Een bank vooruit en een kus van de aandeelhouder. Dat hebben vijftien bedrijven verdiend want ze behalen een perfecte score in solvabiliteit. Deze bedrijven zijn schuldenvrij: de passiefzijde van hun balans bestaat uitsluitend uit eigen middelen. Op de volgende bladzijde vindt u de vijftig bedrijven die het hoogste scoren op het vlak van financiële onafhankelijkheid. Deze verhouding tussen de eigen middelen en het totaal vermogen is een van de steunpilaren van de klassieke ratioanalyse. De cijfers werden gedistilleerd uit de nieuwe Trends Top 5000 die op 19 december samen met Trends verschijnt.
...

Een bank vooruit en een kus van de aandeelhouder. Dat hebben vijftien bedrijven verdiend want ze behalen een perfecte score in solvabiliteit. Deze bedrijven zijn schuldenvrij: de passiefzijde van hun balans bestaat uitsluitend uit eigen middelen. Op de volgende bladzijde vindt u de vijftig bedrijven die het hoogste scoren op het vlak van financiële onafhankelijkheid. Deze verhouding tussen de eigen middelen en het totaal vermogen is een van de steunpilaren van de klassieke ratioanalyse. De cijfers werden gedistilleerd uit de nieuwe Trends Top 5000 die op 19 december samen met Trends verschijnt. Een gezonde portie vreemd vermogenMaar niets is wat het lijkt. Bedrijven met een extreem hoge solvabiliteit zijn daarom niet meteen de best geleide of best presterende bedrijven. De solvabiliteit geeft namelijk alleen een indicatie van het financiële risico van de onderneming. Hoe kleiner het eigen vermogen in vergelijking met het totale vermogen, hoe minder een onderneming in staat is om tegenslagen uit eigen middelen op te vangen. Dat wil echter niet zeggen dat een flinke portie vreemd vermogen noodzakelijkerwijs een slechte zaak is. De theorie van de financiële hefboom legt uit waarom. Een onderneming kan vreemd vermogen aantrekken tegen een kostprijs van 6% en dat geld investeren in haar bedrijfsactiviteit, waaruit ze een rendement van bijvoorbeeld 10% puurt. De extra winst die op die manier wordt gegenereerd, komt ten goede aan de gelukkige aandeelhouders, die in dat geval geen graten zullen zien in een hogere schuldenlast.Een optimale graad van financiële onafhankelijkheid bestaat dan ook niet. Professor Hubert Ooghe ( Universiteit Gent en Vlerick Leuven Gent Management School) berekende dat de gemiddelde Belgische onderneming zich in het jaar 2000 voor 29,72% met eigen vermogen financierde. Dat was meteen het hoogste cijfer sinds 1991. Het lijkt echter aannemelijk dat dit cijfer in 2001 zal terugvallen, want de recessie van de Belgische economie zet ontegensprekelijk de bedrijfswinsten zwaar onder druk. Daarnaast stelde de Gentse econoom vast dat er grote verschillen optreden naargelang de sector. Energie en water kennen bijvoorbeeld een zeer hoge financiële onafhankelijkheid, die in 2000 maar liefst 51,37% bedroeg. De sterke verbondenheid van deze sector met de Belgische overheid is daar wellicht niet vreemd aan. Aan de andere kant treffen we de horecasector aan, waar de doorsneeonderneming zich in 2000 slechts voor 18,99% met eigen middelen financierde. Ooghe verklaart dit dramatische cijfer door te wijzen op het grote aantal verlieslatende ondernemingen in deze sector en die verliezen tasten nu eenmaal het eigen vermogen aan. Meer dan een kwart van de Belgische horecazaken heeft zelfs te kampen met een negatief eigen vermogen. Regionaal zijn de verschillen veel minder groot. De gemiddelde Vlaamse onderneming heeft met 30,65% de hoogste graad van financiële onafhankelijkheid, lichtjes beter dan de Brusselse (28,56%) en de Waalse (27,89%).Solvabiliteit is weer 'hot'Tijdens de recente gouden jaren op de beursvloer was de solvabiliteitsratio een beetje in de verdrukking geraakt. Analisten en beleggers hadden bijna uitsluitend aandacht voor omzetgroei. Zij plaatsten dan ook grote vraagtekens bij de hoge solvabiliteit van de beursgenoteerde lingeriefabrikant Van de Velde. Daar in Oost-Vlaanderen kreeg men dan ook geregeld het predikaat 'ouderwets' en 'conservatief' opgespeld. Zelfs al had Van de Velde een krakkemikkige balans gehad, dan was dat maar een tijdelijk akkefietje geweest. In die tijd stonden beleggers te springen om in te tekenen op weer een kapitaalverhoging. De tijden zijn echter veranderd. Dat mochten onlangs ook Belgische beursgenoteerde bedrijven als Delhaize en Laundry Systems Group ondervinden. De warenhuisketen werd ongemeen zwaar afgestraft vanwege de zware schuldenlast die ontstaan was door de overname van het Amerikaanse Hannaford. De Belgisch-Deense wasmachinefabrikant werd onder druk van de banken zelfs gedwongen om, in uiterst ongunstige omstandigheden, een kapitaalverhoging door te voeren (die ondanks alles toch nog vlot lukte). De zittende aandeelhouders betaalden er wel een hoge prijs voor want de verwatering was enorm. Dirk Van Thuyne [{ssquf}]dirk.van.thuyne@trends.beBedrijven met een extreem hoge solvabiliteit zijn daarom niet de best geleide of best presterende bedrijven.