Tegen deze troosteloze achtergrond zou Groot-Brittannië al een heel sterke prestatie neerzetten als het land de groei van 1,6% weet te halen die de Oeso heeft voorspeld. De officiële 2,25% tot 2,75% groeibandbreedte waarvan het Britse ministerie van Financiën uitgaat, ligt enkele maanden buiten bereik. Maar in de tweede helft van het jaar zal Gordon Browns ogenschijnlijk te rooskleurige voorstelling van zaken zeer realistisch blijken, en misschien zelfs een beetje aan de voorzichtige kant.
...

Tegen deze troosteloze achtergrond zou Groot-Brittannië al een heel sterke prestatie neerzetten als het land de groei van 1,6% weet te halen die de Oeso heeft voorspeld. De officiële 2,25% tot 2,75% groeibandbreedte waarvan het Britse ministerie van Financiën uitgaat, ligt enkele maanden buiten bereik. Maar in de tweede helft van het jaar zal Gordon Browns ogenschijnlijk te rooskleurige voorstelling van zaken zeer realistisch blijken, en misschien zelfs een beetje aan de voorzichtige kant. Sterkste van de G8Als we verder dan 2002 kijken, zien we dat het Britse economische potentieel beperkt kan worden door enkele heel fundamentele problemen: een lage productiviteit, een ontoereikende transportinfrastructuur en decennialang te weinig investeringen in openbare diensten. Die kunnen resulteren in een sterke opwaartse druk op de belastingen, als er geen belangrijke hervormingen worden doorgevoerd in de financiering van overheidsvoorzieningen, vooral in de gezondheidszorg.Maar in 2002 zal de aandacht vooral uitgaan naar de economische deugden van Groot-Brittannië. Het land zal het immers behoorlijk wat beter doen dan enig ander land in de G8. En waarom? De tijdelijke voorsprong op de Verenigde Staten is duidelijk. Groot-Brittannië is veel minder dan de VS blootgesteld aan de boom bust in de technologieaandelen, en hoeft de klap van 11 september niet te verwerken. Maar waarom zal het land, voor de zevende keer in tien jaar, beter presteren dan zijn Europese buurlanden? De redenen kunnen worden onderverdeeld in drie groepen: goed beleid, geluk en een goede economische structuur.Laten we met het beleid beginnen. De Bank of England is wettelijk verplicht om een actieve rol te spelen bij het beheersen van de vraag. Groot-Brittanniës symmetrische monetaire beleidsdoel _ de inflatie mag noch onder, noch boven de 1,5% tot 3,5% bandbreedte uitkomen _ betekent dat de bank zowel economische zwakheid als inflatoire oververhitting als een bedreiging ziet. De Europese Centrale Bank (ECB) daarentegen mag zich binnen haar mandaat slechts zorgen maken over inflatie. Het gevolg hiervan is dat Britse bedrijven en consumenten weten dat ze op een monetaire prikkel kunnen rekenen als hun economie verslapt. Bovendien heeft Groot-Brittannië een van de sterkste overheidsfinanciën van Europa, en is het niet gebonden aan het Stabiliteits- en Groeipact van de Europese Monetaire Unie. Duitsland en Frankrijk staan onder grote druk van de Europese Commissie en de ECB om tijdens een economische baisse het fiscale beleid aan te scherpen _ een economische idioterie. De Britse regering kan echter blijven vasthouden aan haar ambitieuze doelen voor het uitbreiden van de publieke uitgaven en zal de automatische fiscale stabilisatoren ten volle blijven benutten. Wat het geluk betreft, dat is het gevolg van een samenloop van economische omstandigheden. De werkgelegenheid zal klappen krijgen in de verwerkende industrie en de financiële sector. Maar dat banenverlies wordt opgevangen door de vraag naar personeel in de dienstensector, vooral in de gezondheidszorg en het onderwijs.Daarnaast zullen de consumentenuitgaven een procentpunt of meer moeten inleveren van het oververhitte reële groeitempo van 6% dat ondanks de dotcomslachting, de mond- en klauwzeerepidemie en de verschrikkelijke herfst van 2001 gewoon aanhield. Daartegenover staat een hogere consumptie door de overheid en haar investeringen in infrastructuur en bouwprojecten, die opleven door de lage rentetarieven.Een derde opsteker is de gestage consolidatie van de Europese financiële en zakelijke dienstensectoren in Londen. Die is het gevolg van een combinatie van de mondialisering van alle financiële markten en de dominantie van het Engels als universele zakentaal, met de creatie van de euro en de geleidelijke voltooiing van de gemeenschappelijke markt. Zo werd Londen het onomstreden financiële centrum van de Europese markt en 's werelds belangrijkste tijdzone.Laten we ten slotte eens kijken naar de diepere, structurele fundamenten van Groot-Brittanniës verbeterde economische prestaties. De belangrijkste zijn de arbeidsmarkt- en concurrentiehervormingen die in de jaren tachtig door Margaret Thatcher gelanceerd werden en die (verrassend genoeg) onder een Labour-regering zijn voortgezet. Die hervormingen hebben Groot-Brittannië geleidelijk veranderd: van een achterlijk uitziend land dat overmatig afhankelijk was van in verval rakende industrieën, in een economie met een grote verscheidenheid. Ze hebben een redelijk gedereguleerde en competitieve zakelijke omgeving geschapen, in ieder geval naar Europese maatstaven. Daarnaast hebben de hervormingen een in vakbonden georganiseerd, klassenbewust, reactionair leger van industriële strijders omgevormd tot flexibele, individualistische arbeidskrachten die bereid zijn nieuwe vaardigheden te leren en veranderingen in status te accepteren. De nieuwe diversiteit en flexibiliteit van Groot-Brittanniës industriële structuur zal helpen om het tekort op de lopende rekening op een hanteerbare 2,5% van het BNP te houden, ondanks het sterke pond. Toekomstige uitdagingenHet vermogen en de bereidheid van Groot-Brittannië om te veranderen is op zichzelf niet genoeg om een snelle stijging van de levensstandaard te garanderen. Om een topeconomie te worden, heeft Groot-Brittannië behoefte aan hogere en betere investeringen, betere managementtraining, superieur geschoolde werknemers en de vele andere mysterieuze factoren die aan het efficiëntieniveau en de productiviteitsgroei in andere landen schijnen bij te dragen. Maar dat zijn uitdagingen voor het volgende decennium. In de turbulente twaalf maanden die voor ons liggen, zal Groot-Brittanniës ongewone flexibiliteit het land tot een wereldrecordhoudende economie maken.Anatole KaletskyDe auteur is columnist in The Times en directeur van Kaletsky Economic Consulting.[2002]In het komende jaar wordt Groot-Brittannië de economische spurtbom van de G8.[2002]Groot-Brittannië zal, voor de zevende keer in tien jaar, beter presteren dan zijn Europese buurlanden.