De veiling was de eerste grote test voor de kunstmarkt na de terroristische aanslagen van 11 september. En die test kan best geslaagd worden genoemd, want heel wat werken gingen tegen recordprijzen de deur uit. Het schilderij Le Moteur (1918) van de kubist Fernand Léger bijvoorbeeld vond voor 18,6 miljoen euro (750 miljoen frank) een nieuwe eigenaar.
...

De veiling was de eerste grote test voor de kunstmarkt na de terroristische aanslagen van 11 september. En die test kan best geslaagd worden genoemd, want heel wat werken gingen tegen recordprijzen de deur uit. Het schilderij Le Moteur (1918) van de kubist Fernand Léger bijvoorbeeld vond voor 18,6 miljoen euro (750 miljoen frank) een nieuwe eigenaar. In 1961 werd in ons land voor het eerst een schilderij afgeklopt voor meer dan een miljoen frank. Het ging om een werk van Kees Van Dongen, dat werd geveild bij Campo in Antwerpen. In die jaren werd de markt nog nagenoeg uitsluitend door Belgische huizen gedomineerd. En dat stelde kunstliefhebbers in staat om een Frans Hals, James Ensor of Gustaaf De Smet op de kop te tikken voor 4957,87 of 7436,80 euro (200.000 of 300.000 frank). Wie een beetje geluk had, kon zelfs voor 3718,40 euro (150.000 frank) een Delvaux of Magritte mee naar huis nemen. Op veertig jaar tijd is het veilinglandschap helemaal veranderd: niet alleen heeft een aanzienlijke groep privé-klanten zich inmiddels naast het vertrouwde publiek van professionele handelaars geschaard, ook het aantal roepzalen is verveelvoudigd. Zo doken een kwarteeuw geleden de _ toen nog kleine _ Londense veilinghuizen op de Belgische markt op, meer bepaald Sotheby's en Christie's. Die buitenlandse ondernemingen onderscheiden zich op twee punten van de Belgische. In de eerste plaats beschikken ze niet over een eigen veilingzaal en, ten tweede, is een kunstwerk dat ze in België ophalen en in het buitenland verkopen niet onderworpen aan het volgrecht van 4%. Dat volgrecht is bestemd voor de kunstenaar of _ tot zeventig jaar na zijn dood _ voor zijn familie. Overigens zijn de Engelse huizen bij ons principieel niet geïnteresseerd in voorwerpen met een 'lage' waarde (beneden de 1487,36 tot 1983,14 euro _ 60.000 tot 80.000 frank). Het valt dan ook niet uit te sluiten dat er partnerships ontstaan tussen de Engelse reuzen en enkele Belgische veilinghuizen. Zo'n samenwerking zou een uitstekend middel zijn om de 'kleine objecten', die aan de overkant van het Kanaal een weinig rendabele toekomst beschoren zijn, hier toch aan de man te brengen. Maar ook toenaderingen tussen Belgische verkoopzalen zijn op termijn niet uitgesloten, zo menen sommige verantwoordelijken uit de sector. "Buitenlanders kapen topwerken weg""Er is ruimte genoeg"Serge VanmaerckeEr zouden binnenkort wel eens partnerships kunnen ontstaan tussen de Engelse reuzen en enkele Belgische veilinghuizen.De Vuyst in Lokeren gelooft dat sommige ontgoochelde beursbeleggers nu in kunst gaan investeren.