Na de beursgenoteerde ondernemingen Melexis, Van de Velde en GIMV, was het vorige week de beurt aan het durfkapitaalfonds Arkimedes om zijn beleggingen in collateralized debt obligations (CDO) gedeeltelijk af te boeken. Arkimedes heeft 28 miljoen euro belegd in de CDO-programma's Baker Street en Pembridge Square, uitgegeven door KBC. Aanvankelijk had het ratingbureau Moody's deze beleggingen een hoge kredietwaardigheid gegeven. Datzelfde Moody's verlaagde nu die ratings tot 'rommel'.
...

Na de beursgenoteerde ondernemingen Melexis, Van de Velde en GIMV, was het vorige week de beurt aan het durfkapitaalfonds Arkimedes om zijn beleggingen in collateralized debt obligations (CDO) gedeeltelijk af te boeken. Arkimedes heeft 28 miljoen euro belegd in de CDO-programma's Baker Street en Pembridge Square, uitgegeven door KBC. Aanvankelijk had het ratingbureau Moody's deze beleggingen een hoge kredietwaardigheid gegeven. Datzelfde Moody's verlaagde nu die ratings tot 'rommel'. Enkele politici en commentaarschrijvers verwijten Arkimedes intussen dat het niet doet wat het zou moeten doen: risicokapitaal verschaffen aan kmo's. "Het kan niet dat Arkimedes met het geld van de burger speculeert in plaats van het te gebruiken waarvoor het is opgericht: investeren in Vlaamse toekomstbedrijven", klonk het. Toegegeven, het bekt mooi. Maar daarom klopt het nog niet. Arkimedes investeert wel degelijk in zogeheten toekomstbedrijven. Via de diverse Arkivs - erkende durffondsen die samen met Arkimedes geld stoppen in kmo's - werden al 150 investeringen gedaan in een 80 bedrijven. Samen goed voor 1135 arbeidsplaatsen. Zullen al deze bedrijven goede investeringen blijken? Allicht niet, daarom heet het ook risicokapitaal. Maar wie beweert dat Arkimedes liever speculeert dan investeert, is van slechte wil. Of erger. Arkimedes kan bezwaarlijk de 110 miljoen euro die het heeft opgehaald in één keer investeren. Daarvoor is het aanbod van kwalitatieve dossiers te beperkt. Maar vooral speelt hier ook het systeem van investeren in risicokapitaal zijn rol. Een fonds heeft doorgaans een levensduur van negen jaar. De eerste drie jaar zaait het (investeren), de volgende drie jaar bewerkt het zijn investeringen (vervolginvesteringen), om de laatste drie jaar van de levensduur te beginnen oogsten (doorverkoop, beursgang, etc.). Een starter heeft doorgaans een viertal investeringsrondes nodig alvorens een enigszins matuur bedrijf te worden. Arkimedes moet dus wel een deel van zijn middelen reserveren voor vervolginvesteringen, wil het niet compleet verwateren en het rendement op zijn inleg helemaal zien verschrompelen. Dat Arki- medes het fonds een zo hoog mogelijk rendement wil geven, is een daad van goed beheer. Achteraf de vraag stellen of Arkimedes terecht dat rendement wilde opkrikken via de inmiddels vermaledijde CDO's, is iets te gratuit. Fundamenteler is de vraag wat de toekomst brengt voor risicokapitaal in Vlaanderen. Verderop in dit nummer kunt u lezen dat de durffondsen harde tijden beleven. De bedrijven in portfolio zullen extra cash nodig hebben om de recessie uit te zweten. Komt daarbij dat de uitstapmogelijkheden zo goed als onbestaande zijn. Een aantal fondsen zal bijgevolg bloeden. De Vlaamse overheid denkt intussen hardop na over een tweede Arkimedes-ronde. De vraag is echter of men de risicoaverse burger zo ver zal krijgen om zijn centen te stoppen in een fonds dat investeert in risicokapitaal. Kregen de CDO's aanvankelijk nog een AAA-rating, dan zijn startende kmo's helemaal naakt. (T)Door Lieven Desmet