Instrument met geschiedenis

Fien Van den Fonteyne zal de editie van de Koningin Elisabethwedstrijd niet winnen. En dat ondanks de Guarneri del Gesu waar ze op speelde. Om de Elisabethwedstrijd te winnen hebben violisten blijkbaar niet enkel een verbluffende techniek nodig, maar ook een instrument met geschiedenis. Dat past meestal niet in het budget van een solist die aan het begin van zijn carrière staat. De 62-jarige vioolbouwer Luc Denys uit Gent betreurt de aandacht voor die superviolen een beetje. Niet onlogisch, want Denys maakt moderne violen die de vergelijking met zo'n historisch topinstrument doo...

Fien Van den Fonteyne zal de editie van de Koningin Elisabethwedstrijd niet winnen. En dat ondanks de Guarneri del Gesu waar ze op speelde. Om de Elisabethwedstrijd te winnen hebben violisten blijkbaar niet enkel een verbluffende techniek nodig, maar ook een instrument met geschiedenis. Dat past meestal niet in het budget van een solist die aan het begin van zijn carrière staat. De 62-jarige vioolbouwer Luc Denys uit Gent betreurt de aandacht voor die superviolen een beetje. Niet onlogisch, want Denys maakt moderne violen die de vergelijking met zo'n historisch topinstrument doorstaan. "Maar toen een van mijn instrumenten in de halve finale werd bespeeld, had niemand in de pers daar aandacht voor", zucht hij. Er gaat heel veel geld in de markt van de professionele violen om. Een voorbeeld: in 2010 werd de Guarneri del Gesu die ooit van de Belgische violist Henri Vieuxtemps was, geveild voor 18 miljoen dollar. Nog bekender is de vioolbouwer Antonio Stradivarius. Van de naar schatting 1100 instrumenten die hij heeft gebouwd zouden er zowat 650 de tand des tijds hebben overleefd. 512 daarvan zijn violen. Een Stradivarius koop je niet onder 2 miljoen dollar. Dat de handelswaarde van oude topviolen in de lift zit, valt ook af te lezen aan investeringsopportuniteiten. De topviolen zijn veelal in handen van investeerders, banken of verzekeraars. In 2013 zette Brussels Philharmonic samen met private banker Puilaetco Dewaay zelfs een instrumentenfonds op. Dat had een dubbel doel: enerzijds is een investering in een historische viool een veelbelovende belegging, anderzijds heeft het orkest een budget om zijn strijkers oude instrumenten uit dezelfde periode en streek te geven. In België zijn er ongeveer 100 vioolbouwers. Degenen die echt reeksen blijven bouwen zijn op een hand te tellen. Dat is ook logisch: van violen te bouwen word je niet rijk. "Ik kon jarenlang overleven omdat ik in een muziekwinkeltje ook gitaren en versterkers verkocht", zegt Denys. Maximaal bouwt hij zes violen per jaar. In zo'n nieuwbouwviool kruipen 350 werkuren. Een nieuw gebouwd professioneel topinstrument van Denys kost een kleine 20.000 dollar. Voor een oud instrument van die kwaliteit betaal je gemakkelijk 200.000 dollar. Dat prijsverschil is te verklaren door vraag en aanbod. Zo lang een vioolbouwer leeft, is prijsspeculatie met zijn instrumenten niet gebruikelijk. Dat verandert zodra hij er niet meer is. Stradivarius maakt geen violen meer, dus ontstaat er schaarste aan zijn instrumenten. Die wordt versterkt omdat in het Oosten de interesse voor westerse klassieke muziek groeit. "Hoewel ze in een tussencategorie best goede instrumenten bouwen in China, verkiezen de Chinezen steevast oude violen. Toen ik met steun van Flanders Investment & Trade in Sjanghai op de beurs stond, was de interesse in mijn violen groot, maar de vraag om volgende keer ook oude instrumenten mee te brengen nog groter." ROELAND BYL