Wat Interbrew voor zijn nieuwe aandeelhouders heeft aangericht, is een uiting van onbehoorlijk beleid. Zal de lichtzinnigheid van het management en de wrok van de niet-familiale beleggers tot juridisch gehakketak leiden? Belangrijker is de vraag of de weigering van de Britse regering om Bass door Interbrew te laten overnemen, verdedigbaar is. Ondernemers met fusieplannen in het Verenigd Koninkrijk zullen zich na de blamage van de Belgen tienmaal beraden. En is fuseren, de grootste (of de tweede grootste) willen zijn, echt een onaanvechtbare vorm van gezond management?
...

Wat Interbrew voor zijn nieuwe aandeelhouders heeft aangericht, is een uiting van onbehoorlijk beleid. Zal de lichtzinnigheid van het management en de wrok van de niet-familiale beleggers tot juridisch gehakketak leiden? Belangrijker is de vraag of de weigering van de Britse regering om Bass door Interbrew te laten overnemen, verdedigbaar is. Ondernemers met fusieplannen in het Verenigd Koninkrijk zullen zich na de blamage van de Belgen tienmaal beraden. En is fuseren, de grootste (of de tweede grootste) willen zijn, echt een onaanvechtbare vorm van gezond management? Over het conflict tussen Interbrew en Londen dreigt een mythe te ontstaan. De Britten worden door de Belgische opiniemakers en door de bewindsman voor Economie, Charles Picqué (PS), beschuldigd van on-Europees, discriminerend gedrag. Of dat al of niet het geval is, hangt samen met de visie op het level playing field (het gelijke speelveld) in de Europese Unie. Voor een functionerende eenheidsmarkt moeten de ondernemingen op een gelijke manier kunnen concurreren, en moeten ze dus eenzelfde basis hebben van sociale wetten, productveiligheid, milieurichtlijnen, regulering enzovoort. Dat is de hedendaagse Europese ideologie. De harmoniseringsdrift klinkt nobel en moderner dan de klassieke antimarktkritiek. Je kunt als democratisch socialist beter een licht belast en gereguleerd land van anti-Europees gedrag beschuldigen, dan een antimarktstandpunt bepleiten. De harmoniseringsdrift behelst dat bijvoorbeeld de Britse regering geen nationale voorkeuren in rekening mag brengen in haar beslissingen. Europa is de goedmoedige (?) pletwals. De redenering van het level playing field miskent dat de ongelijkheid van de productiekosten tussen landen de grondslag is van de handel en de bron van economische voordelen die de eenheidsmarkt precies op het oog heeft. Ongeharmoniseerde productiekosten zijn de motor van de economische dynamiek. Landen mogen, ook in de EU, andere voorkeuren hebben ten aanzien van de belastingvoeten, het peil van de sociale en openbare voorzieningen, de stijl van hun concurrentieregels. Verschillen in voorkeuren tussen landen en burgers hebben economische gevolgen, maar die kunnen niet automatisch als ongewenst beschimpt worden. Zal de affaire-Bass ook door deze bril worden bekeken? De Europa-hype haalt een aantal grondslagen van de markteconomie onderuit. Lezen de managers van Interbrew er David Ricardo en zijn theorie van de comparatieve kosten op na? Vraag twee luidt: moet Interbrew groeien door acquisities, moet Daimler-Benz zwellen door de overname van Chrysler, Ford door de verwerving van Volvo, ING door het inpalmen van BBL? Er is geen bewijs, betogen Pankaj Ghemawat (Harvard) en Fariborz Ghadar (Pennsylvania State University) in de zomereditie van Harvard Business Review, dat branches onvermijdelijk sterker geconcentreerd worden door de globalisering en dat alleen de grote spelers kunnen overleven. De fameuze Regel van Drie die elke (Belgische) ondernemer onbewust hanteert (een recept van managementconsultant Bruce Henderson in de jaren zeventig), die poneert dat een stabiele competitieve markt nooit meer dan drie belangrijke concurrenten heeft, is kletspraat. FRANS CROLS