In het polderdorpje Izenberge, op enkele kilometers van de Franse grens, produceert en verkoopt het familiebedrijf Secq al meer dan drie decennia lang daim-, schaapsvacht-, leder- en bontkledij. Patrick Secq - die het bedrijf van zijn vader overnam - meent dat de kracht van Secq in twee elementen schuilt: kwaliteit en maatwerk. "In het hogere segment van deze branche is kwaliteit een absolute basisvereiste. Om een goede prijs-kwaliteitsratio te waarborgen, kopen we de huiden zoveel mogelijk in België aan en richten we ons vooral op eige...

In het polderdorpje Izenberge, op enkele kilometers van de Franse grens, produceert en verkoopt het familiebedrijf Secq al meer dan drie decennia lang daim-, schaapsvacht-, leder- en bontkledij. Patrick Secq - die het bedrijf van zijn vader overnam - meent dat de kracht van Secq in twee elementen schuilt: kwaliteit en maatwerk. "In het hogere segment van deze branche is kwaliteit een absolute basisvereiste. Om een goede prijs-kwaliteitsratio te waarborgen, kopen we de huiden zoveel mogelijk in België aan en richten we ons vooral op eigen productie. 60% van de omzet komt van eigen merken." Die omzet steeg op twee jaar met 15% tot 9,2 miljoen frank in 1997 en wordt bijna uitsluitend via de eigen winkel verwezenlijkt. "De verkoop aan andere winkels is voorlopig verwaarloosbaar, maar om een blijvende groei te garanderen, zullen we ons daar intensiever op moeten toeleggen. De gevestigde merken zorgen er weliswaar voor stevige concurrentie, maar ons maatwerk is een grote troef," zegt Michella, Patricks echtgenote. "Maatwerk gaat bij ons verder dan het aanpassen van een mouw of een kraag. We transformeren de kledij naar wens en maken zelfs nieuwe ontwerpen op basis van schetsen of foto's." De op het eerste gezicht ongunstige geografische ligging werd nooit als een nadeel ervaren: "Via advertenties en mond-tot-mondreclame bereiken we veel eigenaars van een tweede verblijf aan zee, zodat ons cliënteel ook een vrij groot aantal klanten uit de andere Belgische provincies en zelfs uit Duitsland telt. In de jaren tachtig hadden we een tweede winkel in Oostende, maar het gros van de klanten bleef naar hier komen. Bovendien valt er in de wijde omgeving nauwelijks concurrentie te bespeuren."Over de bontproblematiek wil Patrick Secq alleen kwijt dat een groot deel van de problemen te wijten zijn aan een gebrekkige communicatie: "Ik denk dat veel opgelost zou worden als de verschillende partijen eens rustig aan tafel zouden gaan zitten voor een constructief gesprek. Nu verlopen alle discussies via de media." Na de moeilijke jaren tachtig begint de bontsector zich nu geleidelijk aan te herstellen. "Ik merk een groeiende interesse bij de klanten. Er wordt, vaak aarzelend weliswaar, al eens meer naar bont gekeken of geïnformeerd. Vooral wasbeer en nerts zijn momenteel populair."Ook de ledersector zit de jongste jaren in de lift. De constant evoluerende technologie in de leerlooierijen doet het productassortiment bijna exploderen. En maakt ook minder dure, maar toch kwalitatief volwaardige producten mogelijk. Sinds een paar jaar produceert Secq dan ook een goedkopere lijn, vooral gericht op jongeren.Patrick Secq voorspelt de komende jaren een zachte, maar disproportionele omzetstijging. "Momenteel bestaat de omzet uit ongeveer 20% leder, 15% daim, 35% schaapsvacht, 15% bont en 15% nazorg, maar ikzelf denk dat daim een groter aandeel in de omzet zal krijgen."