Vooral in de industrie kampen veel ondernemingen met overcapaciteit en is er dus geen behoefte aan extra investeringen. Ook het vooruitzicht van een moeilijke financiering van deze projecten werkt niet bepaald motiverend. En vooral, komen de klanten straks terug? Die onzekerheid werkt verlammend en de bedrijfsinvesteringen dalen dus in 2010.
...

Bedrijfsinvesteringen gieten het fundament onder een kraakvers economisch herstel. Toch na een gewone recessie. Maar vergeet deze keer dit klassieke patroon, want de bedrijven laten de investeringplannen nog een jaartje in de lade liggen. Vooral in de industrie kampen veel ondernemingen met overcapaciteit en is er dus geen behoefte aan extra investeringen. Ook het vooruitzicht van een moeilijke financiering van deze projecten werkt niet bepaald motiverend. En vooral, komen de klanten straks terug? Die onzekerheid werkt verlammend en de bedrijfsinvesteringen dalen dus in 2010. De krachtige herleving waarop een economie normaal recht heeft na een diepe inzinking blijft daarom uit in 2010. De negatieve cijfers werden dit jaar uitgewist, maar deze snelle opwaartse trend blijft steken rond een groei van 1 procent. Er haperen nog te veel motoren om groeicijfers van 3 procent of meer neer te zetten. Die zijn nodig om de welvaartsachterstand, opgelopen door de crisis, goed te maken. Want ook de consument is volgend jaar moeilijk uit zijn schelp te lokken. De gezinnen hebben tijdens de crisis flink wat opzijgezet, maar blijven op dat geld zitten zolang jobs verloren gaan en de werkloosheid blijft oplopen. Deze banenslag roomt het beschikbare inkomen van de gezinnen af met 1 procent. Er komt een kentering op de arbeidsmarkt, maar eerder met Kerstmis dan met Pasen. Bedrijven putten eerst uit een grote stock tijdelijke werklozen voor ze echt weer beginnen aan te werven. Verwacht ook van de overheid geen extra zweepslag om de economie vooruit te jagen. De Belgische overheid zit financieel op haar tandvlees, en hoge tekorten en dito schulden bedreigen het vertrouwen van de gezinnen in de overheidsfinanciën. Dat kan een spaarkramp uitlokken die de economie kan missen als kiespijn. 'Saneren' vervangt snel 'stimuleren' als leidmotief voor het regeringsbeleid om de economie vooruit te helpen. De vrees voor een nieuwe inzinking steekt nu al de kop op, maar blijkt ongegrond in 2010. Ook de optimisten hebben immers wat ijzers in het vuur. De crisis sneed ook zo diep omdat bedrijven massaal hun voorraden afbouwden om werkkapitaal vrij te maken. Ruim een derde van de economische krimp van dit jaar was te wijten aan voorraadafbouw. Maar de ondernemingen zijn weer begonnen met het aanvullen van de magazijnen en zijn daar nog even zoet mee. Voorraadopbouw geeft heel 2010 een extra duwtje in de rug. Intussen veert ook de internationale handel weer op, aangevuurd door de groeilanden die erin slaagden hun dynamiek vrij ongeschonden door de crisis te loodsen, China op kop. Daar spint een open economie als de Belgische wat garen bij - de dikte van het orderboek is de beste maatstaf voor het ondernemersvertrouwen - maar de aangetaste concurrentiepositie en de dure euro maken het doodjammer dat we niet meer kunnen profiteren van dat internationale herstel. 2010 wordt nog maar eens een frustrerend jaar aan het conjunctuurfront. Daan Killemaes