De macht van de vakbond neemt af

Op 8 juni begint het tweedaagse congres van de socialistische vakbond ABVV. Rudy De Leeuw wordt de nieuwe voorzitter. Het doctoraat van Tineke Boucké over de tanende vakbondsmacht is meteen verplichte lectuur.

O ns ledenaantal stijgt – dat is het klassieke antwoord van vakbondsleiders op de vraag of ze macht verliezen. Voor Tineke Boucké is dat een erg onvolledig antwoord. Ledenaantal heeft voor haar te maken met slechts één machtsdimensie. “Er zijn drie dimensies in macht,” zegt de assistente van de vakgroep Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Zopas doctoreerde ze met De Belgische vakbonden uitgedaagd? Een politicologische analyse van de evolutie van hun machtspositie. Promotor was professor Carl Devos, inspirator van de kersverse denktank Itinera.

“Qua ledenaantal bezitten de Belgische vakbonden inderdaad een goede machtspositie,” zegt Tineke Boucké. “En ze evolueert positief.” Bij de secundaire machtsbronnen is de evaluatie heel wat minder positief. Eerst haalt Boucké een aantal interne vakbondsevoluties aan die de macht beperken. De vakbond telt door fusies steeds minder vakcentrales, wat leidt tot een grotere concentratie van leden. Dat geeft volgens Boucké coördinatieproblemen. “Bij het Generatiepact hebben we dat duidelijk gezien,” vindt ze. “Grote centrales manifesteren zich sterk, zodat het moeilijk wordt voor de nationale leiding om zich te engageren. Dat is een negatieve machtsevolutie. Het ABVV heeft op dat vlak duidelijk meer problemen dan het ACV. De persoonlijkheid van de leider speelt ook een grote rol. Hoe sterker die is, hoe minder het probleem van de coördinatie zich stelt. Een ander probleem is de horizontale coördinatie. Als er een akkoord is gesloten, dan moet het compromis nageleefd worden. Als de vakbond dat niet kan afdwingen, dan zullen de andere partners minder geneigd zijn in de toekomst nog toe te geven.”

Minder mobilisatiekracht

Ondertussen heeft de heterogeniteit van de leden – het gevolg van onder andere tertialisering en vervrouwelijking – een negatief effect op de solidariteit. En ook het mobilisatiepotentieel vermindert. Het aantal stakingen is gedaald.

Binnen de secundaire machtsbronnen zijn er nog externe factoren, zoals de relatie met de politieke partijen. “Door de opkomst van de middenklasse en het ontstaan van catch-allpartijen wordt de exclusieve link van de vakbond met een partij afgezwakt,” stelt Boucké vast. “Dat werkt negatief in op de macht. Er zijn ook institutionele elementen, zoals de syndicale afvaardiging, die de hoogte van de syndicalisatiegraad verklaren. De vakbonden bezitten tevens nog steeds een belangrijke mate van functionaliteit in de formele overleginstanties. Daar blijft de machtspositie van de vakbond relatief constant.”

Van welvaartsstaat naar workfarestaat

Boucké besteedt veel aandacht aan de derde machtsbron: de structurele factoren. En die evolueren negatief. “Het neoliberalisme heeft zich gemanifesteerd. Ook centrumlinks is ten dele opgeschoven naar het neoliberale discours. De Derde Weg hebben we hier vertaald in de actieve welvaartsstaat. We zijn geëvolueerd van een keynesiaanse welvaartsstaat met nadruk op rechten naar een schumpeteriaanse workfarestaat met nadruk op rechten én plichten. Als dat leidt tot een grotere tewerkstelling, moeten de vakbonden daarmee kunnen leven, maar dat is niet aantoonbaar het geval.”

Volgens Boucké ligt de nadruk in het interprofessioneel overleg eenzijdig op competitiviteit. “Vroeger werd een grotere arbeidsproductiviteit ingeruild voor hoger loon. Nu ligt de nadruk volledig op de loonkosten. Opleidingsafspraken, bijvoorbeeld, worden niet nagekomen. Nochtans is het opleidingsniveau even belangrijk om competitief te zijn. Het discours van de flexibiliteit duwt de vakbonden in een negatieve machtspositie, omdat ze geen alternatief hebben. De vakbonden blijven steken in traditionele opvattingen. Ze moeten proberen te vernieuwen. De vakbonden moeten er ook voor zorgen dat ze een aantal institutionele bronnen behouden. Daarom is automatische loonindexering zo belangrijk voor hen. Want loonsverhoging is een incentive voor lidmaatschap.”

Conclusie: de machtspositie van de vakbonden is minder gunstig dan in de jaren zestig. Boucké: “Dat was te verwachten. Toch wordt al te vaak gefocust op alleen de eerste machtsbron. Het zijn echter vooral de structurele factoren die het verlies aan macht bepalen.” Volgens haar is die evolutie niet onomkeerbaar. “Macht is in zekere mate ook conjunctuurgebonden. Het neoliberalisme overheerst momenteel, maar als het te ver doorschiet, zal er normaal wel een correctie volgen. Ook al zijn daar nu nog geen tekenen van.”

Guido Muelenaer

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content