MACHIAVELLISTISCH SPELLETJE ?
...

MACHIAVELLISTISCH SPELLETJE ?Nadat Bundesbank-directeur Otmar Issing onlangs nog eens duidelijk de puntjes op de "i" zette omtrent het EMU-project (zie Trends, 28 maart 1996), was het kort nadien de beurt aan de voorzitter van diezelfde Bundesbank Hans Tietmeyer. In de Wall Street Journal van 22 april 1996 maakte Tietmeyer duidelijk dat de Europese Centrale Bank (ECB) ondubbelzinnige objectieven moet hebben die zich vooral op het vlak van de prijsstabiliteit situeren : "Inflatie is nooit voor altijd overwonnen. Iedereen weet dat de monetaire beslissingen van vandaag doorslaggevend zijn voor de inflatie van morgen." Dat de monetaire discipline die door de Bundesbank wordt opgelegd voor veel doffe ellende zorgt een argument dat steeds meer aan populariteit wint veegt Tietmeyer zonder meer van tafel. "De groeiproblemen en de hoge werkloosheidscijfers in Europa hebben verschillende oorzaken. Maar een verkeerde oriëntering van het monetaire beleid behoort daar zeker niet toe," aldus Tietmeyer. De president van de Bundesbank hamerde er voorts nog op dat het onbediscussieerbaar engagement van de ECB om prijsstabiliteit na te streven veel belangrijker is dan "verantwoording te moeten afleggen aan een ander politiek orgaan". Tietmeyer voegde de daad bij het woord : nagenoeg op hetzelfde ogenblik waarop zijn artikel in de Wall Street Journal verscheen, verlaagde de Bundesbank de disconto- en lombardrente. Die rentevoeten zijn echter grotendeels symbolisch ; voor de geldmarkt is de zogenoemde reporente veel belangrijker en die liet de Bundesbank ongewijzigd. Enkele dagen eerder had diezelfde Tietmeyer de toon gezet voor de vergadering van de ministers van Financiën en de centrale bankiers van de Europese Unie in Verona. Op de agenda daar stond onder meer de relatie tussen de EMU-kerngroep en de landen die bij de start nog (even) langs de kant zouden blijven. Volgens Tietmeyer is het aan de ECB om te bepalen binnen welke marges de munten van de outsiders in het kader van een soort EMS II moeten gaan schommelen ten opzichte van de euro. De vrees voor voortdurend devaluerende landen (Engeland, Italië, Spanje) aan de periferie van de kerngroep zit er diep in. Voorts gaf Tietmeyer te kennen dat, alhoewel de ECB verplichtingen op zich zou moeten nemen om in bepaalde gevallen te interveniëren ten gunste van outside-munten, zij ook het absolute recht moest behouden om die interventieverplichting op te schorten. Vanzelfsprekend schoten vooral de Britten deze Duitse voorstellen af. Al deze verklaringen wijzen er ontegensprekelijk op dat dé dominante centrale bank van de EU zich inzake de opbouw van de Europese Monetaire Unie zo strak mogelijk wil houden aan haar eigen orthodoxie. Economen zoals Paul De Grauwe van de KU-Leuven en Robert Aliber van de Universiteit van Chicago zien hierin een machiavellistisch spelletje van de Duitse centrale bank : leg de lat steeds hoger zodanig dat op den duur niemand er nog over geraakt. Impliciet aan hun redenering is het uitgangspunt dat de Bundesbank die EMU helemaal niet wil. In ieder geval laat ook de regering van Helmut Kohl vandaag meer dan ooit de Duitse verpersoonlijking van het Europese project de orthodoxie van de Maastricht-criteria niet vallen. Half april kondigde Kohl voor 50 miljard mark (ruim 1000 miljard frank) besparingen aan, vooral in de sociale uitgaven (gezondheidszorg, pensioenen en werkloosheidsuitkeringen). Die beslissing heeft alles te maken met de tegenvallende economische groei die het Duitse begrotingstekort dit jaar stilaan in de richting van de 4 % van het BBP doet evolueren. Hoewel de vakbonden huiveren, hebben diverse ministers er niet de minste twijfel over laten bestaan dat de regering zo snel mogelijk opnieuw de magische 3 % wil bereiken. Vooral voor landen als Frankrijk en België is de boodschap loepzuiver. HANS TIETMEYER Voor de Bundesbank-voorzitter geldt alleen het objectief van de prijsstabiliteit.