Gouden aandelen hebben weinig te maken met de kip met de gouden eieren. In theorie klinkt het geweldig, in de praktijk lossen ze zelden die beloften in. Het gevolg is dat er veel wordt gekakeld over een laagje bladgoud. Terwijl er wellicht betere oplossingen bestaan om het beoogde doel te bereiken.
...

Gouden aandelen hebben weinig te maken met de kip met de gouden eieren. In theorie klinkt het geweldig, in de praktijk lossen ze zelden die beloften in. Het gevolg is dat er veel wordt gekakeld over een laagje bladgoud. Terwijl er wellicht betere oplossingen bestaan om het beoogde doel te bereiken. Met de nodige bombarie kondigde premier Guy Verhofstadt vorige week aan dat een gouden aandeel in de nieuwbakken fusiegroep Suez-Gaz de France als "verworven" mocht worden beschouwd. Vrij snel werd duidelijk dat er eigenlijk nog niet veel meer werd afgesproken dan dat er een werkgroep zal worden gevormd die moet bekijken hoe de modaliteiten van dat gouden aandeel eruit moeten zien. Toch klinkt het principe beloftevol. Met een gouden aandeel kan een land beslissingen blokkeren die zijn belangen in gevaar brengen. Omdat het gevaar op protectionisme nooit veraf is, is Europa niet happig om de toekenning van gouden aandelen goed te keuren. Het verbindt er erg strenge voorwaarden aan. Bovendien rijst de vraag of een dergelijk aandeel meer dan zijn gewicht in bladgoud waard is. België moet op piekmomenten al meer dan 2000 MW elektriciteit invoeren uit het buitenland, een tekort dat tegen 2012 wellicht oploopt tot 4000 MW, of zowat een derde meer dan de totale capaciteit van het kerncentralepark in Doel. Indien de groep Suez-Gaz de France ooit keuzes moet maken tussen de bevoorradingszekerheid van Frankrijk of die van België, dan kan je ervan uitgaan dat de fusiegroep eerst voor onze zuiderburen kiest, gouden aandeel of niet. Daarom doet België er wijs aan om zijn eigen beleid uit te stippelen voor de energiesector. De focus daarbij moet liggen op het creëren van meer concurrentie, want zowel op de elektriciteits- en zeker op de gasmarkt blijft die vooralsnog ondermaats. De verkoop van Distrigas biedt op dat vlak een uitgelezen gelegenheid. Ook moet de federale overheid in de gereguleerde activiteiten in de energiesector werk maken van het verschaffen van meer juridische grondslagen aan haar eigen controle-instanties. Wellicht is er nood aan een Europese instantie om de nationale controle-organismen te controleren, maar intussen is de realiteit dat de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (Creg) zichzelf de facto als technisch werkloos beschouwt. Het Brusselse Hof van Beroep beperkte vorige lente fel de bevoegdheden van de Creg om in te grijpen op de prijszetting van de elektriciteitsdistributeurs. Voormalig minister van Energie Marc Verwilghen (Open Vld), die met een oplossing kwam aandraven, werd daarbij tweemaal afgeblokt door de Franstalige socialisten. Ook nu blijkt het meningsverschil tussen de twee regeringspartijen onoverbrugbaar. Daarom proberen de liberalen het via een wetsvoorstel. Dat staat nog maar aan het begin van zijn parlementaire tocht, die enkele maanden kan aanslepen. De goedkeuring volgt wellicht eenmaal er een nieuwe regering, bij voorkeur zonder de PS, uit de startblokken is geschoten. Intussen krijgen de dominante spelers vrij spel. Gevolg: de gasprijs stijgt dit jaar met 34 %, waarvan volgens de Creg slechts een kwart verklaarbaar is. (T) Do-it Verkoop Distrigas is unieke kans om meer concurrentie te creëren, blz. 68.Door Luc Huysmans