Het recenste rapport van de Hoge Raad van Financiën schetst een bijzonder somber beeld van de Belgische budgettaire toekomst. In het midden van een Grote Recessie kan alleen een Grote Sanering de begrotingssituatie nog rechttrekken. De door de Raad voorgestelde jaarlijkse budgettaire inspanning doet het Globaal Plan uit het midden van de jaren negentig verbleken. Alsof de budgettaire kwade droom al niet voldoende was, is er nog een bijkomende bron van grote ongerustheid waaraan in het rapport nauwelijks aandacht wordt besteed.
...

Het recenste rapport van de Hoge Raad van Financiën schetst een bijzonder somber beeld van de Belgische budgettaire toekomst. In het midden van een Grote Recessie kan alleen een Grote Sanering de begrotingssituatie nog rechttrekken. De door de Raad voorgestelde jaarlijkse budgettaire inspanning doet het Globaal Plan uit het midden van de jaren negentig verbleken. Alsof de budgettaire kwade droom al niet voldoende was, is er nog een bijkomende bron van grote ongerustheid waaraan in het rapport nauwelijks aandacht wordt besteed. Bij langetermijnvoorspellingen over de overheidsfinanciën is een inschatting van de potentiële groei cruciaal. Die kan het best vergeleken worden met de geschatte toekomstige longinhoud van de economie. Die bepaalt of het land zware budgettaire inspanningen kan torsen, dan wel of het als een economische astmalijder bij de geringste inspanning in het rood gaat. Vandaag is er grote onzekerheid over de toekomstige potentiële groei. Buiten een bijzonder grote klap voor de eindvraag, vertoont de crisis ook de kenmerken van een aanbodschok. Hierdoor is het waarschijnlijk dat het potentiële groeiritme van België, en van veel andere landen, de volgende jaren structureel lager zal liggen dan het afgelopen decennium het geval was. Dat zal de voorgestelde Grote Sanering uiteraard nog meer bemoeilijken. Lagere potentiële groei betekent dat de belastinginkomsten tegenvallen en dat uitgaven nog sterker moeten worden beperkt. Waardoor zou de longinhoud van de Belgische economie kunnen verkleinen? We kunnen het onderscheid maken tussen twee categorieën van oorzaken: permanent productiviteitsverlies door de crisis enerzijds en verkeerde beleidskeuzes anderzijds. Een permanent productiviteitsverlies is eigen aan de aard van de crisis: na het debacle mogen we uitgaan van een structureel lagere groei voor de financiële sector. Gegeven het relatieve belang van de sector in heel wat landen kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. Strengere regulering door de overheid, minder schuldfinanciering, een veel grotere risicoaversie en lagere winstmarges zullen financiële innovatie afremmen en zwaar wegen op de groei van de sector. Het is bovendien onzeker of de verminderde vooruitzichten voor groei, winst en tewerkstelling snel, dan wel ooit, kunnen worden opgevangen door hogere groei in andere sectoren. Een verwante productiviteitsschok is het uitzonderlijk snelle proces van deglobalisering waarvan we de afgelopen maanden getuige waren. De doorgedreven globalisering van de wereldeconomie de afgelopen jaren heeft het groeipotentieel van de wereld structureel verhoogd. Open economieën die leefden van doorvoer of die verantwoordelijk waren voor stukken van de globale productieketting, zagen hun groeiperspectieven sterk verbeteren. Dit proces van globalisering werd in grote mate mogelijk gemaakt en ondersteund door innovatie en integratie in de financiële sector. Volgens sommige schattingen was tot 90 procent van de wereldhandel gedeeltelijk of geheel ondersteund door vaak gesofisticeerde financiële instrumenten die doorgedreven handelsbetrekkingen mogelijk maakten. Een kleinere, meer voorzichtige en minder innoverende financiële sector zal dan ook een rem zetten op de globalisering. Minder globalisering, minder efficiënte lokale productie en misschien zelfs toegenomen protectionisme impliceren een zwakker groeipotentieel. In tegenstelling tot deze productiviteitsschok, ligt een tweede mogelijke rem op de potentiële groei wél in handen van beleidsvoerders. In periodes van economische crisis staan politici onder grote druk om 'iets' te doen. Op korte termijn populaire maatregelen zijn vaak niet de juiste en kunnen het groeipotentieel van de economie op langere termijn fnuiken. De handelsbarrières die in de jaren dertig uit electoraal belang werden opgetrokken, maakten van een Grote Recessie prompt een Grote Depressie. In de jaren zeventig reageerden veel landen op de economische crisis en toenemende werkloosheid door stelsels van vervroegde pensionering in het leven te roepen. Alsof de beschikbare hoeveelheid arbeid een vooraf bepaalde kwantiteit is, zouden 'ouderen plaats kunnen maken voor jongeren'. In België ruimen we vandaag nog altijd het puin van deze beleidsfouten. Alle maatregelen die de arbeidsparticipatie ontmoedigen en inactiviteit aanmoedigen, zijn schadelijk voor de economische long-inhoud. Het permanente productiviteitsverlies door een verzwakte financiële sector en minder globalisering zullen we moeten ondergaan. De noodzakelijke hervormingen van de arbeidsmarkt hebben we wél in eigen handen en zijn nodig om het groeipotentieel nog enigszins op peil te houden. Foute beleidskeuzes uit electoraal gewin, of een gebrek aan verregaande structurele hervormingen dreigen van de Grote Sanering een Grote Nachtmerrie te maken. (T) DE AUTEUR IS HOOFDSTRATEEG VAN ABN AMRO BELGIë.Peter De Keyzer