De auteur is correspondent van The Economist in Washington.
...

De auteur is correspondent van The Economist in Washington.Begin 2005 zullen economen zich bezorgd afvragen hoelang de nieuwe zwakke plek in de economie van de Verenigde Staten zal aanhouden. De combinatie van hogere olieprijzen en een nog altijd slome arbeidsmarkt zal het bestedingsvermogen van de consumenten beperken. Wanneer ook de woningmarkt begint te wiebelen en de dollar plots verzwakt, zou dat zwakke plekje wel eens kunnen leiden tot een ernstige economische vertraging. De Amerikaanse consumenten hebben al vaker de pessimisten verbaasd. In de voorbije drie jaar werden hun bestedingen aangemoedigd door lagere interestvoeten en stijgende woningprijzen, evenals door belastingverlagingen. Het gevolg: het sparen is gekelderd, de schulden pieken. Volgens Goldman Sachs moet de spaarquote van de huishoudens stijgen van 1 % van het beschikbare inkomen naar 10 %. Zo'n aanpassing kan niet van de ene dag op de andere, maar moet wel al in 2005 een aanvang nemen, omdat vooral een zwakkere woningmarkt voor de consumenten het pijnloze substituut voor sparen zal wegnemen. Zelfs een bescheiden verschuiving naar meer sparen zal een grote weerslag hebben op de consumptie. Tegelijkertijd zullen de consumenten de gevolgen van de hogere olieprijzen voelen, zeker begin 2005. Het inkomen uit lonen zal niet stevig genoeg zijn om de schok van de olieprijs te absorberen. De arbeidsmarkt blijft immers ongewoon slap. Tijdens de huidige herstelperiode heeft de Amerikaanse arbeidsmarkt de economen verbaasd: in de twee jaar na het officiële einde van de recessie in november 2001 bleven er banen verloren gaan en hoewel de economie vanaf september 2003 nieuwe jobs begon te scheppen, was het tempo nauwelijks voldoende om gelijke tred te houden met de binnenkomers op de arbeidsmarkt. Dankzij een hogere productiviteit hoefden de bedrijven niet aan te werven. Dat beeld zal in 2005 ietwat veranderen, omdat de productiviteitsgroei zal tegenvallen. In 2004 begon de productietoename per arbeider al te vertragen, omdat de bedrijven aan de limiet zaten van de kostenbesparingen. Een lagere productiviteitsgroei betekent dat zelfs een beperkte stijging van de productie tot meer jobs zal leiden. De werkloosheidsgraad zal waarschijnlijk het grootste deel van het jaar rond 5,4 % draaien. De productiviteitsvertraging zal het moeilijker maken om de arbeidskosten te absorberen en zal de centrale bank, de Federal Reserve, onder druk zetten om de monetaire politiek te verstrakken, een delicate operatie. De centrale bank zal het jaar aanvatten met een kortetermijnrente van 2 % of net daarboven, een naar historische normen uiterst laag percentage. Wellicht trekt de Fed die interest op via een serie kleine verhogingen. Maar die strategie zal onder druk komen. Nu de groei van de productie slabakt en de consumenten weifelen, valt er wat voor te zeggen om het wat zachter aan te doen met de verstrakking van het monetaire beleid. Maar de inflatie dreigt, al is er momenteel nog manoeuvreerruimte met een inflatie van zowat 2 %. Als de hogere olieprijzen grotere oprispingen in de consumptieprijzen veroorzaken, zal ook de druk stijgen om de interesten sneller op te trekken. De taak van de centrale bank zal nog bemoeilijkt worden door de dollar. Nu het Amerikaanse tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans dicht bij 6 % van het bruto binnenlands product (BBP) ligt en nog verder stijgt, zal de neerwaartse druk op de dollar toenemen. De greenback zal in 2005 aanzienlijk zwakker eindigen dan hij begon. Alle obstakels ten spijt, ziet het ernaar uit dat de Amerikanen wel zullen slagen in een geordende en geleidelijke correctie van de dollarkoers. Als de groei in de rest van de wereld geen te harde klappen krijgt van de hogere olieprijs, zou de VS in de loop van 2005 moeten kunnen beginnen om de enorme onevenwichten af te bouwen. Een hogere export zou de lagere consumptie kunnen compenseren. Met een BBP dat met zo'n 3 % zal aangroeien, zal de economie sloom aanvoelen, maar wel in de juiste richting gaan Zanny Minton-BeddoesIn 2004 begon de productie-toename per arbeider al te vertragen, omdat de bedrijven aan de limiet zaten van de kosten-besparingen.