572 miljard euro. Dat is de omzet die de industriële en commerciële vennootschappen uit de Top 30.000 in 2009 gerealiseerd hebben. Dat is 100 miljard minder dan in 2008. De daling van de vraag was enorm, waardoor onze ondernemingen een deel of zelfs de volledige productie hebben stopgezet, hun investeringen hebben teruggeschroefd, en hun voorraden hebben weggewerkt.
...

572 miljard euro. Dat is de omzet die de industriële en commerciële vennootschappen uit de Top 30.000 in 2009 gerealiseerd hebben. Dat is 100 miljard minder dan in 2008. De daling van de vraag was enorm, waardoor onze ondernemingen een deel of zelfs de volledige productie hebben stopgezet, hun investeringen hebben teruggeschroefd, en hun voorraden hebben weggewerkt. Vreemd is dat de winsten in 2009 stegen van 37 naar 46 miljard euro, ondanks de dalende omzet. De verklaring van die paradox zit voornamelijk in de explosie van de uitzonderlijke resultaten. Twee bedrijven uit de groep AB InBev zijn daarin de koplopers. Samen zijn ze al goed voor 7,6 miljard euro aan meerwaarden. Alles bij elkaar pompten financiële en uitzonderlijke resultaten 29 miljard euro in de winst. Dat is het dubbele in vergelijking met 2008. De reële winst die onze industriële en commerciële vennootschappen boekten in 2009, daalde echter met ongeveer een kwart - van 23 naar 17 miljard euro. De bewegingen bij onze financiële instellingen worden gekenmerkt door sterke ups en downs. In één woord: het Fortis-effect. In 2009 bracht de banksector het verlies terug van 19,4 miljard euro naar minder dan 3 miljard. De verzekeringsmaatschappijen, die in 2008 liefst 4 miljard euro verlies boekten, noteerden in 2009 een bescheiden winst van 765 miljoen. De holdings realiseerden in 2009 een winst van 7,6 miljard, tegenover een verlies van 19,4 miljard een jaar eerder. In 2009 daalde het bbp van België met 2,7 procent. Dat is de grootste krimp sinds de oorlog. Het tweede kwartaal van 2009 geldt als het absolute dieptepunt. Daarna begon het Belgische bbp aan een trage opmars. Voor 2011 geeft de Trends Top 30.000 een genuanceerd optimistische boodschap mee. We moeten goed beseffen dat er in de loop van het jaar nieuwe onweerswolken aan de hemel kunnen verschijnen, klinkt het. Er wordt gemikt op een groei van de wereldeconomie met 2,5 à 3 procent. Voor de eurozone ligt de voorspelling een stuk lager, op ongeveer 1,5 procent. De Duitse economie springt eruit, en zal in 2011 wellicht met meer dan 3 procent groeien. België ten slotte zou het in 2011 - net als dit jaar - iets beter doen (0,2 procentpunt) dan het gemiddelde voor de eurozone. Voor de opkomende economieën ziet de toekomst er een stuk rooskleuriger uit. Meer nog, de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de herverdeling van de rijkdom op deze aardbol alleen maar versneld, aldus de Trends Top 30.000. De taak van de westerse overheden is dan ook niet eenvoudig. Enerzijds moeten ze de broodnodige sanering van de overheidsfinanciën doorvoeren. Anderzijds moeten ze vermijden dat het economische herstel in gevaar wordt gebracht. Saneren zonder het vertrouwen van de consument al te zeer te schaden, zonder de werkloosheid opnieuw te doen stijgen, en zonder de vastgoedmarkt weer kopje-onder te duwen, is zonder meer een hachelijke zaak. Misschien komt de redding wel uit de bedrijfswereld, concludeert de Trends Top 30.000. Het overgrote deel van de bedrijven is financieel gezond, heeft zodanig in de kosten gesnoeid dat een omzetverhoging de komende tijd wel tot aanwervingen kan leiden. De vaak van cash uitpuilende ondernemingen moeten met andere woorden de tegenpool vormen voor de failliete overheden om de westerse economieën draaiende te houden. De publicatie van de Trends Top 30.000 vormt altijd de aanleiding tot een thematische studie. Dit keer koos de redactie - net als in 2007 - voor een enquête naar het familiebedrijf in België, in samenwerking met PwC. 579 Belgische familiebedrijven namen eraan deel, van verschillende groottes en uit een mix van sectoren. Opvallend is dat de helft van de respondenten het overheidsbeleid en de overheidsregulering ziet als een van de voornaamste externe uitdagingen voor hun onderneming (zie grafiek). Een grotere uitdaging dus dan zaken als wisselkoersen, export, of fiscale regimes. Daarnaast is ongeveer de helft van de respondenten van mening dat het familiale karakter van hun bedrijf hen heeft geholpen om de crisis te doorstaan. Toch blijven Belgische ondernemers voorzichtiger dan hun internationale collega's. Dat geldt zowel voor hun vertrouwen in de nabije toekomst als voor de geplande investeringen. De investeringsplannen bij Belgische familiebedrijven liggen beduidend lager dan in 2007, toont de enquête aan. Opvallend is dat vooral de beoogde investeringen in hr, opleiding en O&O drastisch dalen. Niet alleen ten opzichte van 2007, maar ook ten opzichte van het internationale toneel. "Dat houdt een gevaar in voor de Belgische kenniseconomie", vindt Didier De Smet van PwC. Positief is dan weer dat meer dan de helft van de Belgische familiebedrijven denkt te zullen groeien in het komende jaar. Een op de vijf onder hen denkt die groei te realiseren door één of meerdere overnames in de komende twaalf maanden. Niettemin toont de enquête aan dat familiebedrijven die de intentie hebben om op korte termijn van eigenaar te veranderen, onvoldoende voorbereid zijn op die overgang. Een goede voorbereiding is nochtans cruciaal om onnodig waardeverlies te voorkomen. Markant is bovendien dat 68 procent van alle ondervraagde familiebedrijven nog geen opvolgingsplan heeft voor de cruciale managementfuncties. Bijna de helft van de Belgische familiebedrijven heeft evenmin voorzieningen getroffen in het geval van een onverwacht overlijden of plotse onbekwaamheid van een van de familiale managers of aandeelhouders. "De enquête geeft enkele positieve signalen", zegt Didier De Smet van PwC. "Familiebedrijven zijn en blijven een belangrijke poot voor de Belgische economie. Toch is er nog heel wat werk aan de winkel. Niet alleen voor de bedrijven, maar ook voor de overheid. Die moet de context om te ondernemen optimaliseren, zodat het concurrentievermogen van onze ondernemingen sterker wordt." celine de costerHet overgrote deel van de bedrijven isfinancieel gezond, heeft zodanig in de kosten gesnoeid dat een omzetverhoging de komende tijd wel tot aanwervingen kan leiden.