Een geschiedenis over het Amerikaanse mededingingsbeleid zou niet zo interessant mogen zijn, maar Matt Stoller kan in Goliath met heerlijke ingrediënten aan de slag. Aan de vooravond van de grote economische depressie van de jaren 1920 worden de Verenigde Staten geregeerd door een zwakke president die corrupte bankiers en industriëlen ongemoeid laat, waardoor ze te veel macht krijgen over de politici, de burgers en de kleine ondernemers. Z...

Een geschiedenis over het Amerikaanse mededingingsbeleid zou niet zo interessant mogen zijn, maar Matt Stoller kan in Goliath met heerlijke ingrediënten aan de slag. Aan de vooravond van de grote economische depressie van de jaren 1920 worden de Verenigde Staten geregeerd door een zwakke president die corrupte bankiers en industriëlen ongemoeid laat, waardoor ze te veel macht krijgen over de politici, de burgers en de kleine ondernemers. Zijn naam is Herbert Hoover. Zijn minister van Financiën is Andrew Mellon, een telg van de invloedrijke familie van zakenbankiers. Hij geeft zijn bedrijven belastingvoordelen, is aandeelhouder van banken en tegelijk de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank. Hij heeft een stokerij, terwijl hij moet toezien op de drooglegging en hij laat zijn bedrijven het handelsembargo tegen de Sovjet-Unie omzeilen. Die schandalen leiden tot een economische revolutie waarin Franklin Delano Roosevelt de macht van de big business breekt. Stoller beschrijft hoe zowel de Democraten als de Republikeinen er bijna veertig jaar lang van overtuigd zijn dat werknemers en kmo's een eerlijke kans moeten krijgen. Maar eind jaren zeventig keert de conservatieve apathie voor het mededingingsbeleid terug en ontstaan in alle sectoren giganten die te machtig en too big to fail zijn, en kmo's en kleine zelfstandigen tot de bedelstaf brengen. Stoller beargumenteert dat het monopolie van techgiganten zoals Amazon is ontstaan door een overdreven focus op de voordelen voor de consument op korte termijn. Monopolisten kunnen zich even als verlichte despoten gedragen, maar onvermijdelijk misbruiken ze hun macht of brengen ze de democratie in gevaar. Stoller werkt voor het Open Markets Institute, een linkse denktank die zich inzet voor eerlijke concurrentie en de bescherming van kleine ondernemers en werknemers. Hij moffelt nergens zijn overtuigingen weg, maar staaft zijn argumenten met gedegen historisch onderzoek. Het boek lijdt een beetje aan de handicap van thematische geschiedenissen. De onderzoeker staart zich blind op één factor en verliest de ruimere context uit het oog. Toch is Goliath een lezenswaardige en actuele aanklacht tegen corruptie en geperverteerd kapitalisme.