Er wordt de jongste tijd weer veel geschreven over de stijging van onze energiekosten. Die toename is vooral voelbaar aan de pomp, waar de prijzen op dit ogenblik wekelijks stijgen. De daling van de euro ten opzichte van de dollar is een van de hoofdoorzaken in combinatie met de nieuwe spanningen in het Midden-Oosten. Maar vooral de hogere vraag naar olie door de BRIC-landen zal tot een structurele opwaartse druk op de prijs van een vat olie leiden. Zolang men kan voldoen aan die steeds sterker wordende vraag, zal de prijsstijging geleidelijk kunnen gaan. Maar de dag dat we peak oil bereiken, kan de stijging grilliger worden. Dat is het moment waarop de olieleveranciers van de wereld niet meer kunnen voldoen aan de vraag. Het positieve van een mogelijk tekort aan olie is de te verwachten stimulans van innovatie.
...

Er wordt de jongste tijd weer veel geschreven over de stijging van onze energiekosten. Die toename is vooral voelbaar aan de pomp, waar de prijzen op dit ogenblik wekelijks stijgen. De daling van de euro ten opzichte van de dollar is een van de hoofdoorzaken in combinatie met de nieuwe spanningen in het Midden-Oosten. Maar vooral de hogere vraag naar olie door de BRIC-landen zal tot een structurele opwaartse druk op de prijs van een vat olie leiden. Zolang men kan voldoen aan die steeds sterker wordende vraag, zal de prijsstijging geleidelijk kunnen gaan. Maar de dag dat we peak oil bereiken, kan de stijging grilliger worden. Dat is het moment waarop de olieleveranciers van de wereld niet meer kunnen voldoen aan de vraag. Het positieve van een mogelijk tekort aan olie is de te verwachten stimulans van innovatie. Zolang er genoeg olie is, blijft dat op korte termijn de goedkoopste energiebron. Pas bij een prijs van boven 150 dollar per vat worden talloze nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. De uitbouw van een waterstofindustrie en -netwerk is bijvoorbeeld een van de mogelijke oplossingen voor onze transportbehoeften. De nieuwe federale minister van Energie, Melchior Wathelet, heeft de energieregulator CREG gevraagd te onderzoeken hoe het komt dat onze energieprijzen blijven stijgen en wat we ertegen kunnen doen. Vanwaar die constante stijging? Onze energieprijs bestaat hoofdzakelijk uit twee delen. Meer dan de helft zijn zaken waarin geen concurrentie mogelijk is, zoals netwerkkosten (uw intercommunale en Elia), taksen en heffingen (bijvoorbeeld ontmantelingskosten voor kerncentrales) en btw. Minder dan de helft van de kosten bestaat eigenlijk uit het product, zijnde gas en elektriciteit. Kijken we naar de kostprijs van het product en wat uw leverancier ervoor aanrekent, dan zien we zelfs dat de groothandelsprijzen voor elektriciteit sinds midden 2008 met meer dan 30 procent gedaald zijn en dat de gasprijzen relatief stabiel zijn gebleven. De elektriciteitsprijs is zelfs zo laag dat investeringen in nieuwe moderne gascentrales op dit ogenblik niet mogelijk zijn omdat de spread tussen de gas- en de elektriciteitsprijs te klein is: de gasprijs is te duur voor producenten, ze krijgen te weinig voor de opgewekte elektriciteit. De stijging van de zogenaamde gereguleerde kosten is voor een klein deel ook te wijten aan de investeringen in een duurzame-energiehuishouding (investeringen in energie-efficiëntie, windmolenparken en dergelijke). Tot nu toe maakt die stijging minder dan 5 procent van onze totale energiefactuur uit en iedereen moet zich ervan bewust zijn dat de kosten voor een duurzame energieproductie nog fors zullen stijgen. Ook de btw van 21 procent heeft een verhogend effect. Het uitblijven van voldoende concurrentie is een ander groot probleem. Het zorgt er ook voor dat relatief weinig geïnvesteerd wordt in bijvoorbeeld de bouw van nieuwe elektriciteitscentrales. Na meer dan tien jaar dient men extra maatregelen te nemen om de markt open te breken. Hoe? Men kan bijvoorbeeld streven naar een herverdeling van de markt door te stellen dat een energiespeler maximaal 20 procent van de markt mag controleren. De maatschappelijke keuze om het milieu te ontlasten van onze vervuilende energiehuishouding kunnen we altijd nog maken, maar we moeten beseffen dat hoe sneller we de weg van duurzame energie inslaan, hoe lager de kostprijs zal zijn. Vlaanderen heeft de kans om van deze evolutie een speerpunt te maken en zijn industrie en ontwikkeling hierop af te stemmen. Onze economie is relatief klein, maar wel hoogontwikkeld. Technologische doorbraken zijn niet alleen voorbestemd voor bedrijven in grote landen. Het Finse Nokia bijvoorbeeld is er als bedrijf uit een land met 6 miljoen inwoners in geslaagd in nog geen 18 jaar tijd 30 tot 40 procent van de wereldmarkt in te palmen met mobieltjes. De duurzame-energiesector staat nog maar aan het begin van zijn groei en zijn technologische ontwikkeling. We moeten onze hersenmassa gebruiken om als land en regio het verschil te maken. De overheid kan als incubator werken door in haar beleid openlijk te kiezen voor ambitieuze doelstellingen die verder gaan dan wat Europa oplegt. Niet om de kosten onnodig hoog te maken, maar juist om ontwikkeling te stimuleren en zo een nieuwe industrietak te creëren waarin we onze kennis en export kunnen versterken. Onze energieprijzen zullen de komende decennia blijven stijgen en daarover dient men eerlijk te communiceren, maar tevens moet men een perspectief bieden om onze economie te stimuleren zodat we ook de voordelen zien van deze duurdere energie. De auteur is gedelegeerd bestuurder van NPG energy. ANDRÉ JURRESHoe sneller we de weg van duurzame energie inslaan, hoe lager de kostprijs zal zijn.