Het Nederlandse voorbeeld werkt aanstekelijk : grote bedrijven kunnen nu al kiezen bij welk nutsbedrijf ze hun energie aankopen. En terwijl Electrabel (productie) en de intercommunales (distributie) elkaar doodknuffelen, doet zich in Nederland precies het omgekeerde voor. De PNEM, in 's Hertogenbosch, als voorbeeld.
...

Het Nederlandse voorbeeld werkt aanstekelijk : grote bedrijven kunnen nu al kiezen bij welk nutsbedrijf ze hun energie aankopen. En terwijl Electrabel (productie) en de intercommunales (distributie) elkaar doodknuffelen, doet zich in Nederland precies het omgekeerde voor. De PNEM, in 's Hertogenbosch, als voorbeeld. 's Hertogenbosch, Nederland.Het hoofdkwartier van de PNEM ( Provinciale Noordbrabantse Energie Maatschappij) in 's Hertogenbosch heeft aan de buitenzijde alles weg van een hedendaagse burcht met middeleeuwse trekjes, uitkijktorentjes en kantelen incluis. Maar schijn bedriegt : de PNEM (2365 miljoen gulden aan omzet, 2714 medewerkers) is niet het oerconservatieve bolwerk waarvoor een toevallige voorbijganger ze gemakkelijk zou kunnen verslijten. De liberaliseringsgedachte staat hoog in het vaandel geschreven en wordt hier, en trouwens in heel Nederland, lang niet alleen met woorden beleden. "Europa heeft het al járen over de liberalisering van de energiemarkt en ooit komt die er ook," zegt PNEM's communicatiemanager Ruud Kool. "Maar hier in Nederland hebben we besloten daar niet langer op te wachten. De derde energienota van onze Economieminister Hans Wijers (dd. 20 december 1995) wijst de weg. In principe kunnen de grote bedrijven (35 % van de markt) nu al zélf kiezen waar ze hun kilowatts aankopen. In het begin van de volgende eeuw zal 60 % van de energiegebruikers, dus ook kleinere bedrijven en zelfs een deel van de gezinnen, die keuzemogelijkheid hebben. Wij juichen die evolutie alleen maar toe." NIEUW.Het distributiebedrijf PNEM staat gelijktijdig voor traditie (teruggaand tot 1914) en innovatie. Vernieuwend, zeker naar Belgische maatstaven, is de erg kritische opstelling ten aanzien van het productieapparaat voor gas en elektriciteit. Nederland heeft, in tegenstelling tot België, principieel gekozen voor een volledige splitsing tussen productie en distributie, twee "energiepolen" die in ons land hopeloos door elkaar lopen (met de gemengde intercommunales, waar Electrabel en de gemeenten één bedrijf vormen, als mooiste voorbeeld). Nederland telt grosso modo vier regionale "Electrabels", en daarboven heb je dan de SEP. Zegt Ruud Kool : "Wij, als distributiebedrijf, nemen al langer dan vandaag aanstoot aan de SEP, die onder meer de verantwoordelijkheid heeft over hoogst belangrijke zaken zoals de centrale planning van de productie en de prijszetting voor elektriciteit. Wij willen die navelstreng met de SEP gewoon doorknippen. Want aan distributiezijde is iedereen het erover eens : de planning van de SEP vertoont vooral hiaten (zoals het overaanbod aan elektriciteit op de Nederlandse markt aantoont, net zoals het door de SEP in stand gehouden verouderd energiepark), en bovendien kunnen de kosten voor productie beduidend lager. Hoe de prijs moet gedrukt worden, daar zijn we het in Nederland nog niet over eens. De minister pleit voor hergroepering en dus voor één groot elektriciteitsproductiebedrijf, een soort van Super-SEP. Dat vinden wij totaal indruisen tegen de liberaliseringsgedachte. Als je afhankelijk bent van één producent heb je geen transparantie en kan je geen prijzen vergelijken. Wij zeggen daarom : laat de concurrentie spelen tussen de vier bestaande productiemaatschappijen, zoals nu het geval is, maar dan zonder de SEP. Laat de klant maar kiezen. Wij hebben onze klanten reeds warmtekrachtcentrales aangeboden en alle soorten milieuvriendelijke elektriciteit (op basis van windenergie, zonne-energie, biogas). Straks pakken we ook uit met houtgestookte elektriciteit. De vraag volgt ons aanbod en, gezien de dalende prijzen, is de klant de winnaar." Terwijl Electrabel aan de distributiezijde rigoureus het "verdeel en heers"-principe toepast, laten de Nederlandse distributiebedrijven bepaald niet op hun kop zitten. Zo maakt de PNEM deel uit van een groter consortium van in Zuid-Nederland gevestigde distributiebedrijven. Dat consortium ( EZN, Energie Zuid-Nederland) staat onder meer in voor de centrale aankoop van energie. Resultaat : de PNEM afficheerde de voorbije dagen de goedkoopste elektriciteitsprijzen in heel Nederland. "Dit heeft te maken met EZN, maar ook met ons beleid," zegt Ruud Kool. "Wij hebben de provincie als belangrijkste aandeelhouder. Zij hebben ons nooit willen gebruiken als melkkoe. Er is steeds een dividend uitgekeerd, maar de rest van de winst werd steevast geherinvesteerd. Bovendien staat de PNEM ook voor kostenbeheersing. Je bent nooit toevallig de goedkoopste." WINKELEN.Zoals het een moderne energiemaatschappij past, heeft de PNEM ook het woordje shopping in het woordenboek opgenomen. Opnieuw in het kader van EZN plant de PNEM de aanleg van een leiding voor gastransport tussen Zeebrugge en de kanaalzone van Terneuzen. Via deze leiding wil de PNEM rechtstreeks aansluiting krijgen op de zogenaamde Interconnector, die vanaf 1998 in gebruik moet zijn tussen het Britse Bacon en Zeebrugge. De Interconnector zal hoofdzakelijk Brits gas aanvoeren naar het Europees vasteland. Voor PNEM is het allemaal voldoende duidelijk : de Interconnector zorgt weer voor een beetje meer vrije markt en dus voor minder afhankelijkheid van de Nederlandse gasmonopolist Gasunie. De Nederlandse joint venture EZN zit momenteel aan de onderhandelingstafel met Distrigas voor de aanleg van het netwerk tussen Zeebrugge en de Nederlandse grens. K.C.RUUD KOOL (PNEM) Liberalisering moet je verdienen